Balkan – Noord dag tot dag


Dag 1 – Donderdag 25 mei 2017

Weer: Regen in Servië…
Doel: Aankomen in Nis
Gereisd: Kaatsheuvel – Weeze – Nis
Hotel: Guesthouse Majesty
3447 dinar / €29,29

Vlucht Weeze naar Nis in Servië

We vliegen pas om half 6 vanavond, dus alle tijd van de wereld! Rustig opstaan, laatste dingetjes inpakken en om half 2 kunnen we op pad. Naar Weeze, net over de grens in Duitsland.

Ik heb een parkeerplek gereserveerd bij Easy Parking, voor €53,-. De parkeerplaats is net voor het vliegveld en als we daar hebben geparkeerd, komt er na een kwartiertje of zo een taxibusje aan. Samen met nog 6 anderen stappen we in en worden even later voor de deur van het vliegveld eruit gegooid.

We gaan eerst even onze koffer wegen. Oeps, klein beetje te zwaar. Dus proppen we nog wat in onze handbagage en dan zitten we op 20 kilo. Mooi.

We kunnen onze koffer inchecken en dan door de beveiliging naar onze gate. Daar moeten we even wachten tot we kunnen boarden. Er staat een verdacht lange rij bij priority. Als het boarden begint en de boarding passen worden gecontroleerd, blijkt dat driekwart niet in die rij thuis hoort. Cheap asses, had je maar een beetje meer moeten betalen!

Wij mogen als eerste boarden. Dat wil zeggen: naar buiten stappen en in een bus klimmen. Daar komen natuurlijk ook de cheap asses bij in. Nou ja, we hebben in elk geval de eerste bus. Waarom dat er toe doet? Er is maar beperkt plaats voor handbagage en dat is altijd weer een strijd.


Vertrek uit Weeze

…met Ryanair

De bus levert ons bij een vliegtuig af. Da’s handig, want daar moesten we ook zijn. We zitten nu eens een keer bijna achterin, dus nemen we de achterste trap. En we hebben nog voldoende ruimte voor onze handbagage. Het vliegtuig zit nagenoeg helemaal vol. Met 10 minuutjes  vertraging gaan we de lucht in. En een kleine 2,5 uur later zijn we in Servië. Precies op tijd.

In Servië begint het donker te worden en miezert het een beetje. Da’s dan weer jammer. Het vliegveld heet weliswaar “Constantin The Great”, maar is maar heel klein. Als we de terminal instappen, kunnen we meteen aanschuiven voor de paspoortcontrole. We krijgen een nieuwe stempel in onze paspoorten. Land #42: check!

Terwijl we in de rij staan, zien we rechts van ons onze koffer al langskomen over de bagageband. Dus als we door de douane zijn, slaat Andy even rechtsaf om de koffer van de band te plukken.

Dan de deuren door en op zoek naar Avis. Da’s niet zo moeilijk, want het is dus maar een mini terminalletje en we zien de balie van Avis meteen rechtsaf. We geven braaf alle gevraagde documenten af, krijgen er nieuwe voor in de plaats en een reuze aardige jongeman loopt met ons mee naar onze rode Ford Fiësta. Niks mis mee, bijna nieuw en ziet er prima uit. Het is een automaat en uiteraard heeft hij airco. Daar moet het wel mee lukken de komende 1,5 week!


Het Grote kleine vliegveld van Nis

Onze Ford Fiësta

We nemen afscheid van de jongen en rijden het parkeerterrein af. Normaal moet je daarvoor een kaartje kopen, maar wij mogen doorrijden in onze huurauto. We tikken het adres van ons hotel in op Gertude, de navigatiemiep die ons ook zo goed de weg heeft gewezen in de UAE en Oman vorige maand. Ook hier weet ze de weg en brengt ze ons met gemak naar ons hotel. We melden ons bij de receptiedame, die ook al zo aardig is.

Als we onze bagage uit de auto hebben gehaald, is er net een oudere man aangekomen. De receptioniste stelt ons voor, want het is ook een Nederlander. Uit Den Haag en hij is een geweldige fietstocht aan het maken Hij is 2,5 maand geleden in Den Haag begonnen en is op weg naar Istanbul. Op de fiets ja. Dus heeft hij wel wat te fietsen! We praten een tijdje en dan brengen we de bagage naar onze kamer, waarvan we inmiddels de sleutel hebben gekregen. Van die kamer, niet van de bagage natuurlijk.


Regen in Nis

Onze guesthouse

Het is inmiddels 9 uur en we hebben nog geen avondeten op. De receptioniste weet een restaurant hier vlakbij. Ach, ze brengt ons wel even, net zo makkelijk. Oh okay. We lopen met haar mee naar een restaurant 5 minuten verderop, dat we inderdaad niet hadden gevonden zonder haar hulp. We krijgen een tafeltje en een menukaart die gelukkig ook in het Engels is. We komen er achter dat in Servië de “rookvrije wereld” nog niet is aangekomen. Er wordt hier gewoon volop gepaft, ook in het restaurant. Hopelijk hebben we dat niet de hele vakantie!

We bestellen drinken, een Griekse salade en iets dat “gastronomic” in de naam heeft. Volgens de omschrijving heeft het allerlei soorten vlees. Wij verwachten dus een hoop gegrild voer. Eerst krijgen we de salade met vers brood erbij. Lekker hoor. Dan komt ons hoofdgerecht. Het lijkt een soort stoofpot met inderdaad allerlei soorten vlees. Niet helemaal wat we hadden verwacht, want niet gegrild, maar wel lekker hoor. Maar we hoeven het morgen niet nog een keer.

Terwijl we eten komt er een trio het restaurant binnen dat muziek begint te maken. Leuk hoor. We verwachten dat ze langs de tafeltjes gaan voor geld, maar dat is niet zo. Dus bergen we onze euro’s (we hebben nog geen Servisch geld) maar weer op.

Als we helemaal vol zitten, vragen we de check en rekenen af. Het is 2020 dinar. Dat is omgerekend €16,50. Nou, daar kun je nog eens voor uit eten! Morgen weer, waarschijnlijk… Omdat we met credit card betalen en de ober geen Engels spreekt, kunnen we geen tip op de rekening laten zetten. Dus laten we een briefje van 5 euro achter. Da’s vast wel goed.

Inmiddels is het bijna 11 uur, dus lopen we terug naar ons hotel. Het is bedtijd!


Dag 2 – Vrijdag 26 mei 2017

Weer: Heerlijk warm, 22 graden
Doel: Belgrado bekijken
Gereisd: Nis – Belgrado, 238 km
Hotel: Aparthotel Bane, 5765 dinar / €47,-

Route Nis naar Belgrado

We schrikken om 7 uur wakker van getimmer. En om 8 uur nog een keer. Mopperdemopper, daar houden we natuurlijk niet van! Dat had het meisje van de receptie ook al bedacht, dus heeft ze gezegd dat ze moesten stoppen. Maar ja, te laat, we zijn er al wakker door geworden. Dus gaan we er maar uit.

Ik loop eerst even naar de receptie, want gisteren lukte betalen met creditcard niet. De receptioniste wist namelijk niet hoe het apparaat werkt. Dus vanochtend een nieuwe poging. Nu lukt het zonder problemen. We gaan maar meteen ontbijten. We mogen kiezen uit een aantal gerechten. Andy neemt gebakken eieren, ik scrambled eggs. We krijgen er brood, ham, kaas, tomaat en komkommer bij. En lekkere koffie, sjuderans, water en yoghurt. Niks op aan te merken!


Onderweg naar Belgrado

Belgrado

Om half 10 gaan we op pad. Naar Belgrado. Da’s de hoofdstad van Servië. En was dat vroeger van Joegoslavië, toen Servië nog geen land was maar onderdeel van. We nemen meteen de snelweg, want het regent. Nis bekijken we eventueel wel als we terugkomen. Voor de snelweg moet wel tol betaald worden. Aan het begin nemen we een kaartje, waarmee we aan het einde kunnen afrekenen. Is niet zo heel spannend hoor, kost ongeveer 6 piek. En als het goed is kan je zowel cash als met plastic betalen. Wij hebben cash, dus betalen we 730 dinar.

Het is ongeveer 3 uur rijden naar Belgrado. En gelukkig, hoe dichter we in de buurt komen, hoe beter het weer wordt. Het is opgehouden met regenen en de lucht trekt voorzichtig een beetje open. Onderweg niet zo heel veel bijzonders te melden. Prima weg, schiet lekker op.


Skadarlija

Studenski Park

Om half 1 komen we in Belgrado aan. We hebben een hotel in het hart van de stad. Gelukkig met een eigen, afgesloten parkeerplaats. Tegen betaling, dat wel.

We zijn natuurlijk veel te vroeg, onze kamer is nog niet klaar. Geen probleem, gaan we eerst even de stad verkennen! Ik heb thuis een wandelroute uitgezocht en we krijgen een plattegrond van de stad mee. Handig. Samen moeten we zo de weg kunnen vinden.

We zoeken eerst het Trg Republike op. Da’s een plein in het hart van de oude stad. Er staan 2 mooie gebouwen: een museum en een theater. En er zijn allerlei terrasjes, waar we eens een lekker kopje koffie nemen. Om een beeld van de prijzen hier te geven: 2 kopjes koffie met een glas water erbij kost 300 dinar, dus nog geen €2,50.


Kalemegdan Park

Kalemegdan Park

Terwijl we om ons heen kijken, komt er een jongen aan die zonnebrillen probeert te verkopen. Die hebben we allebei eentje op, dus nee, bedankt. Andy zegt dat hij zijn horloge wel mooi vind. 65 piek euro, dan mag Andy hem hebben. Uhm… Eigenlijk vindt hij het wel een mooi horloge. Het is een Diesel. Tenminste, als hij echt is. Andy biedt 4 tientjes, ze worden het eens over 5. Dus…. Grote kans dat het een neppert is, hoewel hij er – ook na ’s avonds flink Googelen – verdomd echt uitziet. Andy vindt het in elk geval best 50 euro waard.

We wandelen naar het leuke straatje Skadarlija. Dat wordt de Servische variant van Montmartre genoemd. Dat klopt wel een beetje: kinderkopjes, veel bomen, schuin aflopende straatjes en bonte terrassen vol potten en planten. En een prachtige muurschildering, die over de volle breedte van minstens 10 panden gaat.


Kalemegdan Park

Kalemegdan Park

We slaan linksaf en wandelen door de buurt Dorcol. Dat zou een hippe facelift gehad moeten hebben. Wij vinden er niet zo veel aan. Dus slaan we weer linksaf, richting het Studenski Park. Daar kunnen we mooi een beetje zitten en van het inmiddels heerlijke weer genieten.

Rechtsaf gaan we de Knez Mihailova in. Dat is de autovrije winkelstraat van Belgrado. Het ziet er gezellig uit. Op straat worden kunstwerkjes verkocht, er zijn wat straatartiesten te vinden en er zijn allemaal terrasjes. Dat is mooi, want we hebben inmiddels best trek! We hebben de keuze uit, nou, pizza, voornamelijk. Dus bestellen we een pizza die we samen delen.

Als we vol zitten, wandelen we door naar het Kalemegdan Park. Daar heb je een geweldig uitzicht over de Donau en de Sava. Ja, dat zijn 2 rivieren. Ook is hier een mooi fort. Normaal kun je daar in, maar er is blijkbaar iets te doen, waardoor dat vandaag niet mag. Geeft niks, terwijl Andy lekker op een bankje geniet huppel ik er wel even omheen.


Parlementsgebouw

Ja, leuke stad!

Als ik uitgehuppeld ben en Andy klaar met zitten, gaan we verder. Of eigenlijk zo langzaamaan weer terug. We zoeken de Knez Mihailova weer op en wandelen terug naar het Trg Republike. Nu komen we langs hofjes die een beetje aan Berlijn doen denken. Ziet er gezellig uit.

En zo komen we weer bij ons hotel. Onze kamer is inmiddels klaar. Dus betalen we de verschuldigde 5765 / 47 piek voor kamer en parkeerplek. Dan gaan we eerst eens even bijkomen. We hebben een fikse wandeling gemaakt! Maar: erg leuk. Belgrado is een mooie stad.

Voor het avondeten lopen we de straat uit naar beneden. Daar zitten meteen 2 restaurants. Het eerste maakt sushi. De volgende wordt het dus. Daar maken ze steenoven pizza’s. Nee, da’s niet hetzelfde als die pizza van vanmiddag. We nemen er lekker nog eentje. Maar nu delen we niet hoor.

Als de pizza op is, wandelen we weer terug. We zijn best een beetje moe van de hele middag door de stad sjouwen, dus gaan we niet te laat naar bed.


Dag 3 – Zaterdag 27 mei 2017

Weer: Heerlijk, 22 graden of zo
Doel: Srebrenica en naar Sarajevo
Gereisd: Belgrado – Sarajevo, 300 km
Hotel: Pansion Stari Grad, 75 mark / €45,-

Route Belgrado -> Sarajevo, Bosnië-H.govina

Ter compensatie van de pizza’s van gisteren nemen we vanochtend een Verantwoorde Reep als ontbijt. Oh, en ook omdat we hier geen ontbijt bij hebben. Ja, dat kon wel, maar er is geen ruimte om het op te eten. Dan krijg je het in je kamer bezorgd. Een Verantwoorde Reep dus. En die nemen we in de auto, zodat we op tijd op pad kunnen.

Eerst moeten we Belgrado uit zien te komen. Dat lukt prima, dankzij Gertrude. Dan rijden we richting de grens met Bosnië-Herzegovina. Het eerste stuk gaat vlekkeloos, het stuk van Pecka naar Ljubovija blijkt wat spannender… De weg is erg slecht. Gravel afgewisseld met asfalt. Maar… ook erg mooi! We rijden door de bergen en hebben prachtig uitzicht.


Kerk net buiten Belgrado

Onderweg naar Bosnië

Net na Ljubovija is de grens. Eerst moeten we ons “afmelden” bij de Servische douane. Dan de rivier over naar de Bosnische douane. De beambte is erg vriendelijk. Hij vraagt naar de groene kaart, die we alleen maar omhoog hoeven te houden, zet een stempel in onze paspoorten en wenst ons een fijne dag. Wij hem natuurlijk ook.

We slaan rechtsaf en dan zijn we in Bosnië-Herzegovina. Land # 43: check! De mooie route die al in Servië begon, gaat hier nog een tijdje verder. We genieten enorm.

Bij Bratunac slaan we linksaf naar Srebrenica. Inderdaad, van de oorlog. Of eigenlijk van de massamoord op bijna 8500 moslimjongens en –mannen. Ter nagedachtenis is er in Potocari een monument en begraafplaats. Daar stoppen we. We zijn erg onder de indruk. Ongelofelijk, dat dit nog maar 22 jaar geleden is. Toen de oorlog hier begon, leerden wij elkaar kennen en toen hij eindigde, woonden we al een jaar of 3 samen. En hoewel het nog niet zo lang geleden is, is het toch altijd een beetje een ver van ons bed verhaal geweest. Tijd dus om toch eens te lezen wat er nou precies aan de hand was. Heeft u even?


Onderweg naar Bosnië

Onderweg naar Bosnië

De Joegoslavische oorlogen begonnen zo’n beetje in 1991, toen dat land uit elkaar begin te vallen. Het bestond ooit uit wat nu de volgende landen zijn: Slovenië, Macedonië, Kroatië, Bosnië-Herzegovina, Montenegro, Kosovo en Servië. Na de dood van alleenheerser en communist Tito in 1980, begon langzaamaan het nationalisme de kop op te steken. Dat werd min of meer geleid door Slobodan Milosevic, Serviër in hart en nieren, en leidde uiteindelijk tot conflicten tussen grofweg Serviërs en niet-Serviërs.

Voor Slovenië, Kroatië en Macedonië resulteerde dat in onafhankelijkheid. Niet helemaal zonder slag of stoot trouwens. Maar de echte ellende begon in Bosnië-Herzegovina. Daar had je namelijk 3 bevolkingsgroepen, die alle drie andere ideeën hadden over onafhankelijkheid. En andere geloven aanhingen, wat, zoals we weten, meestal ook niet goed samengaat. Je had de Bosniakken, de Bosnische Kroaten en de Bosnische Serviërs. En dat resulteerde dus in een burgeroorlog van ongeveer 4 jaar.


Byebye Servië

Hello Bosnië!

De Bosnische Serviërs hebben daarbij het ergste huisgehouden. Ze hielden zich bijvoorbeeld bezig met etnische zuiveringen, wat hier in Srebrenica resulteerde in het vermoorden van bijna 8500 Bosniakken op 11 juli 1995. Toen was de rest van de wereld het eindelijk beu en werd er pas echt ingegrepen.

Eind 1995 werd er een verdrag getekend waarmee er formeel een einde aan de oorlog kwam. De Hollanders hadden hier trouwens ook een rol in. Onze Dutchbatters moesten de inwoners beschermen, maar dat is duidelijk niet gelukt. Hoe dat dan precies zit moet u zelf maar even lezen.

Dus. Nou. Het herdenkingsmonument voor de val van Srebrenica en de massamoord op 11-7-1995. We zijn behoorlijk onder de indruk van het immense veld met witte kruizen.


Herdenkingsmonument

Herdenkingsmonument

Een beetje stiller dan eerst rijden we door naar Srebrenica. Daar heeft het leven zich weer aardig hersteld. We gaan er eens rondkijken en beginnen met geld pinnen. Want hier hebben ze weer ander geld dan in Servië, namelijk de Bosnische Mark.

Onderaan de straat zien we een soort restaurantje waar wat locals buiten zitten te eten. Moet dus wel goed zijn. De dame in charge spreekt geen woord buitenlands. Gelukkig zit er een heer die vraagt of ik Duits spreek. Ja hoor. Hij helpt met het menu te vertellen. Maar Mama Chef vindt het handiger als ik gewoon even in de pannen gluur wat er te halen valt. Goed idee! Dus loop ik mee de keuken in. Ik heb niet zo’n zin in goulash of kip, maar dat deegding ziet er interessant uit. Ik vermoed dat er vlees in zal zitten. Dus bestel ik dat voor ons allebei. De dame komt het brengen en gebaart naar Andy dat het mijn schuld is als hij het niet lekker vindt. Mooi mens.


Herdenkingsmonument

Herdenkingsmonument

Ondertussen vraagt een andere gast of we Fries spreken. Nee, natuurlijk niet. Maar Nederlands wel. Net zoals deze, naar blijkt, Bosnische heer die tegenwoordig in Heerenveen woont. Hij vertelt van zijn trubbelige vlucht hier naartoe. En later als wij aan de koffie zitten, komt hij nog even verder kletsen. Hij vertelt dat zijn vader hier in 1995 is overleden, Inderdaad, samen met die bijna 8500 anderen. Zijn moeder is eerst naar, ik dacht, Rusland gevlucht, maar na de oorlog teruggekeerd naar het ouderlijk huis. Daar is ze een paar jaar geleden overleden. De man vertelt over Srebrenica en de omgeving. Hoe hier gezonde waterbronnen zijn. En zilvermijnen. Over de oorlog hebben we het verder niet. Dat lijkt ons niet gepast.

We nemen afscheid en gaan afrekenen met Moedertje Chef. We moeten 5 mark betalen. Oh ja, de deegdingen waren inderdaad gevuld met vlees en erg lekker. En de koffie was espresso-achtig: sterk en heerlijk! En dat voor €2,50…


Srebrenica

Beschoten huis in Srebrenica

We gaan maar eens verder en vragen Gertrude waar we naartoe moeten. U moet over Gertrude weten dat ze heel erg meedenkt. Als we haar aanwijzingen negeren, komt ze onmiddellijk met een alternatief aanzetten. Zoals nu. We begrepen blijkbaar niet zo goed wat ze bedoelde en slaan onbewust rechtsaf. Dat bleek de verkeerde kant te zijn, maar dat hadden we niet in de gaten. Want Gertrude komt meteen met een alternatief. Die volgen we braaf.

Het eerste stuk is prachtig, de berg omhoog en daarna weer naar beneden. We slaan rechtsaf als Gertrude dat vraagt en dan nog een keer, hoewel we ons wel afvragen of dat de goede weg is. We hebben vooralsnog blind vertrouwen. De weg wordt wel meteen smal. En slecht. En nog slechter… Ach, het is maar 7 kilometer. Maar al gauw wordt dat een behoorlijke uitdaging. Dit is geen weg meer te noemen, maar een bospad! Toch blijven we nog even doorrijden. Tot Gertrude ons een enorm modderpad op wil hebben. De andere optie is rechtdoor, door wat een riviertje lijkt te worden… Nou, sorry hoor, maar hier geloven we toch niet in! We draaien om.


Dit is geen weg!

Echt niet!

En dan kom ik er dus achter dat Gertrude gewoon een alternatieve route had bedacht, omdat wij blijkbaar in Srebrenica verkeerd waren gereden. Ze had ook gewoon even kunnen vragen of we om wilden draaien… Dus rijden we het hele stuk weer terug. Naar Srebrenica, ja.

Goed, terug bij  het plaatsnaambord. Oh, kunnen we hier mooi even zand meenemen voor Carmen. Die spaart zand uit de hele wereld, dat ze bewaart in kleine flesjes in een letterbak. En wij kunnen haar een heel eind helpen aan zand uit alle windstreken.

We rijden weer een stukje terug richting Servische grens, maar nu slaan we in Bratunac linksaf. Zo komen we vanzelf op de M19 naar Sarajevo uit. Tenzij we doen wat Gertrude wil. Het rare mens wil ons steeds maar van de M19 af hebben. Neehee, we blijven gewoon over deze weg, we willen geen rare binnenweggetjes meer!

Tegen 6 uur komen we bij Sarajevo aan, onze eindbestemming. Nu luisteren we maar weer eens en Gertude loodst ons netjes naar ons onderkomen: Pansion Stari Grad. Dat ligt aan de rand van het oude centrum. We parkeren op het naastgelegen terrein, tegen betaling van 4 euro per dag. Het is namelijk een openbare parkeerplaats, niet van ons pension.

Dan inchecken. We krijgen een kamer op de bovenste verdieping, op de 3e. Prima kamer. Daar houden we het wel 2 nachten in vol.

Als we geïnstalleerd zijn, gaan we de stad in. We hoeven alleen maar even over te steken en dan zijn we op het plein van de Sebilj Fontein. Die is beroemd. Ik snap alleen niet waarom ze het een fontein noemen. Er komen slechts een paar miezerige straaltjes uit, ik dacht, 4 kraantjes. That dont impressin’ me much!


Ons pension

En ons uitzicht

We wandelen eerst door de gezellige straatjes naar het water, de rivier Miljacka. Daar bewonderen we de Turkse Brug. Als we ons omdraaien, kijken we naar restaurant Konyali. Laten we nou toevallig honger hebben! We bestellen allebei een mixed kebab met frietjes. Tja, het smaakt wel, maar we zijn niet erg onder de indruk. We vinden het personeel ook niet erg aardig. Ze zijn erg druk met tafels dekken en het lijkt erop of de spontane gasten eigenlijk een beetje in de weg zitten. Want hoewel we al even naar de toetjeskaart kijken, komt niemand vragen of we nog iets willen. Dus laat maar. En laat de fooi ook maar zitten. We betalen met creditcard de verschuldigde 48 mark (24 euro) en wandelen op ons gemakje weer door de oude buurt terug richting pension. Daar gaan we nog even lekker relaxen en dan lekker slapen!


Dag 4 – Zondag 28 mei 2017

Weer: Zonnig en 22 graden
Doel: Sightseeing Sarajevo en Tunnel Museum
Gereisd: Auto en lopend
Hotel: Pansion Stari Grad, 75 mark / €45,-

Prachtig Sarajevo

It’s a beautiful day! The sun is shining. En gelukkig niet zo benauwd als nu in Nederland, waar het tropisch warm is en dus code geel geldt voor onweer en hagel…

We beginnen de dag met ontbijt in ons pension. Dat is zelfbediening, maar best goede keuze. We eten het lekker buiten op het terrasje op.

Om half 11 gaan we op pad. Naar het fort bovenop de berg. Want vanaf daar schijn je een geweldig uitzicht over de stad te hebben. Het is maar 600 meter, dus te voet te doen. Toch besluiten we de auto te nemen. Dan kunnen we namelijk vanochtend ook naar het Tunnel Museum, dat niet op loopafstand is. En dat blijkt een goede keuze, om met de auto te gaan. Want die 600 meters gaan behoorlijk stijl omhoog. Dat hadden we waarschijnlijk nooit gered. Of we waren meteen klaar geweest voor de rest van de dag.


Dare devil Andy

Het oude fort

Het fort zelf stelt niet veel voor, het is eigenlijk een ruïne. Maar het uitzicht…. Magnifiek! Je ziet de hele stad, die er best indrukwekkend uitziet vanaf hier. Groot ook.

Als we uitgegaapt zijn, gaan we zoals gezegd naar het Tunnel Museum. Terwijl we daar naartoe rijden, zien we een auto wasserette. Daar hebben we dringend behoefte aan, want door die onbedoelde bosrit gisteren door kuilen en modderplassen ziet onze auto er niet meer uit. De modder zit tot op het dak! We moeten even wachten tot we aan de beurt zijn. Ondertussen leg ik uit dat we niet Servisch zijn, maar Hollands en dat dit niet ónze auto is maar een huurauto. Want we hebben natuurlijk Servische nummerplaten. Ik weet niet of het uitmaakt, maar we worden vriendelijk behandeld.


Uitzicht over Sarajevo

Daar ergens is ons pension

Als we aan de beurt zijn, rijdt Andy de auto de wasserette in. Of eigenlijk de cabine. Twee mannen gaan meteen aan de slag om hem helemaal schoon te maken. Oh ja, want dat wordt met de hand gedaan. Je hebt er dezelfde behandelingen als in een wasserette zoals bij ons, maar dan handmatig uitgevoerd. Ik geloof dat ze nog geen kwartier bezig zijn en dan blinkt ons rode duiveltje weer helemaal. En dat voor 3 mark, oftewel €1,50… Ik geef 5 mark.

We rijden het laatste stuk naar het museum. Dit is het einde (of het begin, dat kan ook) van de tunnel die in 1993 is gegraven. Inderdaad, tijdens de oorlog, toen Sarajevo bezet was. De tunnel gaat onder de landingsbaan van het vliegveld door. Want naar Sarajevo gaan óver die baan, tijdens die oorlog, resulteerde meestal in neergeschoten worden. En dus met dodelijke afloop. Daarom is men 4 maanden en 4 dagen bezig geweest om deze tunnel te graven.

Er werd vanuit beide kanten gegraven en op 30 juli 1993 kwamen de werkers elkaar tegen. De “Tunnel of Hope” was klaar! Nu kon men de mensen in Sarajevo helpen. Met voedsel, brandstof, elektriciteit, militaire middelen en wat er verder nodig was. En door ruim een miljoen mensen uit Sarajevo te smokkelen. Vluchtelingen, gewonden maar ook overledenen. De tunnel was slechts 800 meter lang, 1,5 meter hoog en 1 meter breed. Maar was dus perfect geschikt voor haar doel.

Nou, en hier zijn we nu, bij het museum dat eromheen is opgesteld. Het begint in een huis vol kogelgaten. De entree is 10 Bosnische mark per persoon, dus ongeveer 5 euro. Daarmee wordt het onderhoud en voortbestaan van oorlogsgraven, herdenkingscentra en musea gefinancierd. Goed doel dus. Het is geen groot museum, maar wel erg indrukwekkend. Dat is het trouwens ook als je door de wijk rijdt en al die beschadigde huizen ziet. Er is bijna geen flatgebouw of woning zonder kogelgaten te vinden. Bizar hoor.


Tunnel museum

Tunnel museum

De tunnel begint (of eindigt, dat kan dus ook) in het huis. Maar eerst kijken we buiten. In een bijgebouw kunnen we een film volgen die vertelt over de oorlog en deze tunnel. Achter het bijgebouw is een soort expositie van bommen en granaten. Letterlijk; er zijn 2 mijnenveldjes waarin we die dingen zien liggen. We lopen terug naar het huis en naar de tunnel. Displays laten zien hoe men mensen & waar door de tunnel kreeg. En we kunnen hier door de tunnel lopen. Die komt een klein stukje verder weer in de tuin uit. Het vervolgstuk onder de landingsbaan door hebben ze inmiddels dicht gestort.

Als we zijn uitgekeken, rijden we naar ons volgende doel. Dat is de Avaz Twist Tower. Dat is een wolkenkrabber en het hoogste gebouw in Bosnië. Er is op 100 meter hoogte een restaurant in gevestigd en nog een paar verdiepingen hoger is een uitkijkterras. Het is een mooi, modern gebouw. Maar we hebben eigenlijk geen zin erin te gaan. We hebben vanochtend al zo’n mooi uitzicht gehad bij het fort. Nee, we vinden het wel genoeg zo.

We gaan terug naar ons pension, zodat we vanmiddag nog lekker door de stad kunnen struinen. Of…. Om 2 uur begint de Formule 1 race van Monaco. Het is 10 voor 2. Andy houdt van Formule 1, ik hou van Andy. Dus kijken we eerst de race; we hebben een tv in de kamer waarop RTL te ontvangen is.

Om 4 uur zijn ze klaar en gaan wij de stad verder verkennen. We lopen eerst naar het kopersteegje. Daar zitten mensen lekker cevapcici te eten. Dat willen wij ook wel! We bestellen elk een portie van 5 worstjes met brood. Lekker hoor. En dat voor 12 mark, dus 6 euro.


Nieuw gebouw in Sarajevo

Oud gebouw in Sarajevo

Dan lopen we naar de rivier de Miljacka. We bewonderen de Latijnse brug en de gebouwen om ons heen. Dan wandelen we rustig richting de Kunstacademie. Dat is namelijk in een erg mooi gebouw gevestigd. Ervoor een brug met een modern bouwsel erop. Dus. We slaan rechtsaf en aan het einde weer rechts. Zo lopen we op de winkelstraat Ferhadija af. Die zal uiteindelijk eindigen in de oude buurt.

Onderweg komen we langs een ijsstalletje. Daar hebben we wel zin in. In het centrum gaan we een tijdje op een bankje zitten kijken naar schakende mannen. Die spelen reuzenschaak, met pionnen van een halve meter hoog. Dan wandelen we door de oude stad, terug naar de boom-met-bank voor de beroemde Sebilj fontein. Even een tijdje mensen kijken, altijd leuk.


Straatbeeld Sarajevo

Schakende mannen in het park

Eigenlijk zouden we weer iets moeten eten, want het is al half 7 geweest. Maar we hebben helemaal geen honger. Dus gaan we terug naar ons pension. Eens even bijkomen van deze prachtige dag en de flinke wandeling die we zojuist hebben gemaakt. Zo rond 9 uur besluiten we nog even naar het centrum te lopen voor een klein hapje. Broodje dönner of zo. Een flinke schaal mixed grill it is…. Ja, dat klonk toch wel erg lekker en dat is het ook! We krijgen een schaal vol verschillende soorten vlees, salade, rijst en frietjes en ook nog broodjes erbij. Ik moet zeggen, we komen een heel eind samen.

Naast ons gaan 2 meiden zitten die uit Bergen op Zoom blijken te komen. We kletsen even gezellig. We rekenen af: 35 mark voor de berg met eten en drinken erbij. Da’s voor niks. Met een tientje fooi erbij hebben we €22,50 betaald. We wandelen nog even door het oude centrum en gaan dan maar weer eens richting pension Het is inmiddels half 11.


Dag 5 – Maandag 29 mei 2017

Weer: Prachtig, 28 graden maar liefst
Doel: Mostar, Blagaj, Pocitelj en Kravica
Gereisd: Sarajevo naar Mostar, 226 km
Hotel: Patria, 65 mark / €31,50

Route Sarajevo naar Mostar

We zijn vroeg wakker en zitten ook al vroeg aan het ontbijt. En zo kunnen we ook vroeg op pad: voor half 10 zitten we in de auto. Op weg naar ons eerste doel van vandaag: Konjic. Da’s een uurtje rijden en daar hebben ze een mooie brug, zeggen ze. Nou, en dat klopt ook wel. Je bent er zo uitgekeken, dat wel. Maar leuk stopje onderweg. Naar Blagaj.

We vragen Gertrude ons daar te brengen. En die tuttebol komt weer met een exotische route aanzetten. Het eerste stuk de berg op en weer af gaat nog wel. Maar dan wordt het alweer erg landelijk en smalletjes. We kijken toch maar even wat ze eigenlijk van plan is. Oh, helemaal binnendoor naar Blagaj. Dacht het niet… We keren mooi weer om. Moeten we weer die mooie berg over. Prima ritje, beetje jammer dat we er bijna een uur door verspelen.


We gaan weer op pad

Brug in Konjic

Terug in Konjic geven we een plaatsje dichterbij en aan de snelweg in. Gertrude doet eerst nog wel eigenwijs, maar wij blijven stug de bordjes Mostar volgen en dus negeren we stug haar wens om ons af te laten slaan. Uiteindelijk heeft ze het door en brengt ons in Blagaj.

We rijden langs de prachtige groen/blauwe rivier Buna. Wat is het hier mooi zeg! Blagaj ligt aan die rivier, gebouwd tegen een rotswand. En daar is een mooi wit huis gebouwd. Dat is een Kodak-momentje en een veel gefotografeerd plekje. Om bij het huis te komen moeten we entree betalen: 4 markjes. We kunnen een eind richting eindpunt rijden en parkeren daar. Genietend van het heerlijke weer wandelen we tussen souvenir standjes door naar dat mooie plaatje.

Het valt trouwens op dat ze hier helemaal niet opdringerig zijn, als het gaat om souvenirs verkopen. Heel wat anders dan in Marokko of Indonesië! Een stuk prettiger wel.

We waren eigenlijk van plan hier koffie te drinken en misschien wel te lunchen. Maar het stikt hier van het vliegend ongedierte. Laat maar, dat vinden we niet zo smakelijk. Dus als we uitgekeken zijn, wandelen we terug naar de auto en vervolgen onze route.

Naar Pocitelj. Dat is een schattig dorpje. Het is maar klein en voor we er erg in hebben zijn we er voorbij gereden. Oeps. Even omdraaien dus. We rijden het dorpje in en parkeren de auto. We zien een restaurantje. Mooi, want: dorst en honger. Oh, ze hebben alleen pizza. Hmm. Nou, toe maar dan, dan delen we een pizza.


Pocitelj

Kravica watervallen

Als die op is, nemen we een kijkje in het plaatsje. Er is een oude moskee en wat oude gebouwen en samen is het een mooi dorpje.

We gaan weer verder. Naar Kravica. Daar zijn watervallen. Hele mooie watervallen. En veel; een stuk of 8 naast elkaar. Om ze goed te zien moet er alleen wel een wandelingetje worden gemaakt. Naar beneden en dus ook weer omhoog. Andy ziet dat niet zitten. Ik wel, want ik heb erg uitgekeken naar deze watervallen. Dus koop ik voor 4 mark een kaartje en wandel naar beneden, terwijl Andy me uitzwaait.

Nou, die wandeling is zeker de moeite waard! De watervallen zijn werkelijk prachtig. Onderaan het pad is een strandje en een restaurantje en er heerst een gezellige sfeer. Ik klauter weer naar boven, wat inderdaad 2x zo lang duurt als naar beneden. En ik geef het toe, het is best een pittige klim. Maar ik zou het zo weer doen, want wat een magnifiek gezicht!


Terug naar Mostar

Terug naar Mostar

Andy komt mij met een koele auto en koud drinken tegemoet gereden. Dat is fijn. Zo, en nu naar Mostar, onze eindbestemming van vandaag. Of eigenlijk terug naar Mostar, want daar zijn we natuurlijk al langs gereden toen we naar Blagaj gingen. We nemen nu alleen een andere route en hebben zo een prachtig zicht op de stad als we er aan komen rijden.

Gertrude brengt ons in de buurt van ons hotel. Nou ja, niet helemaal. We komen tussen flatgebouwen terecht, wat meer op een woonwijk lijkt dan een plek voor een hotel. Na 3 rondjes stap ik bij de bakker naar binnen en ga maar eens vragen. Oh, we zitten wel soort van goed. Maar we moeten nog een stukje doorrijden en dan linksaf. Dus doen we dat.


DE brug van Mostar

…en van de andere kant gezien

En inderdaad, daar zien we ons hotel. Het is een mooi, modern hotel en onze kamer is helemaal top. Lekker ruim, mooie badkamer, moderne spullen. Niks mis mee. En wat nog mooier is: het is 5 minuten lopen van DE bezienswaardigheid van Mostar: de brug in het oude centrum. Gewoon de straat uitlopen en dan ben je er. Dus doen we dat. De straat uitlopen naar DE brug.

Het oude gedeelte is volledig gericht op toeristen, met allemaal kleine winkeltjes en restaurantjes. Maar dat geeft niet, wij vinden het hier leuk. De gebouwen om ons heen zijn prachtig, met natuurlijk als hoogtepunt die brug. We lopen er overheen en dan nog een stukje door, zodat we een mooi zicht op de brug hebben.


Mostar

Mostar

Die brug heet “Stari Most” en ziet er keurig en eigenlijk best nieuw uit. Dat komt doordat hij in 1993 tijdens de oorlog is verwoest. In 2001 is men begonnen met de herbouw. Dat deden ze zoveel mogelijk met de oude stenen, die gelukkig nog in de rivier eronder lagen.

Ik zie in 1 van de kleine winkeltjes mooie armbanden. Allemaal handgemaakt, door de aardige jongedame die me helpt. Ik kies een mooie armband met bijpassende ring uit. Het is van koper met gekleurd glas en erg apart. Kost maar 5 euro. Nou, das natuurlijk niet duur!

We wandelen weer terug de brug over en slaan dan rechtsaf. Daar zitten allemaal restaurantjes met een terras aan het water en dus uitzicht op de brug. Uitstekende locatie! Andy bestelt een mixed grill, ik iets met kip. Salade en drinken erbij en wij eten weer heerlijk. De prijzen liggen hier wel een pietsie hoger. Aangezien we niet genoeg markjes meer hebben, betalen we 35 euro. En 5 euro fooi. Oh, we willen eigenlijk nog wel koffie. Kunnen we dat mooi opdrinken terwijl het donker wordt en de brug verlicht wordt. We krijgen de koffie gratis. Aardig hoor.

We lopen terug naar ons hotel. Het is inmiddels half 10, dus wordt het wel wat. We gaan lekker douchen, relaxen en duiken dan ons nest in.


Dag 6 – Dinsdag 30 mei 2017

Weer: Warm, 28 graden!
Doel: Ston, Mali Ston en naar Kroatië
Gereisd: Mostar naar Lapad, 164 km
Hotel: Studio Marin, 280 kuna / €37,50

Route Mostar naar Dubrovnik (Lapad)

We komen vandaag een beetje traag op gang. Gelukkig is er tot 10.30 ontbijt. We kunnen kiezen hoe we ons ei willen. Doe maar als omelet. Met brood en beleg erbij is dat een prima ontbijt. Dan pakken we in en checken we uit. We hebben nog 50 Bosnische markjes. Dat is net te weinig om de kamer te betalen en teveel om over te houden. Vandaag verlaten we Bosnië namelijk weer en komen voorlopig niet terug. Dus vraag ik of we in markjes kunnen betalen en dat aan mogen vullen met euro’s. Ja hoor, geen punt. Er moet nog iets van 7 euro bij. Ik heb alleen een tientje, zij geen wisselgeld. Ach, laat maar zitten.

We gaan op weg. Eerst naar Stolac, dan via Huvoto naar Neum. We verdenken Gertrude ervan dat haar levensmotto is: “een dag geen rare route = een dag niet geleefd” …. Ze stuurt ons weer eens een bergpad over. Ja daag, we draaien weer om. Oh, nu weet ze wel een normale weg. De M17. Nou ja, normaal; hij is wel erg smalletjes en bochtig. Maar: prachtig! Lekker door de bergen over weggetjes die aan Ierland doen denken.


Ergens onderweg

Prachtige route naar de kust

Na een tijdje zo toeren komen we in Neum aan. Dat ligt aan de kust, aan het ieniemienie stukje kustlijn dat Bosnië rijk is. Ieniemienie, want net buiten Neum is al meteen de grens met Kroatië. Daar staat een klein rijtje, maar het gaat vlot. Al snel zijn we aan de beurt. We geven onze paspoorten, laten het mapje met autopapieren zien en mogen verder. Deze keer helaas geen nieuwe stempel in onze paspoorten. Wel een nieuw land: #44: check!

We volgen de kustweg richting Dubrovnik. En die kustweg is werkelijk schitterend! Het is hier ook meteen een stuk drukker / toeristischer. We zijn blij dat we hier niet in de bouwvak zijn, dan is het vast afzien en de rij voor de douane vast een stuk langer.


Onderweg naar de kust

Neum, enige kustplaats van Bosnië

In Mali Ston slaan we af. Eerst rijden we naar Ston, want daar hebben ze een mini Chinese muur. Geen idee waarom, maar dat is nou eenmaal zo. Oh, om het schiereiland dat hierachter ligt te beschermen. Tegen de Venetiërs. Naar volk is dat. Tenminste, dat waren ze in de 14e eeuw. Toen waren ze uit op de hier gelegen zoutvelden. Dus bouwde Ston een muur. Een soort Chinese muur. Hij is 5 kilometer lang en had ooit 40 torens. Nu zijn er nog 20 over.

We parkeren de auto en ik wil een parkeerkaartje kopen. Lukt niet. De kiosk waarnaar wordt verwezen verkoopt geen kaartjes. De automaat lust alleen muntgeld. Dat hebben we nog niet. Ik heb wel vast kunaatjes gepind. Da’s de muntsoort die ze hier hebben. Maar ik kreeg uiteraard alleen papiergeld uit de automaat. Nou, dan wagen we het erop en huppelen even snel naar de muur op en neer. Nee we hoeven er niet op. Weet je hoe hoog dat is en hoeveel traptreden? Ons niet gezien.

We stappen gauw weer in de auto en rijden een klein stukje terug naar Mali Ston. Dat is een allerschattigst kustplaatsje en ligt aan de andere kant van die Chinese muur. We zien een restaurantje en een gratis parkeerplaats. Kijk, zo kan het ook. We lopen door het restaurant meteen naar het terras. Mooi hoor! We zitten nog maar net of er worden ons allerlei vissen en schaaldieren getoond. Uhm, we dachten eigenlijk meer aan een kop koffie en een simpele uitsmijter of zo. Dat hebben ze niet. Ze hebben alleen uitgebreide visgerechten. We verontschuldigen ons en gaan gauw weg.

Rond het haventje van Mali Ston zitten nog een paar restaurantjes. Allemaal van hetzelfde soort. Ach laat ook maar, we rijden door naar Dubrovnik. Daar hebben we voor 2 nachten een appartement geboekt in Lapad, het schiereiland dat ongeveer 2,5 kilometer van de oude stad ligt. In hartje Dubrovnik is het namelijk lastig een slaapplaats te vinden die voldoet aan onze voorwaarden (betaalbaar, airco, parkeerplaats, eigen sanitair, waardering 8 of hoger). Dit is wel zo makkelijk.


Pittoresk Mali Ston

Dubrovnik

Moeten we het wel eerst even vinden natuurlijk. Dat is nog een klusje. Gertrude weet het niet precies. Oh wacht, in Kroatië kan Andy zijn Vodafone-bundel gebruiken! Mooi, dan vragen we Google Maps om ons er te brengen. En dat lukt. Soort van. Het bevindt zich namelijk in een heel smal straatje tussen 2 hoofdstraten in. Vanaf de kant waar we nu zijn kun je daar niet met de auto in. Tenzij ons Fiëstaatje heeft leren traplopen. Nee, dacht het ook niet.

Eigenaar Robbie van Studio Marin laat ons ons appartement zien. Dat is helemaal prima, voor hetgeen we het bedoeld hebben. Het is ruim genoeg, met eigen badkamer en keukentje. En een zithoek en terrasje. Niet het nieuwste of modernste, maar goed genoeg voor ons. En we kunnen de auto om de hoek kwijt. Robbie rijdt even met Andy mee zodat hij de weg kan wijzen, aangezien we nu dus ergens bovenaan de straat geparkeerd staan.

De boulevard van Lapad is 5 minuutjes lopen. Dus als we zijn geïnstalleerd gaan we daar naartoe . Het is een mooie wandeling langs de kust en aan de boulevard zitten allerlei restaurantjes. We kiezen er eentje uit en bestellen een Dubrovnik meat plattter. Die is… nou, ik zou hem niet aanbevelen. De prijs is wel behoorlijk vinden we, we betalen 386 kuna. Da’s ruim 50 piek! Nee, we hoeven geen toetje. Want die halen we bij de buurman, die een ijssalon heeft. Als we die op hebben, wandelen we rustig terug naar ons appartement.


Dag 7 – Woensdag 31 mei 2017

Weer: Alweer een graadje of 28
Doel: Dubrovnik City Walls
Gereisd: Met de bus naar Old Town
Hotel: Studio Marin, 280 kuna / €37,50

Old Town Dubrovnik

We nemen de bus naar de Old City. Dat is reuze makkelijk en lekker goedkoop. Bus #4 stop direct bovenaan ons straatje, gaat elke 20 minuten en kost slechts 15 kuna per persoon per enkele reis. Ik wilde meteen een retourtje kopen, maar dat gaat niet. Meneer verkoopt alleen enkeltjes, die een uur geldig zijn. Oh okay.

Het is ongeveer een kwartiertje naar de Pile Gate. Dat is 1 van de 3 toegangspoorten tot de oude stad. Om de oude stad staat namelijk een hoge, dikke muur. Hoog: gemiddeld 24 meter maar liefst. En dik: van 1,5 tot 6 meter op sommige plaatsen. Je kunt over de muur wandelen. En dat is leuk. We kunnen er vanaf hier op. Moeten we wel een kaartje kopen. Het kost ook wel wat: 150 kuna per persoon, dus €20,-. Hopelijk hebben we dan ook wat.

We moeten eerst een steile trap op. Logisch, want hoe kom je anders bovenop de muur? De wandeling is een eenrichtingsweg. Dat is maar goed ook, want op sommige punten is het erg smal. Maar wat is het prachtig! We hebben uitzicht op zee, uitzicht op de prachtige oude stad, op onnoemlijk veel mooie oranje daken en op de haven.

Hoewel het best een beetje druk is op de muur, is de sfeer leuk. Er zijn ook wat bredere stukken en daar zit soms een restaurantje of een tentje dat drinken of souvenirs verkoopt. Ergens halverwege zoeken we een plekje aan de muur, met uitzicht op het kleine eilandje aan de overkant. Tijd voor koffie en een omelet. We zijn er inmiddels achter dat Dubrovnik geen goedkope bestemming is. Prijzen zijn aardig gelijk aan die in West Europa. We moeten hier bijvoorbeeld 127 kuna betalen voor de omeletjes met drinken. Da’s €17,15. Best duur.

Anyhow. We wandelen weer rustig verder. Het laatste stuk is nog even een uitdaging, omdat we een aantal trappen omhoog moeten. Maar nogmaals: het uitzicht is fenomenaal! Aan het einde moeten we uiteraard weer naar beneden, om op de begane grond te komen. We puffen even na bij de fontein tegenover de ingang. Iedereen vult flesjes water bij de fontein, dus doen wij dat ook. Mwa, zit een raar smaakje aan, beetje noterig.

Naast ons bij de fontein zit een meneer in klederdracht vreselijke muziek te maken. Nou ja, vreselijk is misschien overdreven, maar hij speelt iets van 2 verschillende noten en dat verveelt snel. Andy filmt hem toch maar even en geeft hem uiteraard geld. Dat hoort immers zo. De meneer vindt dat we met hem op de foto moeten. Andy en ik maken ruzie wie er moet. Ik ben de lul…


Prachtige oranje daken

…doen het goed met bougainvillea

We wandelen door de stad naar het Luza Plein. Daar zien we een terrasje waar we wat te drinken nemen. Het is namelijk erg warm en dus dorstig weer. Vooral na zo’n inspannende wandeling als net op de muur.

We lopen een kerkje binnen, gluren in een souvenirwinkel en dan hebben we het wel zo’n beetje gezien, vinden we.

We zoeken de bushalte weer op. Bij de kiosk kopen we kaartjes voor de terugreis. Die zijn nu iets goedkoper dan in de bus; we betalen nu 12 kuna per persoon. Da’s dan weer wel goedkoop: €1,60 per kaartje. We moeten even wachten tot de bus er is. Die zit aardig vol, maar we hebben een plekje achterin gevonden.


Terrasje op de muur

Lief op de muur

Na weer ongeveer een kwartier zijn we in de hoofdstraat die langs ons zijstraatje gaat. We gaan eerst eens even douchen en bijkomen.

Rond 6 uur wandelen we naar de boulevard. We zien een bord die het beste grill restaurant van Lapad aanprijst. Dat bord staat naast de tourverkoop-jongen. Die zegt dat het een erg goed restaurant is. Hij geeft ons een menukaart, schrijft zijn naam erop en zegt dat we daardoor een gratis welkomstdrankje zullen krijgen. Oh, we gaan nu eten? Wacht, dan brengt hij ons even; hij weet een binnendoor-paadje. Okay. Het is een aardige jongen, die in de winter in Zagreb woont en hier voor het seizoen werkt. Hij zet ons af bij het restaurant. Andy bedankt hem met 10 kuna en we zoeken lekker en tafeltje buiten uit.


Uitzicht op de haven

En nog een beetje muur

We krijgen inderdaad een welkomstdrankje. Iets met caramelsmaak en alcohol. Andy bestelt een peppersteak, ik een tonijnsteak. Is lekker hoor! We betalen €47,45 en leggen 50 kuna fooi op tafel.

Aangezien je hier een aantal ijssalons hebt, hebben we ons als toetje een ijsje beloofd. Maar eerst wandelen we nog even over de boulevard en genieten van het uitzicht over de baai. Dan op zoek naar een ijsje, aan het einde van de straat. Lekker hoor.

We lopen nog even langs de supermarkt om wat drinken in te slaan en wandelen terug naar ons appartementje.


Dag 8 – Donderdag 1 juni 2017

Weer: Eentonig: 28 graden
Doel: Perast, Kotor en bergrit Lovcen
Gereisd: Lapad naar Budva, 220 km
Hotel: Garni Hotel Koral, €36,- per nacht

Route Dubrovnik naar Budva, Montenegro

Ons verblijf in Kroatië zit er alweer op, vandaag reizen we weer verder. Dus pakken we in, rekenen we af en vertrekken we. Een beetje laat. Om kwart voor 11 zitten we in de auto.

Eerst moeten we de stad uit zien te komen en dan rijden we langs de prachtige kust naar de grens met Montenegro. Da’s maar 3 kwartier rijden. Je bent er sneller dan dat je door de douane bent, blijkt. We moeten even wachten voor de Kroatische douane. Die bekijkt onze paspoorten en wenst ons een fijne reis. Bedankt. En dan schuifelen we door tot het hokje van de Montenegrijnse douane. Dat duurt een klein eeuwigheidje. Uiteindelijk zijn we een uurtje bezig geweest om langs beide posten te komen. Ook hier stelt de passage weinig voor. Onze paspoorten worden bekeken, we krijgen een nieuwe stempel erbij. Andy houdt de groene kaart van de auto omhoog en dan vindt de beambte het allemaal prima. We rijden land #45 binnen. Check!


Mooi hier!

Schattig Perast aan de Kotor Baai

Was de rivièra van Dubrovnik, zoals het zichzelf noemt, al erg mooi, de kustweg hier in Monenegro is prachtig! We rijden om de baai van Kotor naar Perast. In die baai liggen 2 eilandjes: Sveti Djordje en Gospa od Skrpjela. Heeft u dat? Op het eerste staat een klooster en ligt een begraafplaats. Het tweede eilandje is een kerkeiland dat bezocht kan worden.

Dit lijkt een ideale plek om even te stoppen. Bovendien moet ik vreselijk nodig naar de wc, hebben we best een beetje honger en ook nog zin in koffie. Dus parkeren we de auto en wandelen langs de kust naar een restaurantje met een terrasje aan het water. En uitzicht op die eilandjes.

We bestellen allebei een portie cevapi. Dat is een beetje dom, want het blijkt een enorme berg met eten te zijn, dat we beter hadden kunnen delen. Want nu eten we veel te veel. Nou ja, het is wel lekker. En we zitten hier heerlijk. Live is good.


De 2 eilandjes bij Perast

Kotor heeft visite

Als we uitgegeten en gedronken zijn, wandelen we terug naar de auto en rijden naar Kotor. Daar is het behoorlijk druk. Zal ook komen door die gigantische cruiseboot die midden in het stadje in de haven ligt.

Eén van de bezienswaardigheid van Kotor is het fort Sveti Jovan. Dat ligt op 280 meter hoogte op de berg waartegen Kotor is gebouwd. Als je dapper bent, neem je de trap er naartoe. Da’s een behoorlijke klim de berg op, dus dat gaan wij niet doen. Wij rijden lekker door en zoeken de Austro-Hungarian route op. Die kronkelt prachtig de berg op, met maar liefst 29 haarspeldbochten. Telkens als we denken dat het uitzicht niet mooier kan, wordt het nog een stukje beter. Het is hier prachtig! En hierboven heerlijk rustig.


Kotor

Kotor

De weg eindigt in Nestice, dat bekend staat om de prosciutto ham. Helaas zitten we nog steeds bomvol met cevapi-worstjes, waardoor we echt even niet aan eten moeten denken. Dus vervolgen we onze route, dwars door het Lovcen National Park naar Cetinje. En dat gaat nog verder de berg op, over een nog smaller weggetje. Oh, om door het park te mogen betalen we 2 euro entree per persoon. Euro? Jazeker! Montenegro heeft de euro. Het is nog niet officieel toegetreden tot de EU, maar heeft dus alvast dezelfde muntsoort. Vinden wij wel zo makkelijk. En daarom hadden we thuis al extra ingeslagen.

Ongeveer bovenaan de berg is een klein standje dat drank, drinken en prosciutto verkoopt. En het heeft het beste uitzicht dat je maar kunt hebben, met beneden ons Kotor. We kopen een pakje prosciutto en wat kouds te drinken, voor we verder rijden.


We rijden omhoog

En hoger, en hoger

We zouden hier naar een mausoleum kunnen gaan. Dat is een ommetje en volgens mij moeten we dan ook nog een stuk omhoog lopen. Aangezien het ook al half 5 is, slaan we dat maar over.

We rijden verder naar Cetinje en dan naar Budva, waar we voor 2 nachten een hotel hebben geboekt. Gertrude wijst ons de weg, maar we zien geen hotel. Ook niet na het 2e rondje. Bij het 3e rondje vragen we bij het kleine supermarktje. Nee, het meisje heeft er nog nooit van gehoord. We rijden nog een rondje en dan zien we het opeens. Ongeveer 20 meter vanaf het supermarktje… Later brengen we het wicht een folder van het hotel, voor het geval er weer eens verdwaalde toeristen langskomen.


Super route: Austro-Hungarian

Best hoog!

Later is: als we zijn geïnstalleerd en op pad gaan om iets te gaan eten. We komen terecht bij Kucina, dat een aardig goede waardering heeft van Tripadvisor. We gaan op het terrasje zitten. Andy bestelt een lap gevuld vlees, ik spaghetti bolognese. Ja, ik zit nog steeds vol van die cevapci van vanmiddag en ondanks dat het alweer 8 uur is, krijg ik niet veel eten naar binnen. Tegen mijn gewoonte in eet ik mijn bord niet leeg. Sorry hoor. We rekenen af – slechts 19 euro, 25 met fooi. Das niet duur.

We wandelen nog even richting centrum. Denken we. Ziet er niet echt als een centrum uit. Nou, dan laat maar, dan zoeken we ons hotel weer op. We hebben trouwens een prima kamer, lekker ruim en een badkamer met ligbad. Niks mis mee.


Dag 9 – Vrijdag 2 juni 2017

Weer: Warm, voelt als 32 graden
Doel: Sveti Stefan, Stari Bar, Ulcinj, Shkodër Meer
Gereisd: Rondje Montenegro, 156 km
Hotel: Garni Hotel Koral, €36,- per nacht

Rondje Montenegro

Vandaag gaan we Montenegro  bewonderen. Maar eerst: ontbijt. Dat is inclusief en erg uitgebreid. We eten het lekker buiten op het terras op. Daar komt om half 10 een invasie van meiden, die binnen een kwartier uitleg krijgen over het hotel, het hotel zelf te zien krijgen en dan iets lekkers en wat te drinken naar binnen werken. Ik denk dat het dames zijn die in de toerisme werken en die dit hotel moeten gaan aanprijzen. Nou ja, de wervelstorm is na een kwartier weer voorbij getrokken.

Als we zover zijn, gaan we op pad. Eerst rijden we naar Sveti Stefan, door ons meteen al omgedoopt tot Zweterige Stefan. Dat is een allerschattigst dorpje in zee en van bovenaf erg fotogeniek.


Montenegro is prachtig!

Zweterige Sveti Stefan

We hebben niet de behoefte het van dichterbij te bekijken, dus toeren we verder langs de kust. Het is hier erg mooi, maar ook behoorlijk toeristisch. Daar houden we niet zo van. Maar ik denk dat de gemiddelde vakantieganger het zeker kan waarderen. Je hebt hier immers van alles wat: strandleven, mooie ritjes door het binnenland, goed eten en lekker goedkoop. Oh, en prachtig weer. Het is vandaag 29 graden en het voelt aan als minstens 32. Dus wat wil je nog meer?

Wij willen naar ons volgende doel en dat is Stari Bar. Dat is het oude gedeelte van het plaatsje Bar. En dat is leuk. Het is vandaag blijkbaar marktdag, te oordelen naar de hoeveelheid kraampjes met verse groenten en fruit. Het dorpje zelf is erg pittoresk, me een soort ruïne van een kasteel op de berg. We strijken ergens neer voor een kopje koffie.


Stari Bar

Markt in Stari Bar

Dan door, naar Ulcinj. Daar is het nogal druk. Het is ongeveer het laatste plaatsje voor Albanië en het ligt aan zee. De haven is erg charmant. Een klein haventje met boten, een groter deel waar je lekker kunt zwemmen en zonnen en  nog een deel voor het oude fort, met uitzicht over zee. Mooi hoor.

Van Ulcinj steken we over naar de andere kant van het land, richting het Meer van Shkodër. Dat meer ligt deels in Montenegro, deels in Albanië. Wij blijven aan de Montenegro-kant.

Ik dacht dat de route langs het meer lekker rustig was, langs de kust en door dorpjes. Het blijkt een niet zo’n hele beste bergweg te zijn…


Badplaats Ulcinj

Badplaats Ulcinj

Prachtig! Andy is er iets minder van gecharmeerd, die moet immers rijden en dus concentreren op het smalle weggetje, met onoverzichtelijke bochten en af en toe een amper te passeren tegenligger. Maar het uitzicht is hier geweldig! Het eerste stuk gaat nog even van het meer af, maar dan zien we het onder ons liggen. Het lijken wel Noorse fjorden.

Zo druk als het aan de Montenegrijnse kust is, zo rustig is het hier. Gelukkig, want dit is niet bepaald een route voor veel verkeer. En je hebt er wel wat lef en rijkwaliteiten voor nodig. Mijn man heeft beide, dus het komt helemaal goed.


Wauw, het Meer van Shkodër

Of is het toch Noorwegen?

Al met al zijn we een behoorlijke tijd aan het toeren. Pas tegen 4 uur bereiken we het einde van het meer en het einde van deze fantastische route. Tijd om terug richting huis te rijden. Dus steken we het land weer over naar de kustweg en rijden dan naar Budva, naar ons hotel. Dat oversteken gaat door een tunnel waarvoor tol betaald moet worden: €2,50.

Als we terug zijn in ons hotel gaan we ons eerst eens lekker opfrissen en een beetje bijkomen. Dan kunnen we op zoek naar avondeten. Daarvoor lopen  we naar het strand. Want Budva ligt tenslotte aan zee, dus heb je er strand. Dat is een half uurtje lopen. Langs het strand loopt een gezellige promenade, die doorloopt tot aan de oude stad. Zo ver gaan wij niet. We strijken neer bij een strandtent-achtig restaurantje. Andy neemt cevapci, ik spaghetti met zeevruchten. Lekker hoor. En dat voor nog geen 2 tientjes. We wandelen nog een stukje over de promenade, tot de ijsjestent. Ha, een toetje!  Inmiddels is het half 10 geweest, dus lopen we weer rustig terug naar ons hotel.


Dag 10 – Zaterdag 3 juni 2017

Weer: Regen en zon, 15-26 graden
Doel: Door Montenegro terug naar Servië
Gereisd: Budva naar Novi Pazar, 303 km
Hotel: Hotel Dragulj, 3.670 dinar / €30,-

Route Budva naar Novi Pazar, Servië

Het wordt tijd om terug te gaan naar Servië. Dus na weer een super uitgebreid ontbijt pakken we in en gaan er vandoor. We rijden dwars door Montenegro richting Servië. En dwars over het Shkodër meer. Waar we gisteren langs reden. Nu gaan we over die brug die we gisteren in de diepte zagen liggen. Bij de brug is het nogal fotogeniek. Kodak-momentje dus.

Ik dacht eigenlijk dat het een redelijk saaie  dag zou worden. Ik heb namelijk nul verzetjes gepland en het voornaamste doel is terug in Servië zien te komen. Maar daar heb ik me in vergist, want deze rit dwars door Montenegro is fantastisch! We rijden langs magnifieke  rotswanden, waartussen een rivier canyons heeft gemaakt. Wat ongelofelijk mooi is het hier.

Oh, wat wel saai is: Podgorica. Dat is de hoofdstad van Montenegro. We rijden er dwars doorheen. Nee, ik kan echt niks verzinnen dat er de moeite waard aan is.

Het weer is trouwens ietsje minder vandaag. Beetje bewolkt en we krijgen onderweg 2x een regenbuitje. Toen we begonnen in Montenegro was het 26 graden, maar boven in de bergen nog maar 15. Nou ja, we gingen toch niet aan het strand liggen vandaag.


Nog even een blik op Budva

Nog even een blik op Budva

We proberen ons een weg te vinden tussen de bar en bar slechte chauffeurs hier. Die mensen kunnen echt niet rijden. Ze rijden rustig 40 waar je 80 mag of stoppen gewoon maar midden op de weg. Waardeloos.

De route door Montenegro is langer dan gedacht. We zijn er stiekem wat uurtjes mee bezig. En dat wordt nog erger als Gertrude weer eens een route verzint. We volgen haar aanwijzingen en krijgen al vrij snel het gevoel dat dit niet een normale route kan zijn. En dat blijkt ook, als we 10 kilometer later voor de ingang van een ski-oord staan en madam ons linksaf het karrenpad de berg op wil laten  rijden. Nou, dat dachten we niet. We rijden die 10 kilometer wel weer terug. Wat is het toch een waardeloos mens af en toe, met haar rare routes. We hebben nog zo gezegd dat we alleen autowegen willen, alleen verhard en zeker geen fiets- of voetpaden. Maar ze luistert gewoon niet. Vrouwen!

Helaas is de kaart die ik van de omgeving heb ook niet bepaald gedetailleerd, dus ik heb er weinig aan als routekaart. We moeten op gevoel, gezond verstand en herinnering op pad. We komen weer uit op de normale weg en houden nu goed in de gaten waar ze ons  langs wil laten  rijden.


Kodakmomentje aan het Meer van Shkodër

Kodakmomentje aan het Meer van Shkodër

Om een uur of 3 komen we bij de grens aan. Eerst door de douane van Montenegro. Die wil om vage reden de autopapieren zien. Vaag, want we rijden immers het land weer uit, dus wat doet het er nog toe? Maar we mogen weer verder. Naar de douane van Servië. Deze meneer wil ook nog even de autopapieren zien, we krijgen alweer een stempel in de paspoorten en mogen door. Terug naar Servië. Waar het regent. Net zoals de dag dat we hier aankwamen. Hmm, als dat maar geen gewoonte wordt…

Maar later wordt het gelukkig wel weer droog. De mooie route zoals die door Montenegro ging, gaat hier gelukkig nog even verder. Ik tik het adres van ons hotel in. Dat ligt in Novi Pazar, ongeveer 20 kilometer voorbij de grens. We volgen weer nietsvermoedend de aanwijzingen van Gertrude. Tot we langs een boerderij komen. En nog een. En bouwland. En een boerenweggetje… Zucht, de muts wil ons weer eens binnendoor over het land hebben. Nee dus.


Prachtig Montenegro

Prachtig Montenegro

We rijden terug naar de hoofdweg en pas als het er bewoond uit ziet, slaan we af en doen wat ze zegt. En zo vinden we gelukkig ons hotel, Dragulj. Er omheen wordt druk gebouwd… Oh, morgen is het zondag, dan werken ze niet. Pfoe. We hebben geen zin om weer wakker te worden van bouwgeluiden! We krijgen de sleutel van onze kamer en dat blijkt een balzaal te zijn. Giga groot, met een enorm balkon. Het heeft zelfs een halletje, met 1 deur naar de badkamer en de  andere naar onze balzaal.

Als we zijn geïnstalleerd, vragen we waar we iets kunnen eten. We begrijpen dat we met de auto moeten. Dat is jammer, want daar hadden we niet zo’n zin  in. Maar ja, wat moet dat moet. Oh, de receptiedame spreekt ongeveer 3 woorden Engels en wij ongeveer 0 woorden Servisch, dus het is vooral veel gebarentaal. Lukt ook prima.


Prachtig Montenegro

Prachtig Montenegro

We rijden naar het centrum. Veel tentjes zien er gesloten uit. Dan parkeren we maar ergens en lopen de winkelstraat in. Daar zien we diverse terrassen. Maar iedereen is aan het schoonmaken en klaarzetten, lijkt het wel. We vragen bij 2 tentjes of we er kunnen eten. Nee, nog niet open. Bij de 3e hebben we ook geen geluk. Maar deze jongeman is  zo vriendelijk om ons naar een tentje te brengen waar we wel kunnen eten. Dat zit ergens achter op een parkeerterreintje en ziet er eerder uit als een dorpshuis dan als een restaurant. Oh, en nu begrijpen we waarom alles er dicht uit ziet. We hebben in deze stad al minstens 3 moskeeën geteld… Het is ramadan… Ach natuurlijk! Het is 7 uur dus de zon is nog niet officieel onder. En dus is er nog bijna nergens eten te krijgen. Nooit aan gedacht en ook geen rekening mee gehouden. Eerlijk gezegd heb ik er helemaal niet bij stilgestaan welk geloof ze hier aanhangen. Nou, in dit deel de islam, blijkbaar.


Uitzicht vanaf ons balkon

Onze balzaal

We zijn dus in het dorpshuis terecht gekomen. We hebben iets van een kaart gekregen, maar begrijpen dat het de wijnkaart is. De aardige meneer spreekt namelijk geen Engels en wij nog steeds geen Servisch. We denken dat het hier eten is wat de pot schaft. Maar dan mag die pot wel komen. Nog maar eens vragen. Oh, het is toch de menukaart. In het Servisch, met cyrillisch schrift. Daar kunnen we geen chocola van maken. De meneer doet zijn best uit te leggen wat er staat en wat ze hebben. Ik versta schnitzel. Dat lusten we wel. Ik kan er ook nog van maken of we Wiener of Servisch willen. Nou, doe maar Servisch, we zijn tenslotte in Servië en niet in Oostenrijk. Willen we ook een salade? Ja hoor. Ik versta iets dat op “Grieks” lijkt. Dat lusten we vast wel, dus doet u die maar. Even later krijgen we elk een grote salade met brood en een bord vol heerlijk eten. De Servische schnitzel is een opgerold lap vlees, met een vulling van ander vlees en iets kaaserigs erbij. En dat in een paneerjasje. Er zitten frietjes en saladerijst bij. Het is veel te veel, maar erg lekker! En het kost ook nog eens geen knoop. Met drinken erbij zijn we 2030 dinar kwijt. Da’s €16,50. Als we echt geen hap meer naar binnen krijgen, nemen we afscheid en zoeken onze auto weer op. Terwijl we terug naar ons hotel rijden, beginnen de imams te zingen in de moskeeën. Etenstijd voor de moslims, relaxtijd voor ons.


Dag 11 – Zondag 4 juni 2017

Weer: Regen en zon, 20-26 graden
Doel: Devil’s Town en terugvlucht
Gereisd: Novi Pazar – Nis – Düsseldorf
269 km en nog wat door de lucht
Hotel: Thuis in eigen bed

Route Novi Pazar naar Nis Airport

Vandaag vliegen we terug naar huis. Vanuit Nis. Maar pas vanavond, dus we hebben de hele dag om in Nis aan te komen. We hebben zelfs tijd voor een verzetje onderweg. Eerst ontbijt. Dat kan in het gebouw achter het restaurant, voorbij de bouwplaats. We pakken de auto, want: bouwplaats. Het restaurant blijkt een verrassing. Het is een superleuk, blokhut-stijl pand dat erg gezellig is van binnen. We melden ons als gasten van het hotel. Oh, ja, kom maar eten. Normaal is er een ontbijtmenu, maar nu is er alleen omelet. Geeft niet, vinden wij toevallig lekker! Er wordt gauw even vers brood gehaald bij de bakker en even later komen onze omeletjes. Niks mis mee. We bedanken voor de maaltijd en gaan dan terug naar onze kamer om de laatste spulletjes in te pakken. Nog even afrekenen bij het chagrijnige wicht van de receptie en dan kunnen we op pad.

Op pad betekent weer een prachtige rit door bergachtig gebied. In Servië zijn niet bijster veel snelwegen; ze hebben er ongeveer 1. Dus dat betekent een 80 kilometer weg door de bergen. Niet helemaal waar Andy trek in had vandaag, maar ja, wat doe je eraan? Niets!


Onderweg

Uhm, iets met Pinksteren? (Het is Pinksteren)

Na ongeveer 3 uur toeren slaan we af voor ons verzetje. Dat is naar Devil’s Town. Of, zoals ze hier in Servië zeggen: Davolja Varos. En dat is dan weer een nationaal park, waar rotsformaties bewonderd kunnen worden. Die rotsformaties worden wel hoodoos genoemd en kun je ook vinden in bijvoorbeeld Bryce National Park in Utah, Amerika. Op zijn Hollands heet het een aardpilaar. Inderdaad, dat klinkt niet.

Om er te komen moeten we eerst 3 kwartier verder binnendoor rijden. Blijkbaar heeft het hier vannacht of gisteren gestormd, want de weg is bezaaid met modder en troep. Ach, we hebben een huurauto…

We parkeren de auto en lopen richting fenomeen. Om daar verder te mogen moeten we entree betalen. Maar liefst 700 dinar, dus €5,75.


Devil’s Town of: Davolja Varos

Op weg naar de hoodoo’s

De wandeling naar de rotsen toe is best pittig, omdat het door het bos gaat over een heus bospad en soms aardig omhoog. Onderweg komen we over bruggetjes en langs gekke oranje poeltjes. Die zijn oranje vanwege het enorm hoge kopergehalte in de grond. En dan zijn we bij het hoogtepunt. Letterlijk, want we kijken van onderaf tegen de rotspieken aan. Als je wilt, kun je op ooghoogte met ze komen. Moet je wel even een lange steile trap op. Mwa, laat maar. Wij vinden het vanaf hier al erg mooi. Dus als we uitgegaapt zijn, wandelen we terug naar de auto. Aangezien het behoorlijk warm is, tegen de 30 graden, en de wandeling inspannend, gaan we eerst even iets kouds drinken op het terras aan het begin van het park.

En dan wordt het tijd om terug te rijden naar Nis. Eerst moeten we 3 kwartier binnendoor, tot we weer op de “hoofdweg” naar Nis zitten. Niet dat dat qua weg of snelheid uitmaakt, want: wel 1 snelwegen in Servië.

Onderweg krijgen we een buitje. Blijkbaar regent het in de buurt van Nis wel vaker. Dat was tenminste ook toen we aankwamen, 1,5 week geleden. Ach, we zitten droog.

We komen rond half 4 in Nis aan. Dat is nog veel te vroeg om naar het vliegveld te gaan, dus gaan we eerst naar het centrum. Dat is op zich een centrum als in veel steden. Nou ja, deze heeft wel een fort aan het ene einde ervan, waarachter een mooi, groot park schuilt.

We hebben best een beetje trek en ik heb mijn zinnen gezet op burek, nu het nog kan. Dat is een soort pastei met vlees. Op zijn Ottomaans, oftewel een streekgerecht van de Balkan. Dus gaan we op zoek en vinden een tentje dat dat verkoopt. Lekker hoor.


Gekke oranje poel

Kunstig bosje

We blijven een beetje rondhangen in het centrum, mensen kijken en zo, tot we vinden dat we wel naar het vliegveld kunnen gaan. We rijden het terrein op, nemen een parkeerkaartje (dat we later weer afgeven aan de verhuurder) en parkeren ergens. Dan de sleutel afgeven. Andy loopt met de verhuurjongen mee terug naar de auto voor een laatste controle. Alles in orde. Nou ja, hij is een beetje vies. Maar niet zo vies als hij een week geleden in Sarajevo was…

Tja, en dan kan het Grote Wachten beginnen. Want we zijn natuurlijk veel te vroeg. Eerst wachten we tot de balies voor Ryanair opengaan, zodat we van onze koffer af kunnen. Oh ja, we hadden eerst even gewogen op de grote weegschaal in de terminal. Shit, te zwaar. Dus nog wat in de handbagage gepropt. Wat denk u? Gaan we inchecken, is hij opeens 2 kilo te licht! Stomme weegschalen.


Fort in Nis

Waar een mooi park schuilt

Het vliegveld van Nis is echt ieniemienie, dus er is geen F te doen. Ja, mensen kijken. Dus gaan we daar mee verder. Rond 7 uur vinden we dat we maar eens naar binnen moeten. Eerst door de beveiliging. Shit, daar staat best een rij. Als we er eindelijk door zijn, begint net het boarden voor onze vlucht van 20.15 uur. Ik botst bijna tegen een grondstewardess aan. Die vraagt “Priority?” Nou, toevallig wel. Loop maar meteen door dan. Oh okay. Staan we dus opeens vooraan. En zijn bijna als eerste in het vliegtuig.

Ah nee hé, naast ons een baby, achter ons 2 kleine kinderen… En inderdaad, hoop gejank, geschreeuw en stoelenschopperij onderweg. Gelukkig landen we een half uur eerder in Weeze en duurt de kwelling “slechts” iets meer dan 2 uur. We hebben koud de grond aangeraakt, of de helft van de mensen staat al op en begint aan de handbagage te morrelen. Ondanks dat er wordt opgeroepen dat ze moeten gaan zitten en dat het geen competitie is. Omdat dat niet helpt, trapt de piloot maar eens op de rem… Goh, nu gaan ze wel zitten.


Centrum van Nis

Welkom en voor ons: goodbye!

Rare mensen. We landen een half uur te vroeg, op Weeze Airport, om 22.15 uur. Niemand hoeft een aansluitende vlucht te halen, want die bestaan hier niet, aansluitende vluchten.

Anyhow. We stappen uit, lopen de terminal binnen en wachten even op onze koffer. Die komt ook al vlot. Ik bel naar het taxibedrijf dat ons gebracht had, of ze ons ook weer ophalen. Ja hoor, geen punt. Als we de terminal uitlopen, staat er al een busje klaar waar we meteen in kunnen stappen. We worden netjes bij het parkeerterrein afgezet. Zo, we kunnen naar huis! Bijkomen en nagenieten van alweer een prachtige reis!


Epiloog

We reisden dus door 4 landen. En die waren alle vier erg verschillend. Servië vonden we aardig, niet heel spectaculair. We hadden er 2 hoogtepunten en dat was het. Maar die hoogtepunten waren meteen ook erg leuk. Belgrado is een leuke stad, die behoorlijk Westers aan doet.Wij waren er een halve dag en hebben volgens ons wel alles gezien. Ik zou er dus niet apart voor naartoe gaan. Maar als u toch in de buurt bent…

Het andere hoogtepunt was Devil’s Town. Of Davolja Varos. Daar hebben we een mooie maar pittige wandeling gemaakt. Met als beloning een blik op de rotsformaties. Best bijzonder, want Servië is 1 van de slechts 25 landen waar het gekke fenomeen hoodoo te bewonderen is.

Servië heeft ook een nadeel. Dat is dat roken hier nog doodnormaal is. In restaurants, winkels, benzinepompen wordt enthousiast gepaft. Dat zijn wij niet meer gewend, we leven in Nederland bijna in een rookvrije wereld natuurlijk. En, echte gestopte-rokers dat we er zijn, dat vinden we maar smerig, die rooklucht overal.

Dan Kroatië. We waren in het zuidelijke puntje, dat er nog een beetje onderaan bungelt. Het zou logischer zijn als het bij Bosnië hoorde. Maar dat doet het niet. Het hoort nog bij Kroatië en wordt de Dalmatische kust genoemd. En die is prachtig! Dit is echt een fijne vakantiebestemming, met precies wat je van een vakantiebestemming verwacht. Heerlijk weer, zee, strand en leuke dorpjes. Oh, en een geweldige stad: Dubrovnik. De wandeling over de stadsmuur was echt fantastisch. Verwacht alleen niet dat je er een goedkope vakantie zult hebben, want de prijzen zijn er behoorlijk Westers.

Naast Kroatië ligt Montenegro. En dat was een verrassing! Wat is het daar ontzettend mooi zeg. Weg van de kust nog heerlijk ruig. We hebben er 2 hele spectaculaire tochten gemaakt.Eerst langs de baai van Kotor en door het Lovcen National Park. Later langs het Meer van Shkodër. Als je iemand blinddoekt en daar neerzet, is de kans groot dat diegene denkt dattie in Noorwegen is. Lans de Adriatische kust liggen allemaal leuke plaatsjes en mooie stranden. Hoewel hier nog niet heel bekend, is het echt op toerisme ingericht. Aan de kust was het dan ook best druk. Maar aangezien ook de prijzen in Motenegro nog wel erg leuk zijn voor ons Hollanders, is dit een geweldige vakantiebestemming. Aanrader!

Tot slot Bosnië-Herzegovina. Die heb ik speciaal tot het laatst bewaard. Want als je niet voor een strandvakantie gaat, maar voor cultuur en spectaculair mooie plekjes, dan is dit mijn tip: Ga naar Bosnië! Wij vonden het er heerlijk en hebben veel mooie dingen gezien. Vanuit Sarajevo kun je uitstekende tripjes maken. Wij gingen naar Srebrenica, Mostar, Blagaj, Pocitelj en de magnifieke Kravica watervallen. En waarschijnlijk is er nog veel meer te zien en te doen, dus dat moet u zelf maar gaan ontdekken.

Wij gaan vast nog eens terug om de rest van dit prachtige land te ontdekken. Oh, en het is er ook nog eens lekker goedkoop, de mensen zijn er aardig, dus wat wil je nog meer?!

Deze keer bleven we iets vaker 2 nachten op dezelfde plek en dat was ideaal. We hadden een prima combi van steden, natuur en rondreizen.

Al met al was dit weer een geweldige reis. Veel gezien, veel gedaan en vooral veel genoten! En… weer 4 nieuwe landen om af te vinken.

Facts & Figures  
Continent Europa
Hoofdstad Sarajevo
Regeringsvorm Republiek
Grootte tov Nederland 1,25 x groter (51.209 km2)
Aantal inwoners 3,8 miljoen / 75 per km2
Beste reistijd April tot en met september
Visum nodig? Niet voor Nederlanders
Tijdsverschil met Nederland Geen
Munteenheid Bosnische Mark (BAM): 1 mark = €0,51
Taal Bosnisch, Servisch en Kroatisch
Facts & Figures  
Continent Europa
Hoofdstad Zagreb
Grootte tov Nederland 1,36 x groter (56.594 km2)
Aantal inwoners 4,3 miljoen / 76 per km2
Beste reistijd Mei, juni en september
Visum nodig? Niet voor Nederlanders
Tijdsverschil met Nederland Geen
Munteenheid Kuna (HRK): 1 kuna = €0,13
Taal Kroatisch en Italiaans
Facts & Figures  
Continent Europa
Hoofdstad Podgorica
Grootte tov Nederland 3 x kleiner (13.812 km2)
Aantal inwoners 645 duizend / 46,7 per km2
Beste reistijd Mei tot en met september
Visum nodig? Niet voor Nederlanders
Tijdsverschil met Nederland Geen
Munteenheid Euro!
Taal Montenegrijns
Facts & Figures  
Continent Europa
Hoofdstad Belgrado
Grootte tov Nederland 1,86 x groter (77.474 km2)
Aantal inwoners 7,1 miljoen / 92,2 per km2
Beste reistijd Mei tot en met oktober
Visum nodig? Niet voor Nederlanders
Tijdsverschil met Nederland Geen
Munteenheid Servische dinar (CSD): 100 dinar = €0,82
Taal Servisch

Reacties zijn afgesloten.