Van Amersfoort naar Maastricht

Reisjaar 2020 gaat fantastisch, tot nu toe… Niet dus. We hadden onze reizen voor het hele jaar al geboekt, het zou een prachtig reisjaar worden. Maar toen kwam het coronavirus en gooide een enorme hoeveelheid roet in het eten. Onze reis naar Japan, in maart/april, werd geannuleerd. Net als onze week op de Faeröer eilanden in juni. Begin augustus zouden we een rondreis door Polen maken. Dat mocht volgens de richtlijnen van het RIVM. We zagen dat alleen zelf niet zitten.

Ten eerste omdat we ernaartoe zouden vliegen. Vliegen vonden we nog iets teveel van het goede. Bovendien bleek eind juli dat op veel plaatsen het virus weer opleefde. Ook in Nederland. Om een tweede golf te voorkomen, werden begin augustus weer wat strengere maatregelen afgekondigd. Nee, reizen naar het buitenland zagen we nog even niet zitten. Maar wat dan? We hebben sinds Kerst 2019 geen vrij meer gehad en zijn ook niet meer weggeweest. En dat is natuurlijk erg on-ons. Het wordt dus tijd om op pad te gaan.


Langs de Westsingel

Langs de Westsingel

Die week vakantie die ik voor begin augustus heb aangevraagd, blijft daarom lekker staan. Want wij gaan op vakantie in…. Nederland! Te beginnen in Amersfoort. Die stad heb ik al een tijdje op mijn lijst voor weekend-tripjes staan. We slapen er 2 nachten, zodat we een hele dag de stad kunnen bekijken. Voor de volgende dag wil ik graag in de buurt van Zalk, Overijssel, slapen. Ik kwam namelijk een tip tegen voor restaurant De Oase in die plaats. Daar zouden ze een heerlijke specialiteit hebben, die we eerder erg lekker vonden…


De Hof en Onze Lieve Vrouwetoren

De Hof

Tussen Amersfoort en Zalk ligt een verzameling Hanzesteden. Dat zijn steden die tussen de 13e en 18e eeuw waren aangesloten bij het Hanzeverbond. Dat was een samenwerkingsverband tussen Nederlandse en Noord-Europese handelssteden. Door samen te werken in een verbond, probeerden deze steden hun handel te beschermen en uit te breiden. In Nederland hadden we er maar liefst 22. Van die 22 zijn er in elk geval 9 een bezoekje waard. Dat gaan we niet allemaal in deze week doen hoor. Nee, een aantal hebben we ook al eerder bezocht. Zo waren we al eens in Elburg, Zutphen en Zwolle.

Nu gaan we naar Harderwijk, Kampen en Hasselt – in Nederland, niet in België – en overnachten in Zwolle. Van Zwolle rijden we naar Maastricht, voor de laatste 2 nachten. Is dat logisch? Nee, dat niet. Maar ook Maastricht staat al een tijd op mijn lijst. Ik vond alleen de hotels er steeds zo duur. Ja, we gaan echt geen €150,- betalen voor een nacht in Nederland! Nu kunnen we echter doordeweeks en vind ik een hotel voor hetzelfde geld, maar dan voor 2 nachten. Now we’re talking.

Zaterdag 1 augustus vertrekken we na het avondeten naar Amersfoort. Dat is ongeveer een uur rijden. Het NH hotel waar we slapen heeft een parkeergarage, voor €15,- per dag. Net om de hoek zit een parkeergarage van Parkbee, waar je voor €10,- per dag kunt parkeren. Vijf minuten lopen, 5 euro bespaard. We zijn tenslotte Hollanders… Onze kamer is prima, hoewel de airco het niet echt jofel doet. Het is zo’n centraal koelsysteem, dat je alleen een paar graden lager kunt zetten. Daar heb je geen reet aan als je je kamer wilt laten afkoelen. Dat duurt namelijk een eeuwigheid, áls het al koel wordt. Het zou verboden moeten worden dat ze dat een kamer met airco noemen.

Goed, zondag begint onze vakantie dan echt, met een lekker ontbijt in het hotel. Vanwege corona kun je ontbijten in tijdsloten van 45 minuten. Wij kiezen die van half 10. Het ontbijt is prima, genoeg keuze en lekkere dingetjes. Na het ontbijt gaan we Amersfoort ontdekken. Ik heb een wandelroute uitgestippeld die ons als het goed is langs de mooiste plekjes van de stad brengt. We lopen langs het moderne stadhuis naar de Onze Lieve Vrouwetoren.


Zuidsingel

Kamperbinnenpoort

Die is bijna 100 meter hoog en wordt daarom ook wel de Lange Jan genoemd. Als je wilt, kun je de toren beklimmen, voor een mooi uitzicht over Amersfoort. Dat kan elke dag om 14.00 uur, tegen betaling van €6,50. Je bent er een uurtje zoet mee. Wij hoeven niet zo nodig, dus wandelen we verder. Naar de Krommestraat. Daar is de winkel waar ze kaartjes voor de rondvaartboot verkopen. Vanwege de pandemie gaan er niet zoveel vaarten en kun je niet online reserveren. Je kunt alleen in de winkel kaartjes kopen.

Het blijkt helaas dat je dat dan vroeg had moeten doen, voor een rondvaart vandaag. Er is misschien nog een plekje aan het einde van de middag. Laat maar, we gaan wel lopen. We snappen de maatregelen hoor, maar als je van buiten de stad komt is het niet handig dat je niet online kaartjes kunt reserveren. Goed, we wandelen naar de Hof, waar we op een terrasje een kop koffie nemen. De Hof is een gezellig plein met allemaal restaurantjes en terrassen. Aan de rand van het plein staat pontificaal de Sint Joriskerk.


De Armen de Poth

De Armen de Poth

Na de koffie wandelen we door de historische binnenstad, die erg middeleeuws aandoet. Er is dan ook veel bewaard gebleven uit de 15e eeuw. Zo is er een stadsmuur met prachtige toegangspoorten. Om die muur loopt een watertje, waarvan ik de naam niet weet. Maar inderdaad, daar hadden we leuk overheen kunnen varen, hadden we kaartjes gehad voor de rondvaartboot… Anyhow, behalve muur en water zijn er ook schattige straatjes, prachtige panden en knusse hofjes.


De Armen de Poth

De Armen de Poth

Zo is er de Armen de Poth. Beetje rare naam voor een allercharmanst hofje. Het hofje stamt uit 1525, toen de Broederschap van de Heilige Geest hier zorg verleende aan zieken. Ze gaven ze wekelijks zelfgebakken brood, boter en andere producten van de eigen landerijen. In de volksmond noemde men dat “eten van de poth” en daarom het broederschap de “Pothbroeders”. In de 16e eeuw kwamen de Celzusters vanuit Amsterdam op het terrein van De Poth wonen.


Dreyershofje

Dreyershofje

Zij verpleegden de mensen die aan de pest leden en in de pesthuisjes op het terrein woonden. Leegstaande pesthuisjes werden gratis beschikbaar gesteld aan oudere mensen die geen dak boven hun hoofd hadden. Dat was het begin van het bouwen van kleine woningen op het terrein, in de periode eind 19e / begin 20e eeuw. En zo werd het complex een hofje, met uiteindelijk 48 woningen. Daarmee is het een van de grootste hofjes in Nederland.

Een veel kleiner en veel jonger hofje is het Dreyershofje. Dat werd gebouwd in 1936-1937 en was bedoeld voor kunstenaars met een laag inkomen. Hoewel het geen officieel hofje meer is, wonen hier tegenwoordig nog steeds vooral veel kunstenaars. Het ziet er in elk geval gezellig uit. Genoeg te zien en te bewonderen in de Keistad, de bijnaam van Amersfoort. Die bijnaam kreeg ze in 1661, toen ene Everard Meyster in de kroeg een weddenschap aanging.


Koppelpoort

Koppelpoort

Hij wedde dat hij de Amersfoorters zo ver zou krijgen om een reusachtige steen de stad in te slepen. Die kei lag een kilometer of 6 verderop, op de Utrechtse Heuvelrug. Meyster wist zijn stadgenoten ervan te overtuigen de kei op een slee naar de Varkensmarkt te slepen. Hij trakteerde ze daarbij op veel bier en krakelingen. Niet-Amersfoorters en Meyster zelf vonden het hele evenement hilarisch. De deelnemers werden hartelijk uitgelachen om die idiote actie. De kei werd uiteindelijk onder de Varkensmarkt begraven.


Museum Flehite

Museum Flehite aan de Westsingel

Toen die markt in de 19e eeuw opnieuw bestraat moest worden, moesten ze de exacte locatie van de kei weten. Niemand wist meer waar het lag. Daarom werd een wedstrijd uitgeschreven. Na een zoektocht van drie dagen en nachten vond ene Hendrik de Goede het. Zijn uitroep ‘Doaristie!’ is er beroemd om geworden. De teruggevonden steen stond eerst nog een tijdje voor het politiebureau aan de Utrechtseweg, maar sinds 1932 is de Kei te zien aan de Stadsring, bij de Arnhemseweg. Tenminste, dat zeggen ze: wij hebben de kei, waaraan de stad haar bijnaam dankt, niet gezien.


Bijgebouw Koppelpoort

Grote Spui

Goed, we lopen door de sfeervolle Muurhuizen naar de Kamperbinnenpoort. Deze mooie stadspoort staat aan het begin van de Langestraat, de winkelstraat van de stad. Daar begint het druk te worden. Daarom staan er toezichthouders, om te zorgen dat het niet té druk wordt en om te zorgen dat mensen zich aan de corona-richtlijnen houden. De Muurhuizen loopt trouwens in een halve cirkel om de oude binnenstad en eindigt bij Museum Flehite. Dit kunst- en cultuurhistorisch museum is gevestigd in een schitterend pand aan de Westsingel.


Grote Spui

Het Eemhuis

Of eigenlijk ligt het aan de Breestraat, maar vanaf de Westsingel kun je het pand goed bewonderen. Dat doen wij, we hoeven niet in het museum. Zo’n beetje tegenover het museum ligt het pronkstuk van Amersfoort: de Koppelpoort. Dat is een combinatie van een landpoort en een waterpoort, uniek in Nederland. Het bouwwerk werd in 1425 opgeleverd en maakt deel uit van de stadswal. Met een rondleiding kun je het gebouw goed bekijken, van binnen en van buiten.

Het mooiste is het op een windstille dag, als je de weerspiegeling in het water ziet. Windstil is het vandaag helaas niet. Neemt niet weg dat het een indrukwekkende poort is. Ik loop er een keer omheen en zie aan de andere kant het moderne Eemhuis. Ook mooi, maar dan anders. In het Eemhuis vind je de bieb, archief, kunstscholen en een kunsthal. Het is inmiddels 2 uur geweest en we vinden het tijd om terug te lopen naar ons hotel.

Want om 3 uur is de Formule 1 race in Groot Brittannië en die willen we best wel zien. Dus installeren we ons voor de tablet, nemen er wat te drinken bij en zien hoe Max Verstappen netjes tweede wordt, dankzij een lekke band van Bottas. Dus.

Voor het avondeten hebben we gereserveerd bij de Ribs Factory, op de Hof. We nemen het menu voor 2, met 5 verschillende soorten ribs. En dat is heerlijk! Frietjes en een salade erbij, iets te drinken en wij hebben voor €70,- een lekkere maaltijd. Na het eten wandelen we rustig terug naar het hotel en gaan niet te laat slapen.


Blokhuis, Harderwijk

Blokhuis, Harderwijk

De maandag begint weer met een ontbijt om half 10. Veel gasten zijn blijkbaar gisteren vertrokken, want het is vanochtend een stuk rustiger in de eetzaal. Na het ontbijt halen we de auto op, laden onze spullen in en gaan op weg naar Harderwijk. Dat is een van die Hanzesteden. Harderwijk kennen we natuurlijk van het Dolfinarium. Waar wij niet naartoe gaan. Nee, wij gaan kijken wat Harderwijk verder nog te bieden heeft. En dat blijkt best veel te zijn!


De haven van Harderwijk

Dolfinarium

Eerst parkeren. Dat kan in de Houtwalgarage, waar je de eerste 2 uur gratis (!) mag staan. Vanaf daar loop je gemakkelijk naar het centrum of de boulevard. Of eerst door die leuke kleine straatjes, zoals wij doen. Dan kom je vanzelf bij het strand uit. Ja echt, strand! Het is alleen nog niet echt strandweer. Wel lekker zonder-jassen-weer, maar nog geen hittegolf. Die wordt later deze week verwacht…


Vischpoort

De Vischpoort aan de andere kant

Er is ook een haven, met voor veel geld aan boten. En een speeltuin, en uitzicht op dat Dolfinarium. Gek, we hadden dat eigenlijk ergens buiten de stad verwacht. Maar logischerwijs ligt het aan het water. Langs dat water ligt de boulevard, met natuurlijk terrasjes. En een ijstent. Met terrasje. Goede combi! Na het ijsje wandelen we naar de Vischpoort. Dat is de enige overgebleven stadspoort van de eens vijf poorten.


Vischmarkt

Vischmarkt

Bovenop de poort staat een vuurtoren. Die is niet meer in gebruik. Alleen bij speciale gelegenheden gaat het licht nog eens aan. Vanwege die vuurtoren was het ooit het huis van de vuurtorenwachter. Nu huisvest het de Oudheidkundige Vereniging Herderewich. Deze vereniging heeft als doel de kennis van de geschiedenis van Harderwijk te behouden en te bevorderen. Ook komt het op voor behoud van het historisch karakter van de stad.

Anyhow, de Vischpoort is een prachtige poort, met een stoere muur. Aan de andere kant van die poort en verstopt tegen die muur, vind je schattige huisjes. en een mooie laan die naar de Vischmarkt leidt. En zo wandelen we rustig weer terug naar de auto. Op naar de volgende Hanzestad: Kampen. Kampen ligt aan de IJssel, wat in de Hanze-tijd natuurlijk erg handig was voor de handel. Ook hier heb ik een gratis parkeerplaats gevonden, namelijk bij het politiebureau. Daar moet hij wel veilig staan!


Station van Kampen

Stadsbrug Kampen

Het is ook tegenover het station, by the way. Aan de overkant van de brug ligt Kampen. Aan deze kant ligt achter het station IJsselmuiden. Niet dat dat ertoe doet, maar dan weet u dat. Vanaf deze kant van het water heb je een mooi zicht op de skyline van Kampen. Hier geen wolkenkrabbers. Wel: historische panden, poorten, kerken en mooie oude boten. We wandelen de stadsbrug over. Die is vanwege de corona-maatregelen eenrichting. Alleen niet in de richting die je zou verwachten, namelijk rechtsom. Onlogischerwijs moeten we oversteken en links aanhouden. Rare jongens in Kampen.


De Steur en de Bovenkerk

Skyline Kampen

De Hanzestad is klein maar fijn en prima te voet te verkennen. We lopen richting Botermarkt en komen zo als eerste langs het prachtige Oude Raadhuis. In de middeleeuwen maakte het stadsbestuur vanaf deze plek haar besluiten bekend aan de bevolking. Ook misdadigers werden er aan het volk getoond. Tot 2001 was het pand in gebruik als het Kamper stadhuis. Anno 2020 is het een museum, het Stedelijk Museum.


Skyline Kampen

Hangouderen

Zo’n beetje naast het raadhuis staat de Nieuwe Toren. Die niet zo nieuw meer is, want hij werd in 1663 opgeleverd. Om het verwarrend te maken: de Nieuwe Toren staat in de Oudestraat… Bovenaan de toren, aan de omgang, hangt een koe. Heel normaal. Die koe hangt daar vanwege de Kamper ui(t)dagen, een zomerse feestweek. Die dit jaar vanwege corona niet door is gegaan. De koe hebben ze zo te zien wel gehesen. Waarom, vraagt u zich af? Vanwege die Kamper ui(t) dagen.

Een “Kamper ui” is de naam voor spotverhalen, waarin bewoners en bestuurders belachelijk gemaakt worden. Een beetje zoals bij het Brabantse carnaval, met de carnavalswagens. Het verhaal van de koe luidt als volgt: Boven op de Nieuwe Toren groeide gras. Door burgemeester en bestuurders werd besloten een koe omhoog te hijsen, om het gras weg te grazen. Zo gezegd, zo gedaan: de koe werd met een touw om de nek naar boven gehesen. Toen de koe halverwege was, riepen de Kampenaren: “Kijk toch eens hoeveel trek ie heeft. De tong hangt al uit z’n bek.”…

Vandaar de koe aan de toren: elk jaar wordt die in het bijzijn van de burgemeester omhoog gehesen en dat is het startsein voor de feestweek. Maar goed, dit jaar dus even niet. Hopelijk is volgend jaar alles weer normaal!

Ook hier in Kampen staan nog een paar prachtige toegangspoorten. Drie stuks, om precies te zijn: de Broederpoort, de Cellebroederspoort en de Koornmarktspoort.

Ik ga de eerste 2 van dichtbij bekijken. Dat zijn de 2 indrukwekkendste en ze zijn prachtig. En groot! Zo groot, dat er evenementen in gehouden worden. In de Broederpoort kun je trouwen. En in de Cellebroederspoort kun je meedoen aan de maandelijkse pub quiz. Nou ja, nu even niet, vanwege… Maar hopelijk binnenkort wel weer. De derde poort oogt overdag een beetje saai, vergeleken met die andere twee. ‘s Avonds, als het mooi verlicht wordt, is ook deze poort charmant om te zien.

Zeggen ze; wij blijven niet zo lang hangen. Wij doen nog wel een laffe poging het kleinste huis van Kampen te vinden. Dat is slechts 1,4 meter breed en 4,5 meter diep. En dat is zó klein… Nee hoor, we hebben niet echt ons best gedaan. We hebben namelijk wel trek in iets en dat iets hebben ze op een terrasje op de Botermarkt, bij Eetkamer de Tijd. Daar hebben ze namelijk flammkuchen. Komt eigenlijk uit de Elzas, maar maken ze hier ook. En het is erg lekker.


Langs de Vloeddijk

Op de Botermarkt

Ziezo, we wandelen terug de brug over, terug naar de auto. We gaan naar de derde en laatste Hanzestad van vandaag: Hasselt. Dat is meteen de kleinste voor nu. Het voelt meer als een dorp dan als een stad. We maken een kort rondje, want we zien een enorme zwarte lucht naderen… Dat belooft dikke druppen! We lopen over de mooie witte ophaalbruggen en langs het Oude Stadhuis. Dat is een markant, laatgotisch gebouw uit 1550, dat behoort tot de oudste raadhuizen in Nederland. Aldus Google.


Centrum van Hasselt

Centrum van Hasselt

Er loopt een leuk grachtje dwars door de stad en aan beide kanten staan schitterende huizen. In Hasselt vind je ook de Kalkovens. Jarenlang waren de kalkovens hier een belangrijke industrietak. Om die geschiedenis niet verloren te laten gaan, is het kalkovencomplex gerestaureerd en sinds 1995 is het opengesteld voor publiek. Wij halen de ovens niet, want die enorme zwarte lucht heeft ons al bijna bereikt. Daarom gaan we maar gauw terug naar de auto en rijden naar Zwolle, waar we vannacht slapen in het Mercure Hotel.


Poort naar de Kaai

Poort naar de Kaai

Als we daar aankomen, gaan net de sluizen boven ons open. We rennen snel het hotel in, de bagage komt straks wel. Vanavond eten we bij restaurant De Oase in Zalk. Want daar zouden ze geweldige schweinehaxe hebben. Dat zou hetzelfde moeten zijn als eisbein. Dat aten we vorig jaar in Eswatini, of all places, in een Duits restaurant aldaar. Wat het is? Oh, het is het deel van de varkenspoot dat zich tussen het knie- of ellebooggewricht en het spronggewricht bevindt. Als het goed is klaargemaakt, is dat erg lekker.


Het Oude Stadhuis van Kampen

Langs de gracht

We hebben dus best hoge verwachtingen. En dat is nooit handig… Het is wel lekker, maar niet zo lekker als het in Eswatini was. Konden we daar de hoeveelheid eten niet op, hier zitten we eigenlijk nog niet helemaal vol. Nou ja, dan is er wel plek voor een toetje. Ik neem poffert, een traditioneel Gronings nagerecht. Ja, we zitten in Overijssel. Ja, ik snap het ook niet helemaal. Hier heet het trouwens boffert. Boteto, botato… Het is een soort cake, maar dan anders. Je eet het met roomboter en suiker of stroop. Beetje jammer dat de roomboter hier uit een hotelkuipje komt. Al met al hebben we best lekker gegeten, maar het was niet wauw.

Dinsdag 2 augustus rijden we van Zwolle eerst naar Doesburg. Want daar vlakbij is een Tuinbeeldenschuur. We zoeken voor de herinrichting van onze tuin nog 2 mooie beelden en aangezien we in de buurt zijn, hebben we een afspraak gemaakt om te komen kijken. We vinden & kopen 2 prachtige beelden met sokkels. Die brengen we eerst maar even naar huis, want ze zijn best groot en zwaar.

Rond etenstijd gaan we naar onze laatste bestemming: Maastricht. En omdat het rond etenstijd is, halen we even makkelijk een broodje bij de Subway in Waalwijk. Die eten we straks ergens onderweg wel op.


Eiffelgebouw in het Sphinxkwartier

De Sphinxpassage

Ook in Maastricht heb ik een betaalbare parkeerplaats gevonden, die weer een stuk voordeliger is dan die van het hotel. We kunnen voor maximaal €10,- per dag parkeren op het Frontenpark, 450 meter vanaf ons hotel. We checken eerst in en ik breng snel de bagage naar onze kamer, terwijl Andy in de auto wacht. Dan parkeren we de auto en wandelen terug naar het Bastion Hotel in het centrum. We installeren onze spulletjes en dan zie ik iets onaangenaams…

Op de vloer, achter de poef, ligt een dames-slipje. IEEEEUW! Normaal al smerig, maar in corona-tijden absoluut ongewenst. Betekent dat de kamer niet goed is schoongemaakt. En dat terwijl Bastion pretendeert extra gezondheids- en veiligheidsmaatregelen te nemen. We gaan dus maar even verhaal halen bij de receptie. Daar krijgen we duizendmaal excuses. Als wij de stad ingaan, maken zij onze kamer extra schoon. Liever hadden we een andere kamer, maar alles is volgeboekt.


Display in de Sphinxpassage

En ze deden iets met sanitair

Vooruit maar, we gaan eerst de stad in. We lopen naar de overkant, waar het Sphinx-gebouw is. Sphinx kent u vast wel, van de tegeltjes en het sanitair. Het was trouwens de Koninklijke Sphinx en dit Nederlandse bedrijf werd in 1834 door Petrus Regout in Maastricht opgericht. Het was de eerste grootschalig gemechaniseerde fabriek in Nederland. De fabriek hield op te bestaan in 2009, hoewel de merknaam “Sphinx” nog tot en met 2019 is gevoerd door het Zwitserse Geberit.

Het gebouw tegenover ons hotel was de sanitairfabriek van Sphinx. Officieel heet het het Eiffelgebouw, hoewel het mij niet duidelijk is waarom. Tot 2006 werd het door Sphinx gebruikt, daarna kwam het leeg te staan. En zoals dat dan gaat bij leegstaande panden, raakte het eerst in verval. Zwervers zochten er onderdak, inbrekers zochten (en vonden) er koperen leidingen en sloopten dat uit de vloeren en muren. Toen kwam ook nog de kredietcrisis eroverheen, wat niet hielp om er nog iets van te maken.


Loods 5 in het Sphinxkwartier

Oude pakhuizen in het Sphinxkwartier

Gelukkig is het allemaal nog goed gekomen en wordt het Sphinxkwartier, zoals het nu heet, voor verschillende doeleinden gebruikt. Op het terrein is een openbare parkeerplaats aangelegd. The Student Hotel en supermarkt Gedeelde Weelde hebben zich er gevestigd, Pathé heeft er een bioscoop in gebouwd. Er zijn (en komen nog meer) appartementen, restaurantjes, een fitnessclub en winkeltjes en dan gebeurt er nog van alles in de andere panden van het kwartier.


Het Bassin

Oude pakhuizen in het Sphinxkwartier

Het leukste vinden wij de Sphinxpassage. Dat is een 120 meter lange overdekte tegelpassage achter de Pathé. Hier wordt de geschiedenis van Sphinx en de Maastrichtse keramiekindustrie verteld, door middel van – hoe toepasselijk – tegeltableaus. Je ziet er familieportretten, fabrieksgebouwen, serviesdecoraties, oude reclame-uitingen en toiletpotten. Dat gaat van de oprichting van de Sphinxfabriek door Petrus Regout tot en met de sluiting van de fabriek in het stadscentrum. Erg leuk om langs te wandelen!


Het Bassin

Restaurants en galeries in de werfkelders

Aan de andere kant van de passage komen we bij het Bassin uit. Dat is een binnenhaven en hier eindigt – of begint, net wat u wilt – de Zuid-Willemsvaart. De haven heeft een rijke historie. Het stadsbestuur van Maastricht liet het Bassin in 1824-1826 aanleggen als verbindingspunt met de Zuid-Willemsvaart en het Kanaal Maastricht-Luik. Door het betere transport kreeg de industrialisatie van Maastricht een extra impuls. Vanuit hier verscheepte Petrus Regout zijn porselein en aardewerk de hele wereld over.


Het Stadhuis op de Markt

Het Stadhuis op de Markt

Dit gebied behoort ook tot het industriële Sphinxkwartier. De pakhuizen zijn verbouwd tot woningen en in de opgeknapte werfkelders zitten nu restaurants en galeries. Die restaurants hebben natuurlijk terrassen aan het water. Prima plek om iets te gaan drinken, wat wij dan ook doen. Daarna lopen we nog even naar de Markt. Hier staat het prachtige Stadhuis. Eromheen mooie oude pandjes. Die je helaas niet ziet, omdat er van die foeilelijke marktkramen omheen staan.


Monumenten op het Vrijthof

Monumenten op het Vrijthof

Anyhow, als het echt donker begint te worden, gaan we terug naar onze kamer. Kijken wat ze ervan gemaakt hebben. Ze hebben hem nu wel goed schoongemaakt, zijn met de desinfectie aan de slag gegaan en hebben als excuus een fles Prosecco neergezet. Nu alleen nog de kamer koeler zien te krijgen. Ook hier weer zo’n belabberd systeem. Je kunt de temperatuur instellen (18 graden is het laagste). Het duurt alleen een eeuwigheid voor die temperatuur wordt bereikt, met het lullige blaasvenstertje dat er hangt. Alsof je je lange haar probeert uit te spoelen met een klein plantenspuitje. Nou ja, we doen het er maar mee.


Nagenoeg leeg Vrijthof

Achter de Sint Janskerk

De volgende ochtend wandelen we rustig richting de markt. Onderweg komen we langs Grenzeloos, waar ze tosti’s en koffie verkopen. Dat klinkt goed als ontbijt. Grenzeloos biedt naast ontbijt/lunch/koffie ook een leer-werktraject aan jonge ex-vluchtelingen. Zo helpen ze deze groep mensen de Nederlandse arbeidsmarkt op. De tosti’s zijn lekker, maar wel duur: 30 piek voor een ontbijt vinden we best veel. Nou ja, het is ook voor een goed doel, zullen we maar denken.

Ook voor Maastricht heb ik een wandeling langs de bezienswaardigheden bedacht. Dat begint op het Vrijthof. Het grootste plein in het centrum van de stad is bekend vanwege de vele monumenten, culturele voorzieningen, evenementen en caféterrassen. Tenminste, dat zeggen ze. Het maakt op ons nou niet een hele levendige indruk. Ja, aan de ene kant zijn allemaal terrassen. Ja, aan de andere kant staan mooie gebouwen en 2 kerken. Het plein zelf is echter vooral leeg, op wat overstekende mensen na.


Achter de basiliek

Sint Servaasbasiliek

Rechts van het Vrijthof, vanaf de Markt gezien dan, verstopt achter de Zara, is een bijzondere boekhandel. Het is gevestigd in de oude Dominicanenkerk en heet daarom Boekhandel Dominicanen. En het is prachtig. Tot 1795 was het een kerk, daarna veroverden de Fransen Maastricht en maakten van de kerk een paardenstal. Vervolgens was het eerst nog een concertzaal, slachthuis, slangenhuis, bokstempel, fietsenstalling en carnavalstempel. Sinds 2006 is het een boekhandel.

We hebben geen boeken nodig, dus als we zijn uitgekeken, steken we het Vrijthof over. We lopen tussen de rode Sint Janskerk en de Sint Servaasbasiliek door, om een kijkje aan de achterkant te nemen. En omdat ik dacht dat we daar langs moeten om bij de Onze Lieve Vrouwebasiliek te komen. Dat is niet zo, dus lopen we een rondje om de rode toren en weer terug richting Vrijthof. En nu we toch weer langs de terrasjes langs het plein komen, nemen we er eerst maar een drankje. Het is namelijk behoorlijk warm aan het worden, dus: dorstig weer.

Daarna wandelen we op ons gemak naar de basiliek. Die ligt verscholen aan de rand van de stad, aan een gezellig plein. Om het plein zijn weer allemaal restaurantjes en terrassen. Aan de achterkant van de basiliek, vanaf de 2 torens gezien, loopt de Maas. Omdat mensen nou eenmaal de onbedwingbare behoefte hebben om water over te steken, zijn er ook bruggen. Voor voetgangers en fietsers is er de Hoge Brug. Die is nog niet zo oud, hij werd in 2003 neergelegd.


In het Stadspark

Een stukje verder is de Sint Servaasbrug. Die is wel heel oud en wordt dan ook wel de Oude Brug genoemd. Hij stamt uit de 13e eeuw en ze zeggen dat het de oudste brug in Nederland is. En hij is eigenlijk door de eeuwen heen aardig intact gebleven. Vaak leggen dat soort oude bouwwerken het loodje tijdens oorlogen of natuurrampen. Deze heeft de tand des tijds goed doorstaan, zoals ze dat dan zeggen. Natuurlijk heeft hij regelmatig en soms ook flinke schade geleden, maar telkens werd hij opgelapt, gerestaureerd of zelfs gereconstrueerd.


De oude stadsmuur

Helpoort

Feit is in elk geval dat dit icoon van Maastricht er keurig bij ligt. Vanaf hier kun je trouwens rondvaarten over de Maas maken, in allerlei soorten en maten. Dat overwegen we even, want het is er tenslotte prima weer voor. Maar als we zien hoeveel mensen er bij de rondvaartboten staan, zien we daar liever vanaf. Veel te druk. Nee, wij nemen nog een kijkje bij de Helpoort en het naastgelegen Stadspark.

Daarna wandelen we weer verder en komen zo terug op de markt uit. Daar nemen we ter afkoeling nog even een drankje. Dat lijkt ook wel de tendens van Maastricht te zijn: eten en drinken. Het staat niet bol van de bezienswaardigheden. Waar we ons een hele dag in Amersfoort konden vermaken, hebben we Maastricht eigenlijk in een halve dag wel gezien. Dat valt wel een beetje tegen, eerlijk gezegd. Gisteravond hadden we nog goede hoop, omdat we het in het Sphinxkwartier zo leuk vonden. De rest stelt eigenlijk een beetje teleur.

Tel daar de nare ervaring met het hotel bij op en de keuze wat we verder gaan doen is snel gemaakt. Oh ja, plus er is een hittegolf op komst, vanaf morgen wordt het bloedheet. Dus trekken we ons plan: wij gaan lekker terug naar huis. En dat doen we met een flinke omweg. Door dit deel van Limburg loopt de Mergelland autoroute van de ANWB. Dat is nog 1 van de slechts 4 overgebleven autoroutes die bewegwijzerd zijn. De andere 11 zijn niet langer van bordjes voorzien. En dat is jammer, want dat maakt het een stuk makkelijker om zo’n route te volgen. Dus.


De Hoge Brug over de Maas

En de Sint Servaasbrug

Voor we aan de route beginnen, gaan we eerst nog naar 2 andere bezienswaardigheden. De eerste is onlosmakelijk verbonden aan Maastricht: de Sint-Pietersberg. Nou ja, berg… De heuvel ligt zo’n 5 kilometer buiten de stad. Bovenop is een fort en vanaf die plek heb je een magnifiek uitzicht over Maastricht. Maar dat is niet het enige. Onder de berg zijn grotten. Die kun je met een gids bekijken. En dan is er een wandelroute langs de ENCI-groeve.


Ridder Bier aan de Maas

In het midden een heel smal pandje

In deze groeve werd 100 jaar lang mergel gewonnen. ENCI gebruikt dat voor de productie van cement. Maar sinds 2018 niet meer. Het gebied is sindsdien in handen van Natuurmonumenten. Nu wordt het omgetoverd in een prachtig natuurgebied. Dat zie je bijvoorbeeld vanaf het uitzichtplatform aan de Luikerweg. Als je wilt, kun je vanaf het platform afdalen, de groeve in. Daar kun je een wandelpad volgen en loop je een stukje door het oude gangenstelsel.


Fort Sint Pieter

Uitzicht over Maastricht

Dat doen wij alleen niet; veel te warm. Wij stappen in de auto en rijden naar Chateau Neercanne. Want dat is een mooi kasteel en ik heb nou eenmaal een zwak voor kastelen. Dit is het enige terrassenkasteel van Nederland: het is gebouwd op een helling, op aangelegde terrassen. Tegenwoordig is het een restaurant. Wij hebben honger noch dorst, dus stappen we in de auto en beginnen aan de Mergellandroute.


Uitzicht over Maastricht

Uitzicht over Maastricht

We rijden eerst naar Eijsden en gaan daar op zoek naar het routebordje. Die vinden we in het centrum. De route is zeer goed te volgen, de bordjes hangen op de juiste plekken om ons de weg te wijzen. Totaal is het 110 kilometer lang en natuurlijk kun je onderweg her en der stoppen, om iets te gaan bekijken. Zoals het Drielandenpunt in Vaals. Die slaan wij nu over, we zijn er al eens geweest. Wij rijden door het glooiende landschap, over rustige weggetjes.


Chateau Neercanne

Chateau Neercanne

Alsof je in het buitenland bent, want de natuur is hier toch wel heel anders dan in de rest van Nederland. We zitten natuurlijk tegen de Belgische grens aan, dus zoveel scheelt het ook niet. Oh, dat herinnert Andy eraan dat hij hier in een vorig leven erg vaak is geweest. In een vorig leven was hij namelijk internationaal vrachtwagenchauffeur. In Withuis, net buiten Eijsden, was de grensovergang waar hij zijn papieren in orde moest laten maken. De grens is er niet meer, het enige dat nog herinnert is het bordje “douane” aan een inmiddels gerenoveerd pand.


Oude grensovergang in Withuis

Het voormalige douanekantoor

Goed, wij toeren zo lekker door, tot we ergens bij Schin op Geul het bordje niet meer kunnen vinden. We slaan op goed geluk af en komen zo per ongeluk in Valkenburg uit. Dat hoort niet bij de route, eigenlijk. Oh well, het is inmiddels een uur of 6, het wordt wel eens tijd om richting huis te gaan. En we beginnen best trek te krijgen. We hebben alleen geen zin in een uitgebreid diner. Misschien kunnen we ergens afslaan voor een frietje?


Toeren door Limburg

Toeren door Limburg

We pakken de snelweg en als we in de buurt van Thorn komen, herinner ik me dat daar een aantal restaurantjes zitten. Plus Thorn is een leuk plaatsje. We parkeren aan de rand van het Witte Stadje en lopen richting centrum. Och, de Pannenkoekenbakker; daar hebben we best trek in. We krijgen een tafeltje op het terras en na even wachten kunnen we van onze pannenkoeken met brie, noten en honing genieten. IJs als toetje en zo sluiten we onze minivakantie in Nederland af.


Hoe dat beviel, zo’n vakantie in eigen land? Dat doen we natuurlijk vaker, maar dan noemen we het een weekendje weg… Amersfoort was erg leuk en zeker een aanrader voor een stedentripje. De 9 mooiste Hanzesteden zijn inderdaad alle 9 mooi en een bezoek waard. Allemaal in 1 keer is misschien een beetje veel, verdelen over een langere periode is natuurlijk ook leuk. Vooral Harderwijk vonden wij een aangename plaats.

Maastricht viel ons wat tegen, tenminste, qua bezienswaardigheden. Zeker een gezellige stad om een meer Bourgondische stedentrip te houden. Anders heb je het, net als wij, wel vrij snel gezien. Nou is er in de omgeving ook nog genoeg te zien en te doen. Bijvoorbeeld de Sint Pietersberg, waar je heerlijke wandelingen kunt maken en de grotten kunt bezoeken. Op weg terug naar huis kun je prachtig door het Limburgse landschap toeren.

Via het Drielandenpunt in Vaals bijvoorbeeld. Of steek de grens over, naar de Ardennen of de Moezelstreek… Nog zoveel te beleven, dus hopelijk kunnen we snel weer op reis!

Reacties zijn afgesloten.