Zuidoost-Azië dag tot dag


Dag 1+2 – Donderdag 20 december 2018

Weer: Pfoe, warm in Thailand!
Doel: Aankomen in Thailand
Gereisd: Brussel – Kiev – Bangkok – Kanchanaburi
Hotel: Chez Bure Homestay, €26,-

Vlucht Brussel – Kiev – Bangkok

We willen om half 10 vertrekken, dus rijden we om 10 uur weg… Het verkeer werkt best mee en om 11.15 komen we in Brussel aan bij de Discount Parking, vlakbij het vliegveld. Die is al betaald en we kunnen met de ontvangen QR-code zo het terrein op. We zoeken een plekje voor onze voiture en lopen met de bagage naar de bushalte. Even later komt een bus richting vliegveld eraan. We kunnen zo instappen. Ik gok dat het 10 minuutjes rijden is, heb er niet zo goed op gelet.

Aangekomen bij het vliegveld gaan we met onze bagage op zoek naar onze incheckbalie. We zijn zelf wel ingecheckt, maar de koffers nog niet. Hoewel de balies nog niet open zijn, staat er al een redelijke rij. We sluiten maar aan. Om 12 uur gaat de boel van start. We zitten prima op gewicht met de koffers, elk onder de 20 kilo. Maar ja, we hebben wel allebei een zware rugzak mee. Compenseert een beetje.


Do they know it’s Christmas time

Zaventem Airport

Als we zijn ingecheckt, gaan we maar meteen door de controle. Hebben we dat vast gehad. Dan naar onze gate. Het boarden begint een half uurtje later. Het vliegtuig zit ramvol. Dat hadden we al gezien bij het inchecken online. Er zit een jong Oekraïens meisje naast me op onze rij van 3. We vertrekken met een half uur vertraging, maar komen toch op dezelfde tijd aan. Dat is 6 uur Oekraïense tijd. Onderweg krijgen we een glaasje water. We konden ook koffie of thee kiezen of, tegen betaling, fris of alcohol. Stelletje krenten.

We komen in een donker Kiev aan. Daar ligt een laagje sneeuw. Dat merken we doordat we buitenom naar de terminal moeten. Brrr! Binnen zoeken we de weg naar de transfers. Omdat we meteen doorgaan, hoeven we niet door douane of zo. Alleen weer door de controle. Voor ons staat een vage Belg de boel een beetje op te houden. Maar volgens hem hebben we tijd genoeg voor de vlucht naar Bangkok. Crap, moet hij daar ook naartoe? We zoeken onze gate. Onderweg komen we langs een tentje waar ze hotdogs verkopen. Daar hebben we best trek in. We kopen er ook wat flesjes drinken bij.


Ukrainian Airlines

Ukrainian Airlines

Zo, we gaan naar onze gate, wachten tot het boarden begint. Dat gaat allemaal vlot. Het is een groot vliegtuig, met een 3-4-3 opstelling en een stuk of 45 rijen. Wij zitten in het midden op rij 22. De gedachte was dat als er meer mensen op onze rij zitten, we daar geen last van hebben met in- en uitgaan. Ook dit toestel zit behoorlijk vol, er zijn slechts enkele vrije plaatsen. Op deze vlucht hebben we ons eigen entertainment, met films, spelletjes en tv-series om uit te kiezen. We krijgen 2x eten. Een warme hap en een ontbijtbroodje. Drinken is ook nu wat karig, hoewel ze wel regelmatig  met glaasjes water langskomen.

We vertrekken weer ongeveer een half uur te laat, geen idee waarom. Verder is het eigenlijk een prima vlucht. Could be better, could be worse. Ongeveer halverwege de vlucht is er een hoop commotie voorin het vliegtuig. De vage Belg van eerder blijkt straalbezopen te zijn. Blijkbaar is hij ook irritant, want hij wordt met zijn hele gezelschap  ergens anders in het vliegtuig gezet. Later bij het uitstappen tel ik minstens 8 lege flesjes drank op de grond. En hij maakte al de indruk onder invloed van iets te zijn. Je zal er maar mee op vakantie moeten. Of, nog erger, dat naast je hebben in je hotel.


Veiligheidscontrole

Volle bak

Anyhow. We lezen wat, we pitten wat en om 10.15 plaatselijke tijd landen we in Bangkok. Dat is een uur te laat. Oh, we hadden in het vliegtuig visum formulieren gekregen om in te vullen voor de Thai douane. Daarmee gaan we nu naar de paspoortcontrole. Geen vragen, geen gedoe, we krijgen een stempel in het paspoort en mogen verder. Land #57: check!

Achter de douane zijn de bagagebanden. Daar zie je hoe enorm groot dit vliegveld is: er zijn er maar liefst 22. Wij moeten naar band 10. Daar wachten we even tot onze koffers voorbij komen. Dan kunnen we richting uitgang.

Maar eerst: een simkaart kopen. Dat kan in de terminal bij gate 4. Andy regelt er eentje voor 400 baht. Dat is omgerekend 11 piek. De kaart wordt door de medewerkster meteen heel handig in de reservetelefoon gedaan. Zie zo, nu hebben we zeker internet en kunnen we bellen in Thailand.

Volgende doel: geld wisselen. Dat is voordeliger dan pinnen, las ik overal op internet. Daarom hebben we 500 eurootjes meegenomen, in briefjes van 50. Want blijkbaar krijg je voor grotere briefjes ook weer een betere koers. Wisselen kan in de kelder, richting Airtrain Link. Volgens een blog is dat het voordeligste bij de oranje boots van Super Rich. Dus sluiten we daar aan in de rij en krijgen voor onze 500 euro 18550 bahtjes terug.


Suvarnabhumi Airport, Bangkok

Suvarnabhumi Airport, Bangkok

Next. Dat is: proberen onze chauffeur te vinden. Hopelijk staat die nog te wachten. We zijn namelijk vreselijk laat, het is al bijna 12 uur. Ik loop heen en weer door de terminal en net als ik buiten wil kijken, zie ik iemand met een bordje met mijn naam. Ah, dat moet Tossaporn zijn, onze chauffeur. Die vonden we via vriendin Wilma, die al jaren in Thailand komt. We volgen hem naar de parkeergarage, waar hij even later met zijn taxi komt voorrijden. De bagage gaat erin. Dat wil zeggen: 1 koffer in de kofferbak, eentje op de passagiersstoel. Want de kofferbakruimte is niet groter.

En dan kan de reis naar Kanchanaburi beginnen. Daar neemt Tossaporn alle tijd voor. Nou is het verkeer in Bangkok ook een ramp en de stad is enorm groot. Ook moet er een aantal keer gestopt worden om tol te betalen. Het is net Jakarta, daar was het ook zo’n gedoe om de stad te verlaten. Na 3 uur rijden zijn we bij ons hotel voor de komende 3 nachten. Of de rit ernaartoe mooi was? Uhm, eigenlijk vielen we continue in  slaap en hebben we er weinig van meegekregen… Dat halen we op de terugweg wel weer in.


Thailand, baby!

Kentekenplaat Thailand

We rekenen af met Tossaporn. Hij vindt 4.000 baht wel wat. Ik dacht dat we 3.000 hadden afgesproken. Ja, maar vliegveld en zo. Ach ja, hij heeft wel erg lang op ons moeten wachten. We worden het eens over 3.450. Dat is toch bijna 100 euro. We nemen afscheid en gaan inchecken. Volgens Thais gebruik laten we de schoenen buiten staan en nemen plaats aan het bureau. We krijgen elk een flesje water en een kaart met de belangrijkste bezienswaardigheden hier.

Onze kamer is in het gebouw ernaast, boven het Bure Café. We hebben een keurige, moderne kamer op de 4e verdieping. Met een goed werkende airco. Gelukkig maar, want het is erg warm. Niet zo warm als in Indonesië of China, maar wel zo warm dat je een paar keer per dag wilt douchen. Dat gaan we eerst even doen: het vliegtuig van ons afspoelen. Dan nemen we een kop koffie.


Maenamkwai Road, Kanchanaburi

Maenamkwai Road, Kanchanaburi

We suffen nog wat door, tot het half 7 is geweest. Tijd om te eten! We wandelen naar de Maenamkwai Road. Dat is zo’n beetje het hart van Kanchanaburi en hier vind je de meeste restaurants en barretjes. Bij het 2e het beste restaurant hebben ze pizza. Mooi, vinden wij ideaal. We worden vriendelijk geholpen en bestellen allebei een lekkere pizza. Die nog in de aanbieding is ook. Drinken erbij en we zijn voor 540 baht klaar. We laten 20 baht fooi achter en wandelen verder door de Maenamkwai Road. Hoe verder we komen, hoe harder de muziek en goedkoper de drank. Ik zie een bordje met het aanbod om dronken te worden voor slechts 10 baht. Dat is ongeveer een kwartje, geen geld. Wij slaan over en draaien weer om, terug naar ons hotel. Douchen en slapen; het was een lange dag!


Dag 3 – Zaterdag 22 december 2018

Weer: Zonnig en heet, 35c
Doel: Opa Eysbroek & Kanchanaburi
Gereisd: Lopend & tuktuks
Hotel: Chez Bure Homestay, €26,-

Opa Eysbroek’s graf

Toch gek, ontbijten in de zon, 35 graden en kerstliedjes op de achtergrond… Ontbijt is inclusief en we kunnen  uit van alles kiezen. Het is een beetje een combi van Aziatisch met continental. We krijgen er een ei naar keuze bij.


Erebegraafplaats Don Rak

Keurig onderhouden

We maken een plan voor vandaag. Oorspronkelijk was het idee om met de trein naar Nam Tok te gaan, over een deel van de Birma Spoorlijn. De trein vertrekt om 10.45 en de rit duurt ongeveer 2 uur. Aan het einde kun je naar de Sai Yok Noi waterval. Als we de treinrit maken en naar Sai Yok gaan, kunnen we de trein van half 4 terug nemen. Zijn we rond half 6 terug. En dat vinden we best een lange dag, waarvan we de helft in de trein zitten.


De juiste rij zoeken

Graf van Opa Eysbroek

Eigenlijk zijn we helemaal niet zulke treinfans. En we hebben hier in Kanchanaburi nog het een en ander te doen. Daar zouden we anders maar weinig tijd voor hebben. Dus schrappen we de trein, we zijn net de NS. In plaats daarvan wandelen we naar de erebegraafplaats, Don Rak. Daar ligt Andy’s opa begraven. In de oorlog is hij gevangen genomen en in een Jappenkamp net buiten Bangkok terecht gekomen. In Nong Pladuk, om precies te zijn, aan het begin van die beruchte Dodenspoorlijn.


Chinese begraafplaats

Chinese begraafplaats

Daar kwam hij op 7 september 1944 om, door een bombardement op het kamp. Ze zeggen door “vriendelijk vuur”, uitgevoerd door de geallieerden. Zijn lichaam is samen met dat van bijna 7.000 andere krijgsgevangenen herbegraven op de erebegraafplaats. De Oorlogsgravenstichting heeft en onderhoudt erebegraafplaatsen in de hele wereld. En dat doen ze erg goed. Ook houden ze een uitstekend register bij van wie waar begraven ligt. Zo weten we de exacte plek van het graf.


Death Railway Museum

“Two Malarians and a Cholera”

De begraafplaats ligt zo’n 1,5 kilometer vanaf ons hotel. Dat is niet ver, dus wandelen we er naartoe. Kunnen we meteen proberen te acclimatiseren. Het is toch altijd weer even wennen aan de hitte in Azië. De luchtvochtigheid valt hier trouwens wel mee. Dat was in Indonesië en in het zuiden van China wel anders. Waarschijnlijk voelt het hier daarom minder benauwd aan. Anyhow, we wandelen op ons gemak, want het is wel warm.


Opa’s kamp in Nong Pladuk

Erg plastisch uitgebeeld

Bij de begraafplaats zoeken en vinden we het graf. Bijzonder hoor, dat hier 1e lijns familie ligt. Terwijl Andy in de schaduw vlakbij het graf zit, ga ik even bloemen halen. Voor 20 baht krijg ik een mooi klein bosje mee. Dat legt Andy vervolgens op het graf. Omdat we het zo warm hebben, ga ik ook nog even op pad voor koud water. En kijk ik meteen even bij de naastgelegen Chinese begraafplaats. Daar is niet heel veel over bekend. Geen idee of de “bewoners” ook zijn omgekomen in de oorlog. Of dat het gewoon een reguliere Chinese begraafplaats is. Hij wordt in elk geval minder bezocht en minder goed onderhouden dan de naastgelegen Don Rak begraafplaats.


Zo werden ze aangevoerd

Real life image

Goed, ik zal mijn man wat afkoeling bezorgen in de vorm van die flessen koud water. Als we een klein beetje zijn bekomen van de hitte, gaan we naar onze volgende stop. Dat is bij het oorlogsmuseum, dat aan de rand van de begraafplaats ligt. Dat heet officieel het “Death Railway Museum and Research Centre”. Voor 150 baht pp mogen we erin en krijgen we als we willen een gratis kopje koffie of thee.


Andy in de tuktuk

“Ja hoor, ik help wel met je Engels”

Het museum vertelt het verhaal van de Dodenspoorlijn. Er zijn veel foto’s en maquettes. Bijvoorbeeld van de route van de spoorlijn. Die begon in Nong Pladuk, het kamp van Opa Eysbroek. We wandelen rustig rond door het kleine maar fijne museum. Dat gratis kopje koffie of thee daar hebben we wel zin in. Even iets met suiker naar binnen werken. We gaan weer naar buiten. We zien een tuktuk staan. Hier is dat een scooter met zijspan en daar rijden er legio van rond.


Bridge over the river Kwai

De trein van 3 uur

Deze brengt ons voor 80 baht naar de beroemde Bridge over the River Kwai. Dat ligt aan de andere kant van Kanchanaburi. Het is er aardig druk, met legio mensen die over de brug wandelen. Inclusief wijzelf. We zien aan de voet van de brug een restaurant met een mooi overdekt terras aan het water. Het heet Keeree Tara. Volgens de plattegrond die we kregen hét “go-to restaurant by the river”. We lusten wel een hapje. We kunnen aan de rand van het terras zitten, met een prima uitzicht op de brug.


Praatje met de machinist

Even wachten

Omdat we geen enorme honger hebben, bestellen we een omelet met garnaal (Andy) en fried noodles met kip (Janneke). Smaakt goed, kost met drinken erbij iets van 350 baht. We blijven nog even zitten, want als het goed is komt tegen drieën de trein langs. En inderdaad. De paar mensen die nog op de brug stonden, kunnen in een nisje staan tot het lange gevaarte voorbij is. En ondertussen een praatje maken met de machinist.


Selfie-time!

Er liepen eens 3 monniken op een brug

Zo, we vinden het eerst wel even genoeg. We nemen de tuktuk terug naar ons hotel. Dat kost voor dit ritje 60 baht. We gaan eerst eens douchen en een beetje bijkomen. Dan gaan we op pad voor avondeten. Vlakbij de begraafplaats is JJ Night Market. Dat is een combinatie van marktkramen en eettentjes. In Hong Kong vonden we dat erg leuk en daar hadden we ook erg lekker gegeten. We stellen ons nu net zoiets voor.


Ondertussen op de rivier

Ondertussen op de rivier

Terwijl we buiten voor de deur staan te overleggen hoe we ernaartoe zullen gaan, komt de eigenaresse van ons hotel naar buiten. Ze vraagt hoe onze dag was en wat we verder gaan doen. Nou, erg mooi, en nu willen we graag naar JJ Night Market. Per tuktuk, dachten we. Geen punt, die belt ze even. Oh, haar mannetje kan er pas over een kwartier zijn. Daarom stelt ze voor dat we naar de hoek van de straat lopen, daar is er vast wel eentje. En inderdaad, er komt er net een aan.


Tempel aan de overkant

Tempel aan de overkant

We springen erin en laten ons 2 km verderop weer afzetten, tegen betaling van 60 baht. Het aardige vrouwtje geeft ons haar nummer, kunnen we bellen als we weer terug willen. Zó jammer dat we geen telefoon bij ons hebben waarmee we hier kunnen bellen… Nou ja, eten dan maar. We wandelen eerst een stukje over de markt, voor we serieus op zoek gaan naar eten. We beginnen met saté. Hmm, beetje smakeloos. Daarna nemen we een bakje met friet en gefrituurde kip. Die is wel aardig.


Restaurant Keeree Tara

Geweldig uitzicht

Andy neemt nog een worstje-on-a-stick en ik een bakje met rijst, vlees en ei. We zijn nog niet echt onder de indruk van de smaken. Beetje flauw allemaal. Ach, we zitten aardig vol en we zijn voor zo’n 100 baht klaar, dus dat is voor niks. Terug zien we natuurlijk geen tuktuk staan. We lopen richting Maenamkwai Road, daar komen we er vast wel eentje tegen. Tenzij we eerst een supermarkt zien, waar we een Magnumijsje als toetje halen. Als dat op is, wandelen we verder. Even later zien we een tuktuk, die ons voor 40 baht het laatste stuk naar ons hotel brengt. Inmiddels is het half 10 geweest. We gaan lekker douchen en slapen.


Dag 4 – Zondag 23 december 2018

Weer: Beetje bewolkt, 33c
Doel: Hellfire Pass & watervallen
Gereisd: Met chauffeur, ca. 200 km
Hotel: Chez Bure Homestay, €26,-

Route vanuit Kanchanaburi

Vandaag gaan we op excursie. Via vriendin Wilma hebben we daarvoor een chauffeur geregeld. Die komt ons om 10 uur ophalen. We zijn al om 7 uur wakker en hebben alle tijd om te ontbijten. We bestellen weer een ei naar keuze, nemen nasi met kip en een broodje ham-kaas erbij. De eigenaresse komt een kom soep brengen, dat we echt moeten proberen. Zó jammer dat er koriander in zit.


Hellfire Pass Museum

Bij de Hellfire Pass

Wij horen bij die groep mensen die een pesthekel aan koriander hebben… Kunnen we niets aan doen, is waarschijnlijk genetisch bepaald. Misschien handig als we het Thai woord voor koriander opzoeken, want ik ben bang dat het anders nog veel vaker in gerechten wordt gestopt. Anyhow, we wachten tot 9.45 en gaan dan naar beneden. Onze chauffeur is er al, met een ruime minivan. Die we voor ons tweetjes hebben. Vinden wij niet erg.


Hellfire Pass Museum

Hellfire Pass Museum

We gaan op weg naar de Hellfire Pass. Dat is een uurtje rijden. De Hellfire Pass was waarschijnlijk het ergste deel van de Birma Spoorlijn. De Britten hadden de bouw van deze spoorlijn al tientallen jaren eerder in gedachten. Het werd nooit gerealiseerd, vanwege het ruige, bergachtige landschap en het tropische klimaat. De Japanners vonden dat het best gerealiseerd kon worden. Ze besloten krijgsgevangen en burgers te gebruiken voor de bouw van dit enorme project.


Handig, met de golfkar

Daar heb je die trap

Dat begon in 1942, toen Japan Singapore veroverde en de Britten versloeg. 60.000 Britten, Australiërs en Nederlanders werden gebruikt als slaven. Naast de krijgsgevangen werden ook 260.000 Aziatische werkers gebruikt. Deze POW’s (Prisoners of War) werden elk dag tot het uiterste gedreven om de spoorlijn uit te hakken uit de rotsen. Dat moest met de hand gedaan worden. De werkomstandigheden waren miserabel. Door ziekte, ondervoeding, uitputting en mishandeling heeft de Birma-spoorlijn het leven gekost aan meer dan 15.000 krijgsgevangen en 100.000 burgers.

In oktober 1943 was de bouw van de spoorlijn af. Dat was idioot snel, niemand had dat voor mogelijk gehouden. Er werd dan ook dag en nacht gewerkt, ’s nachts bij het licht van fakkels. De schaduwen die de fakkels opwierpen, leken op het vuur van de hel. Vandaar “Hellfire Pass”. De prachtige film Railway Man, met Colin Firth en Nicole Kidman, vertelt het verhaal van deze pas. Nou, en daar zijn wij nu. Bij het mooie bezoekerscentrum. Daar leren we in de museumruimte meer over de pas.


Hellfire Pass

Voetpad naar de Hellfire Pass

Daarna kan je naar de pas wandelen. Via een pad en lange trap kom je beneden bij de spoorlijn. Wat betekent dat je die lange trap en het pad ook weer omhoog moet. Bij 35 graden. Dat gaat ‘m niet worden. Ik informeer of er andere mogelijkheden zijn. Ja, die zijn er. We kunnen met een soort golfkarretje mee, die zal ons ernaartoe brengen. Mooi! Het is een bumpy ride, maar we klagen niet. We worden tot aan het eindpunt gebracht, ideaal. Daar kunnen we rustig rondkijken.

Sai Yok Yai NP, Kanchanaburi
Nou, daar dus

Sai Yok National Park

We proberen ons een voorstelling te maken van hoe het er hier aan toeging. Dat gaat nog makkelijker dankzij de beelden die we zagen in die film, Railway Man. Dit is zo’n plek waar je wel even stil wordt. Als we uitgekeken zijn, brengt de golfkar ons weer terug naar boven. En dat allemaal voor niks, wat aardig! Onze chauffeur is natuurlijk netjes blijven wachten. We gaan nog even langs het toiletgebouw en dan kunnen we verder. Oh, de toiletten zijn hier in dit deel van Thailand tot nu toe keurig! Het zijn gewone zit-wc’s, met wc-papier en deze heeft zelfs luchtverfrissers staan. Niks op aan te merken.


Hangbrug over de Khwae Noi

Andy op het bruggetje

We vragen onze chauffeur of hij ons naar het Sai Yok National Park wil brengen. Daar zijn als het goed is mooie watervallen. De chauffeur begrijpt ons niet helemaal. Hij roept er iemand bij die beter Engels spreekt. We leggen uit wat we willen. Geen punt, maar kost wel 500 extra. Het ligt namelijk 30 kilometer verderop. Totaal betalen we dan 2.500 baht. Ook moeten we betalen om het park in te mogen, 300 baht per persoon. Dat vinden wij dan weer geen punt.

Sai Yok Yai NP, Kanchanaburi
Sai Yok Resort

Dames aan de afwas

We gaan op pad en even later komen we in het mooie park aan. We zien al snel de prachtige Sai Yok Yai waterval. Die ligt naast de hangbrug. We waren eerst van plan een boottochtje te maken. Bij nader inzien hebben we daar niet zoveel zin in. Vooral niet als ik verderop de 2e waterval zie, de Sai Yok Lek. Daar kan ik best even naartoe lopen. Het is een mooi wandelingetje langs het water, met aan het eind als beloning die waterval in vol ornaat. Prachtig.


Sai Yok Yai waterval

Sai Yok Lek waterval

Ik wandel gauw terug naar Andy en samen zoeken we de chauffeur weer op. We lusten wel een hapje eten. Het is immers al 2 uur geweest. Hij weet een restaurant 20 minuten verderop, waar we prima kunnen eten. Oh okay. Het is een mooi restaurant, waar we allebei kip met cashewnoten en rijst bestellen. Het smaakt prima en we zijn voor 250 baht klaar. We rijden terug naar Kanchanaburi, waar we om 3 uur aankomen.


Tempel area in Kanchanaburi

Wat Thewa Sangkharam

Zo, eerst een kop koffie en opfrissen. We willen nog wel een tempel bezoeken hier in het dorp. We lopen richting hoek van de straat, waar ons al snel een tuktuk tegemoet komt gereden. Het vriendelijke kereltje rijdt ons helemaal naar de andere kant van de stad, naar de Wat Thewa Sangkharam. “Wat” betekent tempel in het boeddhisme. Boeddhistische tempels zijn rijkelijk versierd, veel pracht en praal. In onze ogen ziet dat er nogal kitsch uit. Hier heel normaal, maar op ons komt het nogal protserig over.


Wat Thewa Sangkharam

Wat Thewa Sangkharam

We betalen het tuktuk-jochie 100 baht. Hij vraagt of we ook weer terug moeten. Nou, eigenlijk wel ja. We spreken af dat hij ons over een uur weer komt ophalen. Gaan wij eens rustig rondkijken. We beginnen bij het gigantische schip-met-paard. Geen idee wat daar de achterliggende gedachte bij was. Rondom de tempel zelf scharrelen allemaal monniken rond. Twee jongetjes-monniken zitten op de trap met hun telefoon te spelen. Ja, telefoon. Het zijn boeddhistische monniken, geen Amish. Ik vraag of ik een foto van ze mag maken. Dat mag. Ze gaan er zelfs voor staan en lachen breed.


Monniken cellen

Wat Thewa Sangkharam

We kijken rond bij de verschillende gebouwen hier. Zoals de “cellen” waar de monniken slapen. Dat herken je aan de oranje kleden, die overal over de balkons hangen. Tja, overal ter wereld moet de was drogen. We zien de zon onder gaan boven de River Kwai. We wachten even op onze tuktuk-jongen. Die is te laat. Okay, dan lopen we wel vast terug richting centrum. Als we een andere tuktuk tegenkomen, heeft ons jongetje pech.


Bij Wat Thewa Sangkharam

Wat Thewa Sangkharam

Terwijl we nog lopen, komt hij eraan, met een verlegen “sorry” en een grote grijns. We nemen weer plaats in het karretje. Hij brengt ons naar de brug over de rivier. Want we hebben bedacht dat we weer bij Keeree Tara willen  eten. Die hadden immers een buffet en daar houden we wel van. Zo jammer dat dat er alleen bij de lunch is… We bestellen iets van de kaart. Andy’s varkensvlees is lekker, mijn kip-on-a-stick niet zo. En de frietjes zijn zoutloos en te hard gebakken. Tegenvallertje dus, voor 615 baht.

We lopen weer richting centrum. Een bijna tandeloze man zonder hemd vraagt of we een taxi nodig hebben. Ach, doe maar. We springen in zijn tuktuk. Hij snapt geen bal van waar we naartoe willen. Geeft niet, we wijzen de weg wel even: gewoon rechtdoor. Vlakbij de 7-Eleven springen we eruit. Ik vraag hoeveel het kost, hij zegt 60 baht. Dat lijkt me een beetje veel, ik geef hem 40. Hij grijnst breed en dankt uitbundig, dus het zal wel goed zijn.


Bridge over the river Kwai

Welterusten!

Bij de 7-Eleven kopen we een ijsje als toetje. En een flesje anti-muggenspray, waarvan ik heb gelezen dat die goed werkt. Hopelijk is het minder vet en chemisch dan onze DEET. We wandelen op ons gemakje terug naar het hotel. Douchen, kopje thee en lekker slapen.


Dag 5 – Maandag 24 december 2018

Weer: Van lekker tot heet, 27-36c
Doel: Nong Pladuk, Maeklong Railway & Asiatique
Gereisd: Terug naar Bangkok, 182 km
Hotel: Naga Residence, €49,57

Van Kanchanaburi naar Bangkok

Vandaag gaan we terug naar Bangkok. Weer met een chauffeur via vriendin Wilma. Die van vandaag is de broer van die van gisteren. Hij heet O. Inderdaad, maar 1 letter. Voordat hij komt, gaan we natuurlijk eerst ontbijten. We doen ons weer tegoed aan al het lekkers. We pakken de laatste spullen in. Om half 10 staan we klaar. We leveren de sleutel in en krijgen onze borg van 200 baht terug. Die borg was ik eigenlijk alweer vergeten.


Het stationnetje in Nong Pladuk

Aan het begin van de Birma Spoorlijn

Daar komt ook onze chauffeur. Net als gisteren hebben we weer een ruime Toyota Van. Op weg naar Bangkok maken we 2 stops. De eerste is in Nong Pladuk. Daar is een treinstation. Niet zo heel bijzonder, zou je denken. Wel als je weet dat dit de plek is waar Andy’s opa om het leven is gekomen. Hier in Nong Pladuk begon de Birma spoorlijn. Er waren 2 kampen. Die werden op 7 september 1944 door de geallieerden gebombardeerd. Vermoedelijk wisten ze niet dat er krijgsgevangenen waren.


Nong Pladuk station

Nong Pladuk station

In kamp 2 schuilden de gevangen in de loopgraven. In kamp 1 waren er geen loopgraven.  Raad eens in welk kamp Opa Eysbroek zat… Er vielen 100 doden in kamp 1, waaronder opa, en 70 mensen raakten gewond. Extra tragisch was het, dat net de dag ervoor 200 gevangenen van kamp 2 naar kamp 1 waren overgebracht. Anders waren er vast minder slachtoffers gevallen. Je ziet helemaal niets meer van dat verleden. Er is alleen een grote steen.


Maeklong Railway Market

Maeklong Railway Market

Daarop staat dat dit het beginstation van de Thai-Birma spoorweg was en dat de bouw begon in september 1942. Maar ondanks dat er niet zoveel is, anders dan een gewoon station en een gewoon spoor, is het toch heel bijzonder hier te zijn.

Als we zijn uitgekeken, stappen we weer in de auto en rijden naar het 2e stopje.


Verse vis!

Verse scharretjes krabbetjes!

Dat is in Maeklong. Daar is een markt. Op het spoor. Als er een trein aankomt, wordt de koopwaar ingeklapt. Als de trein voorbij is, wordt het weer uitgeklapt en gaat het leven weer verder. En dat gebeurt een aantal keer per dag. Helaas zitten we een eind tussen 2 treinen in. Die van 11 uur hebben we gemist, de volgende wordt pas om half 3 verwacht. Dat duurt nog ruim 3 uur. Daar gaan we niet op wachten. We moeten immers nog naar Bangkok. We kijken alleen even rond op de markt, waar vooral veel vis wordt aangeboden. En dat ruik je best wel een beetje.


Downtown Maeklong

Downtown Maeklong

Goed, we stappen in de auto voor het laatste stuk. Zoals verwacht, is het verkeer in Bangkok erg druk. Ook zijn er onderweg politiecontroles. Onze auto mag aan de kant, de chauffeur moet zijn papieren komen laten zien. Het duurt best lang, vinden wij. Maar als O terug is, zegt hij dat het “gewoon een controle” was. O…kay. Toch komen we er redelijk vlot doorheen. Mr. O zet ons af bij ons hotel. We betalen hem de afgesproken 3.000 baht en gaan inchecken.


Downtown Maeklong

Downtown Maeklong

Ons hotel blijkt mooi en luxe te zijn. Mag ook wel, want het was best een beetje duur. Nou ja, vergeleken met de andere hotels deze vakantie. Niet met andere hotels in Bangkok. Ik denk dat we wat dat betreft best een goede deal hebben. Onze kamer is lekker ruim. Het heeft een balkon, met uitzicht op de parkeerplaats. Ja, daar is niks aan. Het is ook veel te warm om op het balkon te staan. Was het vanochtend nog best lekker met 27 graden, inmiddels loopt het alweer richting de 36.


Daar heb je Bangkok

En daar heb je de file van Bangkok

We frissen ons even op en gaan dan een stukje Bangkok bekijken. Ik had bedacht om naar Mahanakhon te gaan. Daar is sinds november 2018 een uitzichtplatform. Zoals de Top of the Rock in New York, Willis Tower in Chicago of de Burj Khalifa in Dubai. Om bij Mahanakhon te komen, wandelen we eerst naar het treinstation van de Skytrain. Want hoewel het metro/skytrain systeem nog niet de hele de stad covert, is dit prima per trein te bereiken.


Op een klein stationnetje…

… komt de Skytrain net aan

De Skytrain vertrekt zo’n 800 meter verderop. We kopen 2 kaartjes naar halte Chong Nonsi, voor 30 baht pp. De Skytrain komt er vlot aan en 3 haltes verder zijn we er al. Vanaf het station kunnen we zo naar Mahanakhon lopen. Daar sluiten we in de rij aan, voor kaartjes. Die zijn niet goedkoop: op dit tijdstip 1.050 baht pp. Dat is toch bijna 30 piek. Andy weet nu al dat hij niet op het platform durft. Het is namelijk deels van glas. Niet fijn, als je hoogtevrees hebt.

Terwijl we nog staan te overleggen wat we zullen doen, vraagt een meisje of iemand ons al van de lift heeft verteld. Nee, wat is daarmee? Nou, die doet het niet tussen de 74e en 78e verdieping. Tja, het is net een maandje open, dus kinderziektes zijn niet vreemd. Op de 74e verdieping is het indoor uitkijkplatform, op de 78e dat glazen ding. Hmm, om nou met dit weer 4 verdiepingen trap te lopen… Eigenlijk vinden we het ook best veel geld. We weten van die andere torens (Top of the Rock, Willis Tower en Burj Khalifa) dat we eigenlijk best snel zijn uitgekeken.


Gratis shuttle boot naar Asiatique

Beetje vol wel

Weet je wat, we gaan niet! We nemen de Skytrain terug. Nu stappen we na 2 haltes uit, bij Saphan Taksin. Daarom kopen we een kaartje voor 2 haltes, a 26 baht pp. De 1e Skytrain die aankomt zit ramvol. We wachten er wel eentje. De volgende is ook vol, maar daar passen we nog wel bij. Het is immers maar 2 haltes. Bij Saphan Taksin stappen we uit en lopen naar de plek waar de gratis shuttleboot naar Asiatique vertrekt. Dat is een leuk soort shop/vreetcentrum in wat vroeger een oud warenhuis was.


Het gezellige Asiatique

Het gezellige Asiatique

Bij de pier zien we allemaal mensen in de rij staan. We verbazen ons dan ook dat wij zo kunnen doorlopen… Denk niet dat dat klopt… Ik roep tegen Andy “dom kijken en doorlopen!”. En zo zitten we al meteen aan boord, als allerlaatsten. Die boot is ook ramvol. Maar dat maakt niet uit, want wij staan achteraan. En als hij zo meteen aanlegt, vooraan. Het is een leuk tochtje over het water. En de blik op het verlichte Asiatique is mooi.


Durian, anyone?

Lekker een hapje eten

Bij Asiatique is het gezellig druk. We struinen een beetje rond langs de shops, voordat we een plekje bij 1 van de restaurantjes kiezen. We krijgen een kaart en een aankruislijst. We kiezen 4 gerechten en rijst uit en kruisen dat aan op de lijst. En we nemen er natuurlijk drinken bij. Het eten komt verrassend vlot en smaakt best aardig. We hebben nog niet echt wauw-wat-lekker gegeten, maar slecht is het niet. We rekenen af: 755 baht. We wandelen nog wat verder, tot we een ijskraam zien. Ha, dat lusten we wel. Ziezo, nu hebben we voor totaal iets van 1.000 baht gegeten, met een toetje na.


Het is donker geworden

Tijd om met de boot terug te gaan

Inmiddels zijn we best een beetje moe. We lopen naar de kade en sluiten aan voor de boot terug. Die nog steeds gratis is. Gelukkig is de boot terug een stuk minder vol. Aan de overkant moeten we de Taksin brug over lopen, naar ons hotel. Op de hoek zit een 7-Eleven. Daar halen we drinken. We lopen terug naar onze kamer, lekker douchen, bijkomen & slapen.


Dag 6 – Dinsdag 25 december 2018

Weer: Bloody hot, 38 graden
Doel: Sightseeing Bangkok
Gereisd: Hoofdzakelijk per boot
Hotel: Homey Don Muang, €24,18

Bangkok Skyline

Merry Christmas! On this first day of Christmas, Andy said to me: “Godsakke, wat is het warm!” Dat klopt, het is vandaag minstens 38 graden. En laten we net deze dag hebben uitgekozen om Bangkok te gaan bekijken… Eerst maar eens uitchecken. We slapen vannacht namelijk in een ander hotel, eentje vlakbij het vliegveld. Gelukkig kunnen we onze koffers hier stallen. Kunnen we mooi de stad bekijken. We regelen ook meteen een shuttle om ons vanavond naar het vliegveld te brengen. Dat kost 500 baht. Volgens mij niet verkeerd.


Chao Praya Express Boat halte

Beetje vol wel

Goed, laten we beginnen met ontbijt. Ons hotel heeft geen eetgelegenheid, we moeten er zelf op uit. Geen punt, er zit genoeg links en rechts van onze straat. We kiezen een tentje uit en bestellen een American breakfast, waarom ook niet. Weer 330 baht armer wandelen we naar de brug. Daar moeten we overheen, om bij de boten te komen. Want voor onze eerste bestemming vandaag nemen we de Chao Phraya Express boot. Dat is een ferry die de rivier op en af vaart. En die rivier heet, u raadt het al, de Chao Phraya.


Langs de Chao Praya

Langs de Chao Praya

We kopen 2 kaartjes naar halte Rajchawongse. Dat is vlakbij Chinatown. We worden naar een rij gedirigeerd en wachten braaf op de boot. Die komt eraan, maar een andere rij mag eerst. Iemand wijst ons erop dat we in de verkeerde rij staan en dat wij ook met die boot mee moeten. Lekker dan. We kunnen alleen niet meer met deze mee. Gelukkig komt er even later een andere en kunnen we daar meteen opstappen.


Langs de Chao Praya

Langs de Chao Praya

Die boot loopt aardig vol. Behoorlijk vol: overal zitten en staan mensen op elkaar gepakt. Je kan er bijna niet op of af. En aangezien niemand de kaartjes controleert, besluiten we om stiekem te blijven zitten tot ons verste punt van vandaag. Veel teveel gedoe om ons eruit te wurmen. Daarom stappen we pas bij Tha Chang uit. Dat is bij het Grand Palace.

Terwijl we staan te bedenken wat we gaan doen, worden we aangesproken door een aardige kerel.


Grand Palace

Grand Palace

Zo jammer dat hij uiteindelijk probeert ons een tuktuk-tour aan te smeren. Voor slechts 200 baht brengt die ons naar de grote Buddha en naar een of ander kledinghuis. Dat willen we niet. De man probeert het nog een paar keer en laat dan zien waarom dat kledinghuis belangrijk is: daar krijgt de tuktuk-chauffeur gratis benzine. Nou, dank u, maar wij slaan over. We willen gewoon het paleis zien en de Watjes hier in de buurt.

Eerst het paleis. Dat is naar links. Het is eigenlijk een complex van gebouwen. Tot halverwege de 20e eeuw woonde hier de koninklijke familie van Bangkok. Nu heeft het alleen nog een ceremoniële functie. En verder doet het deels dienst als museum en kan het bezocht worden. Wij hoeven het complex niet perse van binnen te zien. Dat is vandaag ook geen goed idee, want het is megadruk. Waarschijnlijk omdat het 1e kerstdag is. Daarom huppel ik er even omheen voor een paar foto’s, terwijl Andy in de schaduw wacht.


Ministerie van Defensie

San Lak Muang

Die schaduw is nodig, want het is echt heel erg warm. We wandelen rustig naar Wat Pho. Héél rustig, want we zweten ons gek. Ah, bankjes bij de bushalte. En koud water bij het stalletje erachter. Dat komt allebei goed van pas. Even bijkomen hoor. Dan rustig door, naar Wat Pho dus. Dat is de tempel van de liggende Boeddha. Een enorme liggende Boeddha. Van goud. Het is ook nog eens de grootste en oudste tempel van Bangkok. Andy heeft geen zin erin te gaan. Ik ben toch wel benieuwd. En we zijn er nou toch, je moet er wel iets van zien.


In de buurt van het paleis

Tuktuk, anyone?

Andy zoekt weer een plekje in de schaduw en ik koop voor 100 baht een kaartje. Gelukkig ben ik gekleed op tempelbezoek: schouders en knieën bedekt. Hoef ik tenminste niet, zoals al die andere toeristen, voor lul te lopen in een katoenen broek met olifanten erop. Die ze ook nog eens óver hun korte broek hebben aangedaan. Sukkels, had dan gewoon een luchtige, knie-bedekkende broek aangedaan. Behalve dat het me erg warm lijkt, loopt zo te zien half Bangkok in diezelfde belachelijke broek-met-olifanten-print.


In de buurt van het paleis

Toegangspoort Wat Pho

Anyhow. Bij de ingang staan bakken met plastic tassen. Daar kan je je schoenen in doen. In die tassen, niet in die bakken. Want je mag er natuurlijk niet op schoenen door, het is tenslotte een tempel. En dan is zo’n tasje handig. Eenmaal binnen ben ik erg onder de indruk van het gigantische beeld. Het is maar liefst 46 meter lang en 15 meter hoog. En het blinkt je tegemoet: het hele gevaarte is bedekt met bladgoud. Op de ook al gigantische voetzolen staan 108 afbeeldingen, gemaakt van parelmoer.

Je kunt een rondje om de Boeddha lopen. Dat duurt even, want het is hier erg druk. Maar dan sta ik toch weer buiten en zoek ik mijn echtgenoot op. Next stop is Wat Arun, aan de overkant van het water. We gaan er met de ferry naartoe. De halte is hier om de hoek en is een beetje verdekt opgesteld. Je moet door een overdekte markt lopen om er te komen. Daar kun je bij het loketje een kaartje kopen, voor slechts 4 baht per persoon. Het is dan ook een truteindje naar de overkant.


Het is echt gigantisch

Boeddha’s zweetjoekeltjes voetzolen

Wat Arun is erg mooi. Het wordt wel de mooiste tempel van Bangkok genoemd. Het ligt in elk geval op een schitterende plek, direct aan de Chao Phraya rivier. Vanaf het water – en natuurlijk  ook vanaf de overkant – heb je een prima zicht op het complex. Hoogtepunt, letterlijk, is de 82 meter hoge pagode, prang genoemd. Eromheen staan 4 kleinere prangetjes, allemaal rijkelijk versierd met stukjes porselein. Het complex is gebouwd in de stijl van de Khmer architectuur.


Kleine monumentjes in Wat Pho

Kleine monumentjes in Wat Pho

We wandelen er omheen en zoeken dan de pier vanaf waar de Express verrekt. Nu kopen we 2 kaartjes naar halte Rajchawongse, de halte het dichtst bij Chinatown. Want daar gaan we naartoe. Deze keer kost een kaartje 50 baht pp. We moeten even wachten tot de juiste ferry eraan komt. Eenmaal bij Chinatown aangekomen zien we een rij tuktuks staan. Hoewel ik overal lees dat die zwaar overprized zijn en net zo onhandig in het verkeer als een taxi, nemen we er toch maar eentje. Je moet het toch een keer ervaren hebben. Plus we hebben geen zin om te lopen. Veel te warm.


Met de ferry naar…

…Wat Arun

We willen graag naar de gate van Chinatown. Dat is 1,5 kilometer verderop. En dat kost het belachelijke bedrag van 100 baht. Hoe belachelijk dat is, vertel ik straks. Eerst de gate. Die staat groot en mooi te zijn, op de Odeon-rotonde. Dus. We wandelen een stukje door Yaowarat Road. Daar is het “echte” Chinatown, blijkbaar. Eigenlijk vragen we ons af wat we hier doen. Veel te druk en we zijn vorig jaar nota bene in China zelf geweest. Wat hebben we hier dan te zoeken? Niks!

We hebben honger. Kunnen we natuurlijk hier iets te eten zoeken. Of we gaan weer naar Asiatique. Vinden we veel leuker. We houden een taxi aan. Die brengt ons ernaartoe, voor 75 baht. Voor een afstand van ongeveer 7 kilometer. Nou, en zo belachelijk was de prijs van een tuktuk! Okay, omgerekend is het nog geen 3 piek. Maar daar gaat het niet om. Het is echt een toeristenval. Je ziet trouwens ook nog geen flikker niets in zo’n ding. Vanuit sightseeing oogpunt heb je er dus ook geen reet aan. Niet meer doen.


Bij Wat Arun

Versierd met porselein

Anyhow. We worden door de taxi bij Asiaique eruit gegooid. Letterlijk; blijkbaar mag de chauffeur hier helemaal niet staan. Hij wordt een beetje kribbig en zegt dat we moeten opschieten met afrekenen en uitstappen. Tja, stop daar dan ook niet, wij worden er echt niet sneller door hoor.

Asiatique gaat om 5 uur open. Dat is over een kwartier. Aan de overkant zien we een foodcourt…

Kijk, daar houden wij van! Het lijkt wel iets op de hawker centers in Singapore. Aan de ene kant is een lange rij met stalletjes waar je eten kunt bestellen. Aan de andere kant staan tafels en stoelen. We kiezen 2 gerechten met rijst en wachten even tot het wordt gebracht. Ondertussen proberen we te raden wie van de aanwezige dames eigenlijk man zijn. Dat zijn er best wel wat. Wat is dat toch met Thailand en ladyboys?


Halte Rajchawongse bij Chinatown

Dure tuktuk zonder uitzicht

Nou, dat is de “derde sekse”, ook wel kathoey genoemd. In het tolerante Thailand zijn de kathoeys breed geaccepteerd. Daarom zie je zoveel ladyboys in het Thaise straatbeeld. En nee, ze zijn niet perse homo en hebben niet perse de wens vrouw te worden. Je zou het kunnen omschrijven als mannen met een vrouwenhart. Maar goed, we kwamen hier om te eten. En dat eten wordt net gebracht. We rekenen meteen af: 120 baht. Het smaakt prima! We zitten alleen nog niet vol. We bestellen nog een gerechtje en kleefrijst. Zo, nu zitten we wel vol. En dat heeft ons slechts 200 baht gekost.


Chinatown Gate op de Odeon-rotonde

Tempel in Chinatown

Inmiddels is Asiatique ook open, dus lopen we naar de overkant. Daar gaan we eerst op zoek naar diezelfde ijskraam, voor weer een toetje net als gisteren. We struinen wat bij de winkeltjes rond. Ik ben op zoek naar schoenen, want die ik aan heb doen best een beetje zeer. Andy besluit weer op een bankje te wachten, terwijl ik op zoek ga. En dan komt er een paniekmomentje, want ik weet niet meer waar ik Andy heb achtergelaten… Verdorie, het lijkt ook allemaal op elkaar hier! Ik heb wel soort van onthouden bij welke loods hij zit. Maar waar die loods dan is? Geen gemakkelijke vraag voor iemand met mijn richtingsgevoel. Ik ben behoorlijk opgelucht als ik hem zie zitten!


Leuk, een food court!

Eten tussen de kathoey

Zo, even bijkomen hoor. We vinden het wel welletjes voor vandaag. We gaan naar de kade en wachten op de boot terug naar Saphan Taksin, onze halte. Daar wandelen we weer de brug over, naar ons hotel. We halen opnieuw drinken bij de 7-Eleven en lopen de hoek om naar het hotel. Onze shuttle naar het vliegveld blijkt er al te zijn. Die is dan een half uur te vroeg. Nou, komt mooi uit! We laden onze spullen in en gaan op pad naar Dong Muang Airport. Dat is een dik uur rijden, mede dankzij het idiote verkeer hier.


Het is weer druk bij Asiatique

Asiatique

Ons hotel blijkt een hostel te zijn. Maar: wij hebben een 2-persoons kamer op de 4e verdieping. Niks geen backpack-gedoe. Alleen jammer dat we 2 bedden hadden besteld en er alleen nog een 2-persoons bed is. En jammer dat de airco het niet doet. Van die bedden is niets aan te doen, ze hebben een foutje gemaakt en onze eigenlijke kamer aan andere gasten gegeven. De airco komt gelukkig even later toch tot leven. De kamer koelt nu snel af. Mooi, kunnen we gaan slapen!


De zon gaat onder

en wij terug naar het hotel

Dat slapen valt nog niet mee, want het blijkt een hele gehorige kamer te zijn. Aangezien we aan een drukke straat slapen, hoor je echt alles van buiten. We doen oorplugs in, hopen dat dat nog een beetje de herrie tegenhoudt.


Dag 7 – Woensdag 26 december 2018

Weer: Best lekker, 28 graden
Doel: Aankomen in Myanmar
Gereisd: Bangkok – Mandalay – Bagan
Hotel: Sky View Hotel, €25,-

Van Bangkok naar Mandalay, Myanmar

We hebben allebei niet lekker geslapen. Meer gedut eigenlijk. We vinden het daarom niet erg om op te staan. Ontbijt is inclusief, dus gaan we op zoek. Oh, het is soep of een geroosterde boterham met jam. Okay. We houden het bij een boterham met jam. We pakken de rest van onze spullen in en gaan op weg naar het vliegveld. Dat is 600 meter lopen. Door 35 graden. Met 2 koffers. En we moeten een loopbrug over. Zonder lift of roltrap. Door 35 graden. Met 2 koffers. We komen geheel bezweet aan op het vliegveld. Goed, dat was achteraf niet het beste idee, om lopend naar het vliegveld te gaan.


Paalhuizen in Bangkok

Ieee, een beest!

Oh ja, want we vliegen vandaag naar Mandalay, in Myanmar. En als we daar zijn, gaan we meteen door naar Bagan. Dat doen we per auto. Als het goed is, staat er een chauffeur op ons te wachten in Mandalay.

Als we een beetje zijn afgekoeld, zoeken we onze incheckbalie. Nou ja, wij zijn al ingecheckt, maar onze koffers nog niet. Er staat een aardige rij voor de balie van Air Asia. We schuifelen maar een beetje mee, tot we aan de beurt zijn.


Klein stukje lopen

Over de loopbrug

Onze paspoorten en visa voor Myanmar worden gecontroleerd. Allemaal in orde. Daarna worden onze koffers ingecheckt. We moeten ze zelf even verderop door een scan gooien. Oh okay. De koffers verdwijnen en wij gaan door de Thaise douane. We krijgen een uitreisstempel van Thailand. Nu nog door de security check en we kunnen naar onze gate. Daar wachten we een half uurtje, tot het boarden begint. We worden met bussen naar ons vliegtuig gebracht. Het toestel zit behoorlijk vol en we moeten onze rij van 3 delen.


Over het spoor

En dan ben je er: Don Muang Airport

Het is 1 uur en 45 minuten vliegen. In Myanmar is het een half uur vroeger. Serieus. Dus komen we om 12.15 aan. Eerst moeten we door de douane. We geven onze visumpapieren en paspoorten af en krijgen een stempel van Myanmar erbij. Land # 58: check! Achter de douane is de bagageband en daar zien we onze koffers al voorbij komen. Mooi, nu naar buiten. Daar staat een breed lachende gozer met een witte bril en een bordje “Mrs Janneke”. Onze chauffeur voor de komende week: Polo. Als in Marco. Of Volkswagen. Of water. Zo heet hij.


Onze bolide staat klaar

Land #58: check!

We vertellen Polo dat we eerst geld moeten pinnen. Er staan 4 machines, waar we met nog een aantal andere Europese toeristen geld uit proberen te krijgen. Dat lukt soms wel en soms niet. Mij lukt het bij poging 6. Het maximale bedrag is 150.000 kyat. Dat is ruimschoots veel te weinig: het is ongeveer €80,-. Ik vraag aan Polo of er in onze plaats van bestemming, Bagan, ook ATM’s zijn. Ja, die zijn er. Okay, dan zien we daar wel verder. Nu nog even drinken halen. Daarmee zijn we onze eerste 7.000 kyat al kwijt. Nou, we kunnen op pad hoor.


Onderweg in Myanmar

Onderweg in Myanmar

Polo brengt ons naar zijn Toyota Crown, eens het vlaggenschip van Toyota. Het is een prima luxe wagen. Polo is er in elk geval trots op. De bagage gaat erin en wij gaan op pad. Naar Bagan. Dat is ongeveer 3,5 uur rijden. Meteen zien we dat Myanmar heel anders is dan Thailand. Dit heeft veel meer van Java. We kijken onze ogen uit naar alles dat zich op de weg begeeft. Dat varieert van ossenwagens tot kleine busjes vol met mensen, van een vracht/tractor-achtig iets tot scooters. Niet zoveel scooters als op Java, maar wel veel.

En er zijn heel veel vriendelijke mensen, die terug lachen en zwaaien als jij dat ook doet. Prachtig! We zien ook de beschilderde gezichten die ze hier hebben. In Myanmar smeert men thanaka op het gezicht. Als bescherming tegen de zon. Of gewoon, omdat ze het mooi vinden. Waar je in het ene land de deur niet uitgaat zonder lippenstift, ga je hier de deur niet uit zonder thanaka. Wat het is? Een lichtgele pasta, gemaakt van de thanakaboom. Het wordt alleen in Myanmar gebruikt. Uniek dus.


Onderweg in Myanmar

Onderweg in Myanmar

We stoppen een keer om de benen te strekken. Verder kijken we vooral om ons heen vanuit de auto en dutten wat weg. Rond half 5 komen we bij ons hotel aan. We nemen afscheid van Polo en spreken voor morgen af om 9.30. We gaan inchecken. Tenminste, dat is het plan. Het is alleen zo jammer dat dit niet ons hotel is… Dit is de Bagan View en we hebben geboekt in de Sky View. Dat ligt in Oud Bagan, we zijn nu in Nieuw Bagan. Oeps. Ik vraag de receptioniste of ze onze contactpersoon wil bellen. Die gaat meteen achter onze chauffeur aan. Even later komt een giebelende Polo weer aangereden, zich hevig verontschuldigend. Geen probleem joh, kan gebeuren. Nu op zoek naar ons echte hotel. Polo weet niet helemaal waar het is, maar na een paar keer vragen vinden we het toch.


Typisch transport

Typisch transport

Ons hotel ligt buiten de drukte van Nieuw Bagan, waar we toch wel heel veel toeristen zagen rondlopen. Dit vinden wij prettiger. We controleren eerst of dit wel ons hotel is. Ja. Mooi, dan kan Polo nu wel vertrekken. Wij checken in en worden naar onze kamer in de kelder gebracht. Hopelijk betekent een kamer in de kelder ook dat het er lekker koel blijft. Hoewel ik moet zeggen dat de temperatuur hier een heel stuk aangenamer is dan in Thailand. Het is hier iets van 28 graden. En ‘s avonds koelt het af naar ik denk 18. Dat is heerlijk.


Polo’s Toyota Crown

Eten op het dakterras

Als we uitgerommeld zijn met onze spullen, gaan we naar het dakterras. Daar is namelijk ook een restaurant. Wel zo makkelijk. Het eten is niet hoogstaand, maar het gaat er prima in en het kost geen knoop. Andy heeft zin in een hamburger met friet, ik in Bagan style pork in bean sauce. Met drinken erbij kost het 16.000 kyat. Klinkt veel, is nog geen tientje. Ziezo, nu kunnen we er wel weer even tegen tot morgen. Wij gaan douchen en naar bed!


Dag 8 – Donderdag 27 december 2018

Weer: Prima weer, 28 graden
Doel: Bagan tempels bewonderen
Gereisd: Rond Bagan
Hotel: Sky View Hotel, €25,-

De tempels van Bagan

Vandaag gaan we de tempels van Bagan bekijken. Daar komen we tenslotte voor. Maar eerst ontbijt. Dat is inclusief en het is tot 9 uur te vinden op het dakterras. Tja, wat zullen we ervan zeggen? Het is beter dan gisteren in Bangkok en een stuk slechter dan bij Chez Bure in Kanchanaburi. Maar ach, het vult.

We maken ons verder klaar, want om half 10 komt Polo ons ophalen. Hij brengt ons naar alle prachtige tempels in de omgeving. Nou ja, niet naar allemaal, want dat zijn er meer dan 3.000. Polo heeft een selectie gemaakt van interessante tempels. Tenminste, daar lijkt het op. Hier gaat in elk geval het gezegde : heb je er 1 gezien…” niet op.

De tempels die wij bekijken, zijn allemaal anders. Wat ze wel gemeen hebben, is dat bij allemaal minimaal 1 Boeddhabeeld te vinden is. Wij vinden vooral de kleinere, echte oude tempels prachtig. Voor sommige tempels moet je de Bagan Archeological pass hebben. Die hebben we niet en we hebben ook geen zin er 1 aan te schaffen.

Niet dat dat nou zo duur is: buitenlanders betalen 25.000 kyat. Dat is net geen 15 euro. Maar we hebben de portemonnee in de auto laten liggen en geen zin die te halen. We hoeven ook niet perse ín alle tempels te kijken. Het gaat ons vooral om de buitenkant. En om wat er allemaal op straat gebeurt. We vermaken ons zo ook prima.

Tegen enen hebben we wel trek in een lunch. Polo zet ons bij een keurig restaurant af, Nanda genaamd. Hier eten we heerlijke gebakken kip en varkensvlees met rijst. Dit is de eerste echt lekkere maaltijd die we deze vakantie hebben. En dat voor slechts 25.000 kyat.


Gubyaukgyi tempel

Gubyaukgyi tempel

We zoeken Polo weer op en laten ons terug naar het hotel brengen. Want we hoeven nou ook weer niet heel de dag tempel in, tempel uit. Daarvoor zijn het er teveel. In plaats daarvan spreken we af dat Polo ons om half 5 weer komt halen, voor de zonsondergang. Ga ik eerst even mijn benen wassen en insmeren, want volgens mij ben ik net 1.000x gestoken. Zoiets.

We trekken een lange broek aan. Want zoals we gisteren merkten, koelt het hier ’s avonds lekker af. Dat is zeer welkom, bij overdag 30 graden. En met een lange broek hebben we minder kans op gestoken te worden. Kutmuggen.


Tempels van Bagan

Birmese kinderen

Zoals gezegd komt Polo ons om half 5 weer halen. Hij rijdt naar de Dhammayangyi tempel, waar we als het goed is een mooie zonsondergang kunnen zien. Ook deze tempel is prachtig en enorm groot. We zien alleen niet hoe we hier een mooie sunset te zien krijgen. Dus lopen we een klein stukje verder.


Zoveel tempels, zoveel marktjes

Tempels van Bagan

We klimmen over een muur en zien een klein bergje. Daar zit iemand met een drone te spelen. Een chagrijnige Duitser, zoals even later blijkt. Op dat bergje hebben we wel het mooiste zicht op een ondergaande zon boven een paar tempels. Dus klauteren we erbij. Andy vraagt de Duitser naar zijn speelgoedje. Dat is geen speelgoedje. Oh nou, sorry hoor. Chagrijn.

We blijven op het bergje tot de zon onder is. Dan zoeken we Polo weer op. Die brengt ons eerst naar Nieuw Bagan, want we moeten een lading geld pinnen. Bijna alles gaat hier cash en ook het reisbureau waarvan we Polo hebben, moet over een paar dagen betaald worden.


Schafttijd voor de werklui

Handgemaakte parasols

Dat kan in dollars, maar dan moet je wel vlekkeloze briefjes hebben. Voor ons is het net zo makkelijk om kyatjes te pinnen. Misschien wel makkelijker dan dollars regelen. We moeten in 4x pinnen, want je kunt er maximaal 300.000 per keer uit trekken. Klinkt veel, is 165 euro. Valt dus wel mee.


Dhammayangyi Temple

Sunset boven Bagan

Het vervelende is alleen dat je per pinactie kosten betaalt. Hier bij de pin is dat 6.500 kyat per keer. En straks thuis nog een keer, omdat die verrektese ABN per pinactie in het buitenland (als je andere valuta dan eurootjes pint) ook nog eens kosten rekent.


Dhammayangyi Temple

Dhammayangyi Temple

En dat is niet eerlijk, omdat er een maximum bedrag aan zit die niet zo hoog is. Daardoor moet je wel vaker achter elkaar pinnen. Anyhow, ik sta een miljoen kyat te pinnen en krijg een enorm pak papier. Op de hotelkamer zoek ik het allemaal wel even uit. Kijk, en dat is leuk, want je voelt je toch een beetje rijk met al die briefjes!


Sunset boven Bagan

Sunset boven Bagan

Van de ATM rijden we nog even langs een supermarkt om wat drinken in te slaan Dan brengt Polo ons terug naar ons hotel. We spreken om half 10 morgenochtend af en nemen afscheid. Wij gaan lekker douchen, relaxen en slapen.


Dag 9 – Vrijdag 28 december 2018

Weer: Heerlijk, 285 c of zo
Doel: Aankomen bij het Inle meer
Gereisd: Bagan naar Nyaung Shwe, 335 km
Hotel: Palace Nyaung Shwe, €16,-

Van Bagan naar Nyoung Shwe

Vandaag is een reisdag. We gaan naar het Inle Meer en dat ligt iets van 335 kilometer verderop. Een uurtje of 7 rijden. Maar eerst ontbijten. Dat is vandaag een teleurstelling. Er zijn geen schone tafeltjes meer vrij. We gaan noodgedwongen aan een tafel met een stapel vaat zitten. Andy heeft voor mij een gebakken eitje geregeld. De versie die ik krijg vind ik te snotterig, dus hou ik het bij toast met jam. We pakken de laatste spullen en checken uit. Men wil onze kamer controleren. Prima hoor. En die is ook in orde, we kunnen gaan.


En wie maakt de curry?

Lekkere curry hapjes

Polo staat al te wachten. We laden alle bagage in en vertrekken naar de andere kant van het land. Ongeveer. Na zo’n half uur rijden komen we bij een plek waar ze curry maken, van iets uit een boom. Ja, Polo spreekt niet zo goed Engels en ik snap het niet zo goed. Maar het is wel leuk om te zien hoe de os rondjes draait. Zo stampt hij iets tot wat inderdaad op curry lijkt. We gaan verder. Ik kijk mijn ogen uit van wat er allemaal op en langs de weg gebeurt.


Onderweg in Myanmar

Onderweg in Myanmar

Er rijden allemaal kleine open vrachtwagentjes, die blijkbaar dienst doen als bus. En als goederenvervoer. Regelmatig zien we er eentje waar aan alle kanten armen en benen uitsteken, zo vol. Ook wordt er vaak van alles meegenomen. Dozen, hout, balen met iets. En daar zitten weer mensen bovenop. Verder komen we ossenwagens tegen. En dames met manden met eten op hun hoofd. Of een stok over de schouder, met aan beide kanten iets om te sjouwen. Dan zijn er nog de vrachtwagens, tractorwagens en vele scooters en brommers.


Markt langs de weg

Markt langs de weg

We komen af en toe door een plaatsje. Daar wordt langs de hoofdweg van alles te koop aangeboden. Hier zien de huizen er redelijk stabiel uit. Maar zodra je buiten de bebouwde kom bent, zie je dat veel mensen in hutten wonen. Al met al maakt het een armere indruk dan bijvoorbeeld Java. En daar hebben de meeste mensen het al niet zo breed. We vragen Polo of hij een adresje weet waar we kunnen lunchen. Dat weet hij. Het blijkt een echt Birmaans restaurant te zijn. Zonder kaart, dus we lopen even mee om in de pannen te kijken. Iets met kip en iets met varkensvlees. Doe maar iets met kip.


Busje voor de meiden

Busje voor de jongens

We vragen waar de toiletten zijn: buiten. Links de dames, rechts de heren. Bij de dames heb je alleen hurk-wc’s. Gelukkig heb ik mijn plastuitjes bij me. Die heb ik deze vakantie nog niet hoeven gebruiken, tot mijn grote vreugde. Nu dus wel. Werkt perfect! We nemen plaats in het restaurant en worden gadegeslagen door de plaatselijke bevolking. Blijkbaar zien ze hier niet al teveel blanke toeristen. Er komt een schaal vol eten: rijst, kip-in-nat en schaaltjes met verschillende dingen. Nou ben ik absoluut geen moeilijke eter en ik wil niet verwend klinken. Maar dit vind ik toch niet zo lekker. Ach, dat heb je wel eens. Volgende keer zullen we Polo betere instructies geven. Het kost in elk geval geen knoop: 5.000 kyat, nog geen 3 euro.


Uitzicht in Myanmar

Uitzicht in Myanmar

We gaan weer verder. Langzaamaan komen we bij bergen. Daar moeten we overheen. En dat gaat over een hele bochtige en vooral hele stoffige weg. Komt deels omdat ze er aan het werk zijn. Dat gebeurt vooral met de hand. Stenen sjouwen, egaliseren, teer smelten – dat kan toch ook niet al te gezond zijn? Er werken zowel mannen als vrouwen en we zien een flink aantal mensen die niet ouder dan een jaar of 12 kunnen zijn. Dat was ons al eerder opgevallen. Net ook in het restaurant, dat leek ook te worden gerund door kinderen. Ik denk dat ze amper aan het puberen waren.


We zijn in Nyaung Shwe

En daar is het gezellig druk

De omgeving wordt nu wel iets mooier. Tot nu toe waren we nog niet zo onder de indruk van het landschap. Wel van wat er allemaal om ons heen gebeurt. Maar qua natuur hebben we nog geen wauw-momentje gehad. Nu gaat het dus de goede kant op. We toeren zo lekker door, tot we in Nyaung Shwe aankomen. Daar slapen we de komende 2 nachten. Hier blijkt dat Polo helemaal geen navigatie heeft. Hij rijdt eerst naar de verkeerde plaats. Na een paar keer vragen komen we in de juiste aan. We rijden verschillende rondjes door het dorp, omdat hij ons hotel niet kan vinden. Hij vraagt weer aan verschillende mensen de weg. Die wijzen ons allemaal een andere kant op, lijkt het wel.


Aan de rand van Nyaung Shwe

Nyaung Shwe

Ik geef het telefoonnummer van het hotel en help Polo het in te toetsen. Ah, er komt iemand van het hotel om ons op te halen. Gelukkig maar, want we zijn nu al een uur aan het rondrijden. Dat zijn we best een beetje beu aan het worden. Al snel komt er een jongen op een scooter en die rijdt voor ons uit naar het hotel. Een alleraardigst meisje checkt ons in. We betalen voor 2 nachten de afgesproken 64.000 kyat. En we regelen meteen een boottour voor morgen. Want we komen hier tenslotte voor het Inle meer. We kunnen een tour maken met een privé boot. We mogen zelf kiezen hoe laat we worden opgehaald.


Nyaung Shwe

Nyaung Shwe

Wij vinden half 10 een prima tijd. Geen probleem, dat kan. We mogen ook kiezen welke tour we willen. Behalve de “gewone” is er ook eentje met een wandeling van 20 minuten naar een markt. Twintig minuten duurt bij ons zeker een half uur. En je moet ook weer terug natuurlijk. Laat dat maar zitten. Zo hebben we mooi een boottour van een uurtje of 5 en in de middag nog tijd om zelf iets te doen. Klinkt goed. We betalen ook meteen voor de tour. Die kost 20.000 kyat voor ons 2-en.


Onze chauffeur, Polo

Onze kamer, cabin-style

We worden naar onze kamer gebracht. Dat is een beetje in cabin-stijl en het is erg schattig. Niet heel groot, wel knus. We hebben ook een veranda met stoelen. Het doet wat denken aan de cabin die we op Gili Meno in Indonesië hadden. Inclusief de stroomperikelen, die kennen ze hier ook. De airco doet het soms wel, soms niet. Komt omdat het etenstijd is en veel mensen nu stroom gebruiken. Internet is er ook niet altijd. Geeft allemaal niets, we wisten dat dat niet gek is in Myanmar. We trekken een lange broek en dunne trui aan, want het is hier heerlijk afgekoeld naar een graad of 18 schat ik zo. Lekker hoor, dat we die hitte van Thailand kwijt zijn!

We gaan op zoek naar avondeten. We wandelen onze straat door, tot we een Indiaas/Birmees restaurant zien. Buiten hangen foto’s en een kaart. Klinkt goed en ziet er lekker uit. En de eigenaresse / kokkin blijkt een schat van een mens te zijn. Ze komt uit Myanmar, maar heeft Nepalese grootouders. Ze spreekt behoorlijk goed Engels en maakt graag een praatje. Heel gezellig. En het eten is erg lekker. Alles vers en zelfgemaakt. Ik neem chicken massala met roti, Andy nasi goreng met kip en ei. En ook dit kost bijna niets: 6.000 kyat. We geven 1.000 kyat fooi en nemen afscheid. We wandelen rustig terug naar onze guesthouse. Beetje relaxen en lekker slapen.


Dag 10 – Zaterdag 29 december 2018

Weer: Heerlijk op het water
Doel: Inle meer verkennen
Gereisd: Per boot
Hotel: Palace Nyaung Shwe, €16,-

(Nep-) visser op het Inle meer

Vandaag gaan we die boottour maken over het Inle meer. Dat is het 2 na grootste meer van Myanmar. Het is ongeveer 20 kilometer lang en 5 kilometer op zijn breedst. Het ligt tussen de bergen in. Op en om het meer gebeurt van alles.


Andy in de tuktuk

Onze kapitein – met rode tanden

Het meer is vooral bekend vanwege de vissers die met 1 been roeien. Zo hebben ze hun handen vrij voor andere dingen. Moet er heel bijzonder uitzien, dus we zijn benieuwd. We beginnen de dag met ontbijt. We mogen kiezen wat we willen. Nou, doe maar een pannenkoek met honing. Banaantje erop, heerlijk.


Daar heb je de vissers

Échte vissers, wel te verstaan

Om half 10 worden we opgehaald voor onze excursie. We maken kennis met een nieuwe vorm van tuktuk. Hier hebben ze een smal zijspan vastgemaakt aan scootertjes. Je kunt er met 2 passagiers op, eentje vooruit, eentje achteruit. We zitten dus met onze ruggen tegen elkaar aan geschurkt. En we zitten klem: onze Europese achterwerken passen maar net in de stoeltjes. Ach, kunnen we er ook niet uitvallen.


Speciale vissersmand

Hier wordt echt gewerkt

We worden naar de haven gebracht en in een longtailboat geladen. Onze kapitein is een aardige kerel, die door het kauwen van zijn pruimtabak niet heel goed te verstaan is. We zien wel wat er gebeurt. We gaan het meer op. Dat is omzoomd door dorpjes en in het midden is allerlei begroeiing, lijkt het. Het is in elk geval niet 1 groot overzichtelijk meer. En dat is wel zo leuk.


Machtig gezicht!

Uhm, de onkruidvisser?

We varen een eindje en komen dan bij de bijzondere vissers aan. Dat wil zeggen, bij de acteurs, die het kunstje voor de toeristen laten zien. Tegen betaling van een fooi, natuurlijk. Daar is geen ontkomen aan, ik zie opeens een open hand voor mijn neus. Uhm, okay. Ik geef hem 1.000 kyat.


Dorpje aan het meer

Dorpje aan het meer

We varen verder, tussen de nepvissers door en dan langs de échte vissers. Die ook met hun been peddelen. Maar dan echt. Eigenlijk heel handig, want zo blijven ze in evenwicht, terwijl ze ondertussen netten binnen halen en doen wat vissers nog meer doen. Het is een erg mooi gezicht.


Landbouw op het water – waterbouw?

Dorpje aan het meer

We komen bij een dorpje. Alsof we Venetië of Giethoorn binnenvaren. De huizen staan allemaal op palen en straten zijn met bruggen aan elkaar verbonden. Op zo’n tour als dit is het onvermijdelijk om naar handwerkshopjes te gaan. Daar krijgen de gidsen commissie voor, het hoort er nou eenmaal bij.


Dorpje aan het meer

Stopje bij de zilversmid

We bezoeken dan ook een zilversmid. We krijgen uitleg over hoe zilveren vissen worden gemaakt. Die vissen dienen als aas. Daarna worden we naar de winkel geleid. De dame die ons gidst, volgt mij nauwlettend. Ze hoopt natuurlijk dat ik iets wil kopen.


Demonstratie zilver bewerken

Het eindresultaat: aas

Het is niet echt mijn smaak en aangezien de prijzen reguliere Westerse prijzen zijn, slaan we over. We geven 1.000 kyat fooi en gaan terug naar onze boot. Volgende stop is bij een weverij. Daar zitten 3 longneck dames te weven. Als ruil om ze op de foto te zetten, laten we weer 1.000 kyat achter.


Dorpje aan het meer

Longneck dames

Daarna door de souvenirshop naar de boot. Next. Een echte weverij, waar ze van zijde, katoen en lotus prachtige sjaals en rokken maken. We krijgen weer uitleg over het hele proces en worden, je verwacht het niet, naar de winkel geleid. Helaas ben ik geen sjaaltjes-type, dus ook hier blijft onze portemonnee dicht. Op de 1.000 kyat fooi na dan.


Weverij

Lotusdraden verzamelen

Nu gaan we weer een stukje varen, naar het volgende plaatsje. Daar maken ze sigaretten. Ohoh…. Andy is net voor de vakantie gestopt met roken. Dat wil zeggen, met e-smoken, want dat rookte hij de afgelopen 4 jaar. En daar heeft hij het best een beetje moeilijk mee. Dus of dit nou zo’n goed idee is…


Sigaretten-bazin

Andy probeert een peukje

Er zit al een stelletje binnen, uit Oostenrijk. We kletsen even gezellig. Ondertussen krijgen we uitleg over hoe de sigaretten worden gemaakt. En welke smaken er zijn. Er zit geen nicotine in, zegt de dame, alleen natuurlijke ingrediënten. Naast haar worden de sigaretten gemaakt.


Het prachtige Inle Lake

Het prachtige Inle Lake

Drie dames zetten ze heel vernuftig in elkaar. We zien hoe een mix van kruiden in bladeren worden gerold. We besluiten om een doosje mee te nemen voor Linda. Kost wel wat: 25.000 kyat voor zo’n leuk rond bamboedoosje met 20 sigaretten.


Volgende stopje

Het is net Giethoorn

Goed, terug naar de boot. De volgende stop is tegenover de Phaung Daw Oo Pagoda. Daar is een restaurant, waar we kunnen lunchen. Het is namelijk inmiddels 1 uur, we lusten wel wat. We kiezen voor een omelet met tomaat en ui. En frietjes erbij.


Phaung Daw Oo Pagod

Phaung Daw Oo Pagod

Je kan merken dat het hier toeristisch is, want we betalen 11.500 kyat. Als je dat vergelijkt met de lekkere avondmaaltijd gisteren, is dat best een beetje duur. Het smaakt gelukkig goed en gelukkig hebben ze hier nette Westerse wc’s.


Phaung Daw Oo Pagod

Bladgoud plakken

Als we uitgegeten zijn, lopen we de brug over naar de pagode. Binnen is het een drukte van belang. In het midden van de tempel is een, tja, hoe noem je dat? Een verhoging met een soort paddenstoelvormige dingen op een tafel. Eromheen staan allemaal mannen te dringen om die paddenstoelen met goudvellen te kunnen beplakken.


Nga Phe Chaung monastery

Heel oud en bijzonder

Geen idee waarom, maar een hoop mensen doen het. Mannen; vrouwen zijn niet toegestaan. Tss, dan niet hoor. De vrouwen zitten op de grond rondom de verhoging. We kijken even naar de groep monnik-jongetjes dat langs de tempel loopt. Zo te zien hoort dat bij het dagelijks ritueel.


Waterbouw

Waterbouw

Als we zijn uitgekeken, zoeken we onze boot weer op. We hebben nog 1 stop op het programma staan en dat is bij de Nga Phe Chaung monastery. Wat eigenlijk een grote kleding- en souvenirmarkt is. Binnenin het klooster staan een aantal grote Boeddhabeelden. Allemaal pracht en praal.


Nga Phe Chaung monastery

Nga Phe Chaung monastery

Ziezo, we zijn klaar. Tijd om terug te gaan naar Nyaung Shwe. Daar komen we tegen 4 uur aan. We geven de kapitein 5.000 kyat fooi en wandelen nog even naar wat we denken dat het centrum is. Maar eigenlijk vinden we het wel genoeg. We proberen een taxi te regelen. Taxi is hier zo’n brommer-tuktuk.


Nga Phe Chaung monastery

Nga Phe Chaung monastery

De eerste die we vinden wil 10.000 kyat. Wat denkt hij zelf, idioot. Nee, 2.000 kan hij krijgen, Dat wil hij niet. Nou, dan niet, we nemen de volgende wel. Verderop is er eentje die vraagt 3.000. Ik bied 2.000. Is goed. Hij moet even de balen meel uitladen en dan kunnen wij plaatsnemen. Hij zet ons netjes voor de deur af. We geven hem 2.500, vooruit.


Het botenhuis

Onze kapitein doet een dutje

We gaan eerst een beetje bijkomen van deze prachtige dag. Voor het avondeten doen we niet te moeilijk, we gaan terug naar het Indiase restaurantje. We worden hartelijk door de eigenaresse begroet. Andy bestelt het zelfde als gisteren. Ik vraag om iets vergelijkbaars als de chicken massala, maar dan anders.


Blijft mooi

Vooruit, nog eentje

Ze gaat iets voor me maken, dus ik ben benieuwd. Ik weet niet wat ik heb gegeten, maar het was weer heerlijk. En dat voor weer slechts 6.000 kyat. We nemen hartelijk afscheid van dit prachtige mens en lopen terug naar onze guesthouse.


Terug in Nyaung Shwe

Over contrasten gesproken

We zouden best willen douchen, maar het water is eventjes op. Dat wordt wel snel weer hersteld, maar we wagen het er toch maar niet op. Zal je net zien dat je met je haar ingezeept staat. We houden het bij snel wassen, relaxen en hopelijk lekker slapen.


Dag 11 – Zondag 30 december 2018

Weer: Lekker, overdag 28c, ‘s avonds 20c
Doel: Terug naar Mandalay
Gereisd: Nyaung Shwe naar Mandalay, 265 km
Hotel: Sunny Mandalay Hotel, €21,-

Van het Inle Meer naar Mandalay

Gelukkig hebben we vannacht iets beter geslapen dan gisteren. Gisteren was het een enorm kabaal buiten, dat al heel vroeg begon. Vandaag blijft het langere tijd een stuk rustiger. We beginnen weer met een ontbijt. Pannenkoek met banaan, honing, gebakken ei en toast. Het is een beetje druk bij het ontbijt. Er zit een Frans gezin en dezelfde dame als gisteren. Die laatste blijkt toch wel aardig. Ze komt uit Korea. Zuid Korea, wel te verstaan. We hebben nog nooit iemand uit Korea ontmoet. Ze is niet heel spraakzaam, wel vriendelijk.


Klooster in Nyaung Shwe

Klooster in Nyaung Shwe

Na het ontbijt pakken we in en begroeten we Polo. Die is mooi op tijd, 9.15 uur. Wij ook, dus we kunnen uitchecken en op pad. Naar Mandalay. Dat gaat de hele ochtend over dezelfde bergweg als eergisteren. Die waaraan ze aan het werk zijn en die met regelmaat enorm stoffig en af en toe slecht is. Polo heeft blijkbaar haast, want hij scheurt als een Nicky Lauda tussen het verkeer door. Dat had van ons wel wat minder gemogen. Nou ja, misschien straks als we uit de bergen zijn.


Bergweg door Myanmar

Populair: over de spoorbrug lopen

Om half 1 komen we bij een restaurant en Polo stelt voor dat we daar gaan lunchen. Prima. Het is er een enorme herrie en enorme drukte. Er zitten zo te zien meer Westerse mensen. We denken dat we het wel zullen overleven. We bestellen Myanmar chicken curry met rijst. Dat smaakt niet eens gek. De dingen die we erbij krijgen wel: iets heel erg pittigs, soep waar wij niet zo van gecharmeerd zijn en salade die naar aarde smaakt. Laten we het erop houden dat we niet zo’n fan zijn van de typisch Birmese keuken.


Slechte wegen

En een beetje file

Het is ook nog best duur: 9.000 kyat. Niet dat dat veel geld is, maar wel als je het vergelijkt met het heerlijke eten van onze Nepalese vriendin in Nyaung Shwe. We gaan weer verder, tot we opeens een optocht tegenkomen. Die is op weg naar een klooster. Geen idee waarom. De mensen en dieren zijn in elk geval allemaal prachtig uitgedost. Sommige mensen lopen, anderen zitten op paarden of in de ossenkar. En een paar zitten op een olifant. Daar kijken we met gemengde gevoelens naar, wetende hoe de olifanten behandeld worden voor dit soort ritjes. Hopelijk dringt die wetenschap ook snel in dit deel van de wereld door.


Plaatselijk restaurantje

Kijkje in de keuken

Als de stoet voorbij is, gaan wij ook weer verder. We komen tegen 5 uur bij Mandalay aan. Daar is het druk. Het is ook een erg grote stad. Ons hotel is vlakbij het paleis. Volgens Polo is dat 300 meter lopen. Eerst maar naar onze kamer. Die is beter dan die van gisteren. Wij zien er alleen geen “deluxe kamer” in een 3-sterrenhotel in. Nou ja, het bed is schoon, de badkamer en handdoeken ook. De airco doet het en er is stroom, een koelkast en genoeg ruimte. Uitstekend, voor Birmese begrippen.

Als we zijn geïnstalleerd, gaan we op zoek naar eten. Terwijl we staan te dubben waar we naartoe moeten, komt een Westers uitziende man ons tegemoet. Of we hulp nodig hebben. Graag, we zoeken een plek om te eten. Loop maar mee. Het is een Duitser, die al 20 jaar in Myanmar komt. Om te overwinteren. In de zomer woont hij in Leipzig. Bij het restaurant nemen we afscheid en zoeken we elk een tafeltje.

Wij bestellen iets met varkensvlees en elk een bord nasi met kip en ei. Het smaakt erg lekker. Drinken erbij en we zijn 10.500 kyat armer We doen ons best fooi te geven. Dat gaat niet makkelijk maar uiteindelijk lukt het 500 kyat achter te laten. We bedanken de Duitser voor zijn hulp en lopen terug naar ons hotel. Daar doen we hetzelfde als anders: douchen, relaxen en lekker slapen.


Dag 12 – Maandag 31 december 2018

Weer: Best lekker, 26 graden
Doel: Koningssteden regio Mandalay
Gereisd: Rondom Mandalay
Hotel: Sunny Mandalay Hotel, €21,-

Hsinbyume Pagoda in Mingun

Op onze laatste volle dag in Myanmar gaan we de omgeving van Mandalay bekijken. Maar eerst ontbijt. Dat is inclusief en er is weer het gebruikelijke aan keuze. Nasi, bami, kip, fruit, toast en ei. Polo komt ons om half 10 ophalen, dus zorgen we dat we op tijd klaarstaan.


De brug over de Irrawaddy

Fenomenaal uitzicht

Onze eerste bestemming is Sagaing. Dat ligt aan de andere kant van de Irrawaddy rivier. Je vindt er ongeveer 500 kloosters, tempels en stoepa’s. Zoals de tempel waarnaar wij op weg zijn: Umin Thonze. Eerst de stad uit zien te komen. Onderweg richting de rivier zien we weer dat de meeste mensen het hier toch niet zo breed hebben. Langs de weg staan allemaal hutten waar mensen in wonen.


Umin Thonze, of de 30 grotten

… en 45 Boeddha’s

Vlak voor de Yadanabon Bridge stopt Polo, om ons een fantastisch uitzicht op Sagaing te laten zien. Saigaing ligt grotendeels op een heuvel. Die heet heel origineel Sagaing Hill. Op die heuvel zie je ontelbare tempels en pagodes. Nou ja, misschien kan je ze wel tellen, maar dat doen we niet. Wij bewonderen het uitzicht, want dat is prachtig.


Umin Thonze

Van die monnik en de 2 nonnen…

Dan rijden we naar de tempel, Umin Thonze. Ja, alwéér een tempel. Maar geloof het of niet, deze is weer heel anders. Het heeft de vorm van een halve maan en wordt ook wel de pagode met de 30 grotten genoemd. Het werd al in de 14e eeuw gebouwd. Dat zou je niet zeggen als je het ziet. Het ziet er piekfijn uit, alsof het pas nieuw is.

Alles glimt en blinkt. Ook de 45 Boeddha’s die in het gebouw zitten. Op een rij, in een halve cirkel. Daar kom je via die “grotten”. Dat zijn eigenlijk gewoon de poortjes in de cirkel, waardoor je naar binnen kunt. We kijken op ons gemak rond en bewonderen het uitzicht vanaf deze berg.


Lekker plekje in de schaduw

Slagroomspuitkunst

We rijden verder, naar Mingun. En dat is een mooie rit. Eerst komen we door smalle straatjes, langs allemaal tempels en bijzondere gebouwen. Daarna rijden we parallel aan de rivier. En daar hangt een beetje een kustsfeer. Die hangt er ook in Mingun zelf, dat aan de rivier ligt.

De meeste toeristen komen dan ook per boot in Mingun aan. Vanuit Mandalay is dat ruim een uur varen. En daar hadden wij geen zin in. Die boten vertrekken namelijk vroeg in de ochtend. En we hebben net een hele dag op het Inle meer gedobberd. Nee hoor, wij vinden voor vandaag de auto wel zo makkelijk.


Dagelijks leven in Myanmar

Souvenir, anyone?

Mingun dus. Daar zijn een aantal mooie bezienswaardigheden. Om die te mogen bekijken moeten we entree betalen, 5.000 kyat per persoon. We beginnen bij de prachtig witte Hsinbyume Pagoda. Alsof iemand met de slagroomspuit aan het decoreren is geslagen.


Heerlijke maïskoeken

Prachtige dame

Het werd gebouwd ter nagedachtenis aan prinses Hsinbyume, wat “dame van de witte olifant” betekent. Vandaar een witte tempel. Bij de ingang krioelt het van de toeristen, die in en op het schitterende bouwsel klimmen. Wij lopen naar de achterkant. Daar is geen toerist te bekennen, we kunnen het rustig bewonderen.

Als we zijn uitgekeken, zoeken we Polo. Die kunnen we niet vinden. Hmm, ik heb gezegd dat we naar de Mingun Bell willen. Ik vroeg hem of we daar naartoe zullen lopen, of beter met de auto kunnen gaan. Wij dachten dat hij het laatste zei, maar misschien hebben we elkaar verkeerd begrepen. Ik ga wel even kijken.


Alweer een optocht

en een versierde ossenkar

Inderdaad, Polo staat bij de bel. Ik maak daar snel een paar foto’s. Want die bel is niet zomaar een bel. Het is de grootste ter wereld. Zeggen ze. Hij zou geplaatst worden in de gigantische Mingun Pahtodawgyi, zodra die klaar zou zijn. Dat gebeurde niet.


Dagelijks leven in Myanmar

Typisch Birmees huis

Toen opdrachtgever koning Bodawpaya overleed in 1819, kwam de bouw stil te liggen. Het was toen met 50 meter op nog maar 1/3e van de gewenste hoogte en werd nooit afgebouwd. Tot overmaat van ramp was er in 1839 een aardbeving, waardoor grote scheuren in het bouwsel kwamen. Nu staat het daar nog steeds, onafgebouwd: de grootste stapel bakstenen ter wereld…


Dagelijks leven in Myanmar

En het varken scharrelt rond

Anyhow. Ik heb Polo gevonden en samen rijden we terug, om Andy op te halen. Die zit nog steeds bij de witte pagode, voor het geval Polo daar toch zou opduiken. Samen rijden we een klein stukje verder. Daar staat die oude berg bakstenen, met scheur.


Smalle weggetjes…

… en veel teveel voertuigen!

Aan de overkant ervan zijn grote rotsen die erg veel op olifanten lijken: de lions. Wat ik een gekke naam vind, want ik zie er echt geen leeuwen in. Tussen tempel en rotsen in staan allerlei kraampjes. Bij eentje verkopen ze verse maïskoeken. Die zien er erg lekker uit, we kopen een paar. Polo vindt het ook lekker.


Oude beeldjes te koop

en nog een paar

Goed, we rijden weer terug richting Mandalay. Maar eerst: lunch. Polo brengt ons naar een restaurant waar hoofdzakelijk westerse toeristen zitten. Het is een prima restaurant, met veel keuze. Birmees, Thai, Chinees of Westers, u zegt het maar. We kiezen Chinees en dat smaakt best lekker. Loempiaatjes vooraf, niks mis mee. We rekenen af: 16.500 kyat. We geven 1000 fooi en zoeken Polo en onze auto weer op.

Voor vanmiddag hebben we een bezoek aan Awa gepland. Awa, of Inwa, zoals het ook wordt genoemd, is een heel oud dorpje. Of eigenlijk een oude hoofdstad, gesticht in 1364. Nou had ik begrepen dat het op een eilandje ligt en dat je er niet met een auto kunt rondrijden. Je moet met paard & wagen. Of lopen.

Dat blijkt niet zo te zijn. Tenminste, Polo stuurt ons over de smalle paadjes van de ene bezienswaardigheid naar de andere. Ze liggen namelijk best een eindje uit elkaar. Het is niet zoals ik me had voorgesteld, zoals de vestingsteden in ons eigen land.

Het klinkt handig, met de auto hier rondrijden. Nou, dat is het niet! De paadjes zijn erg slecht en smal en het is verschrikkelijk druk. Je struikelt over de paard & wagens en de toeristen. Hoe dan ook, wij gaan hier 3 van de bezienswaardigheden bekijken. Ja, we zijn er nou toch! Daarvoor moeten we een soort van entree betalen, namelijk 10.000 kyat per persoon.

We beginnen bij het prachtige teakhouten klooster, Bagaya Kyaung. Daar loopt een Birmees meisje met ons mee, die me van alles probeert te verkopen. Ik wil niks, dank je wel. Ze blijft aandringen. Wacht, ik wil wel een foto van haar maken en daarvoor betalen. Nee, we moeten er maar even over nadenken wat we willen kopen. Ze zal op ons wachten tot we terugkomen uit het klooster.


“Ik wil wel een foto maken”

“Nee, ik wil echt niets kopen”

Dat klooster is inderdaad erg mooi. We kijken er even rustig rond. Als we teruglopen, staat het meisje inderdaad op ons te wachten. Ik wil alleen nog steeds niets kopen. Maar ik wil wel betalen omdat ik een foto van haar heb genomen. Om de een of andere reden wil ze dat niet, maar wil ze ons perse iets verkopen. Op een gegeven moment wordt het vervelend. We stoppen geld voor de foto (450 kyat) in haar mandje en lopen weg. Nee, we willen echt niets kopen!


Maha Aungme Bonzan

Maha Aungme Bonzan

Gauw terug naar Polo en op naar de volgende pagode, Yedanasinme. Die is erg klein, maar fijn. Het bestaat vooral uit kleine stoepa’s en Boeddha’s in de buitenlucht. Ook al erg mooi.

Voor de laatste tempel waar we naartoe gaan is een grote opstopping. Dus stappen wij uit en gaan het vast bekijken. Probeert Polo zich ondertussen een weg door de file te banen.


Maha Aungme Bonzan

Maha Aungme Bonzan

Andy heeft geen zin om wéér zijn slippers uit te doen en op blote voeten rond te sjouwen. Dus ga ik even alleen. Het blijkt een groot kloostercomplex te zijn, Maha Aungme Bonzan genaamd. Ik kom eerst langs een wit-met-bladgouden tempel. Daarachter staan een aantal prachtige oude gebouwen.


Bij de U Bein Bridge

Hoeveel monniken passen in 1 boot?

Zo, we hebben genoeg tempels gezien. We zijn ook de drukte en de slechte weggetjes best een beetje beu. Laten we terug gaan naar Mandalay. Daar hebben we ook nog een stop gepland, namelijk bij de U Bein Bridge. Dat is een voetgangersbrug in de oude koningsstad Amarapura. Dat ligt tegen Mandalay aan.


Drukte op de U Bein Bridge

Hij is 1,2 kilometer lang

De U Bein Bridge is de grootste teakhouten brug ter wereld. Hij is 1,2 kilometer lang en al erg oud. Hij werd rond 1850 gebouwd. Het hout kwam uit Awa, van een overbodig geworden paleis. In de regentijd kan de brug deels onder water komen te staan. Dat kun je je nu, in de droge tijd nauwelijks voorstellen. Hij torent namelijk een meter of 2 boven de begane grond uit.

Erbovenop krioelt het van de mensen. Het loopt tegen zonsondergang, een populaire tijd voor een wandelingetje over de brug. Wij blijven daarom lekker op de grond. Als we zijn uitgekeken, stappen we nog 1x in de auto en laten ons terug naar ons hotel brengen. Daar rekenen we af met Polo voor de 7 dagen rondrijden. Dit is voor het reisbureau waarvoor hij werkt: 775.000 kyat, oftewel 495 dollar. We wensen Polo een fijne avond en gaan naar onze kamer.


Koninklijk Paleis in Mandalay

Verboden voor buitenlanders

Ik wil graag nog 1 foto maken hier in Mandalay en dat is van het paleis. Dus ga ik er nog even op uit. Natuurlijk loop ik eerst de verkeerde kant op. Ik kom wel bij een ingang naar het complex, maar die ingang is verboden voor buitenlanders. Echt waar. De militairen die daar op toezien, wijzen me met behulp van een kaartje de goede kant op.


Koninklijk Paleis

Tegenover het paleis

Oh okay, dan loop ik wel terug langs de andere kant van het kanaal. Dat is nog een aardig eindje sjouwen en het begint al donker te worden. Ik stap flink door, tot aan de volgende brug. Helaas is daar ook geen ingang naar het paleis. Nou, laat maar hoor. Het wordt nu echt donker en ik heb geen idee hoelang ik al weg ben. Dus steek ik het kanaal weer over en loop terug naar het hotel.


Hee, een katholieke kerk

Sunset boven Mandalay

Het blijkt alweer half 7 te zijn. Tijd om te eten. We doen niet te moeilijk, we gaan naar hetzelfde restaurantje als gisteren. We nemen weer nasi met kip en ei en drinken erbij. Geen extraatje vandaag, want we hebben hier meer dan genoeg aan. Bovendien zijn we bijna door ons geld heen. Dit kost 6.000 kyat. We hebben nu nog 50.000 over om als fooi aan Polo te geven morgen. Want morgen haalt hij ons nog 1x op, om ons naar het vliegveld te brengen.

Zo, dan kunnen we nu gaan meegenieten van wat waarschijnlijk een nieuwjaarsparty is, naast ons hotel. Ze hebben er… karaoke! Wat een feest. We zijn niet van plan om tot 12 uur op te blijven, maar of slapen gaat lukken met die teringherrie… Heel even overwegen we de stekker uit de versterker te trekken. Toch maar niet…


Dag 13 – Dinsdag 1 januari 2019

Weer: Heerlijk, rond 26 c
Doel: Monniken & naar Chiang Mai
Gereisd: Mandalay – Bangkok – Chiang Mai
Hotel: Pudsadee House, €20,65

Van Mandalay naar Chiang Mai, Thailand

Happy New Year! Op deze eerste dag van een nieuw jaar vliegen we terug naar Thailand. Via Bangkok naar Chiang Mai, in het noorden. Oorspronkelijk hadden we een rechtstreekse vlucht. Die werd helaas gecanceld. Daarom hebben we nu een overstap in Bangkok. Zijn we helaas wat langer onderweg, waardoor vandaag vooral een reisdag wordt. Maar eerst: ontbijt. Daarna de laatste spullen inpakken en even wachten op Polo. Die komt ons weer om half 10 ophalen.


Mahar Gandar Yone Monastery

Overal ter wereld moet de was droog

Voordat we naar het vliegveld gaan, willen we nog 1 ding zien hier in Mandalay. Elke ochtend tussen 10 en half 11 verzamelen ongeveer 1.000 monniken van het Mahar Gandar Yone Monastery zich in een lange rij, om hun eten voor de dag in ontvangst te nemen. En daarna gaan ze ontbijten in de grote eetzaal. Met gemengde gevoelens kijken we naar het gebeuren. Gemengde gevoelens, want dit is inmiddels een enorm populaire toeristische attractie geworden. Er komen zelfs bussen vol toeristen op af. Die staan zich allemaal te verdringen om “aapjes te kijken”. Ze moeten zelfs door de oppermonnik terug de stoep op worden gejaagd.


Geen idee wat er staat

De tafels zijn al gedekt

Hoewel toeristen welkom zijn en je gerust mag filmen en foto’s mag maken, voelt dit niet goed. Deze jongens en mannen leven op deze manier en dit is onderdeel van hun dagelijks ritueel. Het lijkt nu meer een circusact. Je verwacht bijna dat het publiek aan het einde in een luid applaus uitbarst. Neemt niet weg dat wij ook deel uit maken van de groep gluurders. En dat ook wij filmen en foto’s maken. Daarom: gemengde gevoelens. Het verzamelen van de monniken begint met de jongste telgen, die allemaal roze kleden dragen. Daarna komen de iets oudere en de nog wat oudere. Die dragen donkerrode gewaden. We zien ze voorbij lopen en de eetzaal binnengaan. Het “kunstje” is voorbij, de toeristen kunnen weer verder.


De toeristen stellen zich op

De “show” is begonnen

We gaan terug naar Polo en de auto. Die stelt nog een stopje voor. We verstaan niet wat hij bedoelt, maar toe maar. Ik sla immers meestal geen foto opportunity over. We komen aan bij wat Polo bedoelde. Het blijkt een zijdeweverij te zijn. Crap… Braaf lopen we langs de wevende dames. Die, dat moet ik wel zeggen, erg mooie kleden maken, met ingewikkelde patronen. Tot onze verbazing is aan de overkant de “showroom”… Daar worden we aangemoedigd vooral iets te kopen. Ja, je verwacht het niet. Maar ja, ik draag geen omslagrokken of sjaaltjes, zijde of geen zijde. We kopen niets. We hebben ook geen kyatjes meer om als fooi achter te laten, dus stappen we weer naar buiten.


Leerling monnikjes (denk ik)

En dan de meer ervaren

Tijd om naar het vliegveld te gaan. Dat is nog een uurtje rijden. Het is een prachtig vliegveld. Het is in Myamar stijl, met een soort pagodes op de hoeken. Dan is het tijd om afscheid te nemen van Polo. De altijd vrolijke en breed lachende chauffeur met de witte bril. Misschien niet de beste chauffeur en zijn Engels is erg slecht, maar hij heeft het prima gedaan hoor. Daarom geven we hem ons laatste geld: 50.000 kyat. Dat is ongeveer 30 euro. Volgens alle sites die ik heb geraadpleegd, is dat een prima fooi. Dat hopen we maar.

De terminal van Mandalay is maar klein. Zoiets als Eindhoven Airport. Om bij de incheckbalies te komen, moet je meteen door de controle. En dat kan pas als de incheckbalie open is. We zijn een half uurtje te vroeg, we moeten even wachten. Geeft niks, er zijn hier 2 restaurantjes, waarvan er eentje panini’s verkoopt. Dat lusten we wel en gelukkig kunnen we met credit card betalen. Want we hebben immers ons laatste geld aan Polo gegeven. Als we de broodjes op hebben, is het 12 uur en mogen we naar binnen. Eerst dus door de controle en daarna naar de incheckbalie. We kunnen onze koffers afgeven en we krijgen allebei een blauw stickertje. Dat moeten we op onze kleding dragen. Heeft iets te maken met onze bagage en overstap in Bangkok.


Polo weet een stopje…

Jottem, een zijdeweverij…

Nu kunnen we naar de douane, voor een uitreisstempel. En dan mogen we wachten. We vliegen namelijk pas om half 3. Dus zoeken we een rustig plekje. Ik haal eens wat te drinken en te snoepen en zo komen we de tijd wel door. De vlucht zit aardig vol, bijna alle stoelen zijn bezet. Ook die naast mij. Tot onze verbazing krijgen we een maaltijd, op deze vlucht van nog geen 2 uur. We krijgen vis met rijst, een cakeje, flesje water en een drankje naar keuze. Niet slecht, Bangkok Airways!


Goedlachse Polo met de Toyota Crown

Het vliegveld van Mandalay

Omdat we opnieuw Thailand ingaan, moeten we weer een visumformulier invullen. Ik heb er tenminste op gegokt dat we daarmee nog een keer het land in kunnen. De meningen waren namelijk een beetje verdeeld. Volgens sommigen moet je hiervoor een multiple entry visum regelen. Dat had voor vertrek bij de ambassade gemoeten. En dat kost €150,- per visum. Volgens anderen kun je telkens het gratis “visa upon arrival” gebruiken. Dat doet je ook als je langer dan de standaard 30 dagen wilt blijven. Even het land uit en weer terug. Dus is de keuze: €300,- betalen voor 2 multiple entry visa, of erop vertrouwen dat het met het gratis visum lukt. Wij gaan voor de laatste variant.


Voor wie je moet opstaan

Nog even wachten

We landen op tijd in Bangkok. Eerst moeten we natuurlijk door de douane. Waar we weer net zo makkelijk nieuwe stempels in onze paspoorten krijgen. Zie je, geen enkel probleem! Onze bagage is doorgelabeld naar onze eindbestemming. Kunnen we rustig op zoek naar onze gate. We hebben alle tijd, want we vliegen pas over 2,5 uur verder. Bij onze gate is het heerlijk rustig, daar kunnen we mooi een tijdje zitten. Andy heeft een McDonalds gezien en heeft nu enorme zin in een cheeseburger. Dus haal ik er een paar en die peuzelen we lekker op. Ondertussen wachten we op het boarden. Dat begint een beetje later dan gepland.


Bangkok Airways

Overstap in Bangkok

En dat levert een vermakelijke situatie op met een Frans echtpaar, dat komt aangesneld. We vermoeden een vertraagde vlucht hiervoor, want hij heeft zijn schoenveters nog los en de broeksriem in de hand. Ze beginnen opgewonden een heel verhaal tegen de grondstewardessen af te steken. In het Frans, want dat is de enige taal die ze spreken. Ik hoop dat ze hier een reisleider of zo hebben, want ik zie ze nog niet zo ver komen met alleen Frans… Anyhow, ze moeten net als de rest wachten tot we gaan boarden. Als dat eenmaal gebeurt, gaat het ook vlot. We vertrekken met slechts 5 minuten vertraging.


Omdat je altijd nog normaal kunt doen

Andy doet een Poepchinees na

Ook op deze vlucht krijgen we zomaar eten. Deze keer kip met rijst, een cakeje, flesje water en een glaasje sju. En na nog geen 1,5 uur landen we in Chiang Mai, in het noorden van Thailand. Als we uit de slurf zijn, zien we iemand met een blauw bord dat verdacht veel lijkt op de stickertjes die we op moesten doen. Ah, internationale bagage. Daarvoor mogen we helemaal naar het achterste deel van het vliegveld lopen. Daar is blijkbaar een speciale band voor bagage dat vanuit een ander land komt, zoals dat van ons. We moeten even wachten tot we onze 2 koffers zien aankomen. Mooi, dan kunnen we naar buiten.

Bij de uitgang is een taxibalie. Dat hebben we net nodig, een taxi naar ons hotel in het oude centrum van Chiang Mai. Kost 300 baht. Okay. We lopen mee naar een mooie Toyota bus. Wij erin, bagage erin en rijden maar. Als we vlakbij ons hotel zijn, blijkt die in een smal straatje te zitten. De chauffeur krijgt er zijn bus niet ingereden. Of we vooraan de staat willen uitstappen. Ja hoor, geen probleem. Maar we geven geen fooi, goed? We hebben namelijk niet zoveel kleingeld meer.

We lopen de 150 meter naar Pudsadee House, waar we hartelijk verwelkomd worden. We zijn de laatste gasten voor vandaag. Onze kamer is prima, lekker ruim en de airco werkt goed. Want het is hier een stukje warmer dan het in Myanmar was. We rommelen nog even wat aan en gaan dan snel slapen. We hebben immers ook een half uur tijd verloren, omdat het hier een half uur later is dan in Myanmar.


Dag 14 – Woensdag 2 januari 2019

Weer: Warm, tegen de 30c
Doel: Chiang Mai en het noorden verkennen
Gereisd: Chiang Mai naar Mae Ai, 180 km
Hotel: Phusangtawan Resort, €25,-

Van Chiang Mai naar Mae Ai

Voordat we aan ons rondreisje door noord Thailand beginnen, gaan we Chiang Mai bekijken. Op de fiets, jawel. Maar eerst ontbijten, dat is inclusief. We kunnen uit een aantal gerechten kiezen, made to order. We nemen de omelet met toast. Smaakt prima. We pakken onze spullen verder in en stallen de bagage in het kantoortje. We kunnen hier fietsen of scooters huren. Wij doen de fietsen en dat kost 50 baht per fiets per dag. Dat is nog geen €1,50. De eerste fiets die Andy krijgt, heeft helaas een los voorwiel. Gelukkig zijn er nog meer fietsen, hij kan een andere pakken.


An’s op de fiets

Jans op de fiets

Dan gaan we op pad. Chiang Mai is erg druk en best toeristisch, getuige de vele witte neuzen die we rond zien lopen, fietsen en scooteren. Het is dus wel een beetje uitkijken op de fiets. En we moeten natuurlijk aan de linkerkant fietsen. We fietsen als eerste naar het Three Kings Monument. Daarmee worden de 3 koningen die de stad stichtten in 1296, geëerd. Dit beeld staat voor het oude provinciale bestuursgebouw. Daar is nu het Kunst- en Cultureel Centrum in gevestigd.

Three Kings, Chiang Mai
Kunst- en Cultureel Centrum
Three Kings, Chiang Mai
Three Kings Monument

We fietsen verder, naar de Wat Chiang Man. Dat was de eerste tempel van Chiang Mai, gebouwd in 1297. Het bestaat uit een aantal gebouwen. Het oudste gebouw is de olifanten-stoepa. Die wordt “gedragen” door olifanten. We kijken eens rustig rond. Hee, een 7-Eleven aan de overkant. We zitten zonder koffie, dus slaan we nieuwe oplos-Nescafeetjes in. Oh, en ik koop een voorraadje van die anti-muggenspray. Die werkt goed en ruikt niet vies. Er gaat een voorraadje mee naar huis. Ik ga er tenminste vanuit dat ook muggen in andere landen er niet van houden.


Aan de overkant is het nog kerst

Wat Chiang Man

We fietsen verder, richting de rand van het oude centrum. Daar parkeren we de fietsen en Andy zoekt een bankje. Ga ik even de Wat Lok Moli tempel aan de overkant bekijken. Deze heeft een mooi teakhouten gebouw. En allemaal gekleurde vaantjes, geen idee waarom. We fietsen weer verder, langs de gracht en de oude stadsmuur. Daarmee wordt de oude stad afgeschermd van de moderne buitenwereld. De stadsmuren zijn niet overal meer intact. Maar dat geeft het juist charme.


Wat Chiang Man

Wat Chiang Man

We komen bij de belangrijkste tempel van Chiang Mai, de Wat Phra Singh. Die is erg groot. En het is erg druk, met ladingen toeristen. We scharrelen er een beetje tussendoor. Niet te lang, want het is een beetje slalommen om de toeristen heen. En daar vinden we niet zoveel aan. Het wordt ook tijd om terug te fietsen, want we worden om 1 uur opgehaald. We komen om 12.15 weer aan bij het hotel. Beetje vroeg. Geeft niks, kunnen we nog even een kopje koffie en thee nemen.


Wat Chiang Man

Wat Chiang Man

Tegen 1 uur komt er iemand aangewandeld die een beetje vragend kijkt. Dat is vast onze Sergeant Kai van Chiang Mai Tours. Sergeant ja, want het blijkt dat Kai 20 jaar in het Thaise leger heeft gezeten. Kai is onze chauffeur en gaat ons de komende 3 dagen door noord Thailand rondrijden. En dat doet hij, zo blijkt, samen met zijn vrouw. Ach, waarom ook niet. Ook Kai heeft het niet aangedurfd ons straatje in te rijden. We lopen met de bagage naar de hoofdweg. Daar staat een mooie Isuzu SUV. Onze spullen kunnen er makkelijk in, net als wijzelf. Het zit prima achterin.

We maken kennis met Noi, de vrouw van Kai. Kai blijkt een geanimeerd verteller, die enorm goed Engels spreekt. Ja, ze hadden niets te doen in dat Thaise leger en hij bleek van studeren te houden. Hij is Engels gaan leren en is begonnen met gidsen, om zo verder zijn Engels te kunnen oefenen. Na 20 jaar kon hij met pensioen en nu is hij gids/chauffeur. Noi en hij hebben een programma in gedachten, op weg naar onze eindbestemming voor vandaag, Mae Ai.


De oude stadsmuur

Nog een stukje muur

Eerst gaan we naar een winterfair, in de buurt van Mae Tang. Kai vertelt dat in zijn jeugd op winterfairs shows met slangen waren. En dat je er – tegen betaling – naar een zeemeermin kon kijken. En dat dat anno 2019 nog steeds is. Inderdaad, als we op de fair aankomen, zien we eerst slangen en daarna een tent waar de zeemeermin blijkbaar huist. Verder bestaat de fair uit een kermis, maar die is nu nog gesloten zo vroeg op de middag. En er is een grote braderie, met vooral veel etenswaar.


Chiang Mai gracht

Chiang Mai gracht

Noi slaat het een en ander in en koopt voor ons stokjes saté. Andy en ik voelen ons of we met oom en tante op stap zijn. We vermaken ons uitstekend. Na de winterfair rijden we een klein stukje terug, naar de Wat Ban Den. Alweer een tempel? Ja, en alweer een hele bijzondere. Het is een enorm groot complex, met natuurlijk de geijkte gebouwen. Wat deze zo bijzonder maakt, zijn de sculpturen en het houtsnijwerk. En de grote liggende Boeddha. En de 12 stoepa’s, die staan voor de 12 belangrijkste stoepa’s in Thailand.


Wat Lok Moli

Wat Lok Moli

Niemand weet hoe oud de tempel is. Het complex is in elk geval in 1988 compleet gerenoveerd. Het ziet er nu picobello uit. We kijken onze ogen uit. Niet alleen de tempel is indrukwekkend, het uitzicht vanaf hier is ook geweldig.

Na deze stop rijden we een heel eind door, tot we bij een Hmong dorp komen.

De Hmong komen oorspronkelijk uit China, maar zijn afgezakt naar Vietnam, Laos en Thailand. Hier in Thailand is het met 150.0000 mensen het een na grootste bergvolk. Vroeger hielden ze zich de hele dag met opium bezig. De mannen rookten het, de vrouwen en kinderen waren hard aan het werk. En er waren nogal wat kinderen, want de Hmong doen niet aan geboortebeperking. Nu is opium verboden in Thailand en kweken ze allerlei andere dingen. En dat verkopen ze hier op een markt. Ook hier slaat Noi het een en ander in.


Shoppen op de Winterfair markt

Noi (rechts) koopt ommeletjes

Wij kijken met verbazing naar de zakjes met miereneitjes, waar blijkbaar soep van wordt getrokken. We zien een kraam met loempiaatjes. Daar kopen we er 4 van en trakteren Kai en Noi. Noi heeft ondertussen voor ons verse ananas gekocht. Ook lekker! Van de markt wandelen we naar het achtergelegen dorp. De Hmong-mensen zijn enorm aardig. Ik zie een prachtige oude dame en vraag of ik een foto mag maken. Dat mag. Wacht, ze gaat er even voor staan en doet haar kleren nog even netjes. Zo, hij kan.


Daar heb je de slangenbezweerder

En natuurlijk de zeemeermin

Ondertussen krijgen we van een stel kleine jongetjes een banaan aangereikt. Lekker hoor. We wandelen verder, op de herrie af. Dat blijkt uit een karaoke set te komen. Voor een tv zitten een groepje mannen bier te drinken, te eten en karaoke te zingen. Héél slecht. We krijgen meteen bier aangeboden en of Kai niet mee wil zingen. Terwijl Kai een praatje maakt, kijken we nog even wat verder rond in het dorp. Het ziet er best gezellig uit.


Lekkere hapjes!

… maar ik sla toch over

We gaan terug naar de auto. Daar blijkt dat Kai zich een klein beetje heeft vergist, want ons hotel is niet waar hij het had verwacht. In plaats van een klein uurtje rijden, is het nog ruim 1,5 uur rijden. Komen we in het donker aan. Geeft niet, Kai weet de weg. Wij laten ons wel rijden. Onderweg legt Kai ons uit hoe het in Thailand werkt met het leger, de koning en de regering. Het leger en de koning hebben het voor het zeggen. Die ondersteunen elkaar bij het regeren van het land.


Wat Ban Den

Wat Ban Den

De regering zelf is door het volk gekozen, maar heeft weinig invloed. Als ze dat wel hebben, of krijgen, zorgt het leger dat de regering wordt afgezet. Zo voorkomen ze dat het volk teveel macht krijgt. Dat volk heeft het vaak slecht te halen. Als je in Thailand arm wordt geboren, zal je ook altijd arm blijven. Opleidingen, banen, salarissen zijn voor arme mensen veel slechter cq lager dan voor rijke mensen. Over het regeren door de koning mag je geen lelijke dingen zeggen, want daar staan zware straffen op.

Maar dat veel mensen het oneens zijn met de gang van zaken, laat Kai duidelijk merken. Ik begrijp een beetje uit zijn verhaal dat de in 2016 overleden koning Bhumibol toch niet zo populair was als men wil doen laten geloven. Ook over de nieuwe koning, Rama X, hebben veel mensen een onuitgesproken mening. Die schijnt een ziekte te hebben, waarvoor hij regelmatig bloedtransfusies moet ondergaan. In Duitsland, waar hij meestal woont. Het schijnt ook nogal een playboy te zijn. En of hij goed voor zijn onderdanen gaat zorgen….


Wat Ban Den

Wat Ban Den

Over een maand zijn er verkiezingen. Er schijnt nu al bewijs te zijn van bedrog door het leger, om maar de verkiezingen te winnen. Als ze dat doen, ligt voor de komende 20 jaar al vast hoe het land geregeerd gaat worden. En dat zal voor de gemiddelde Thai waarschijnlijk niet goed uitpakken. Het zou ook kunnen dat ze het land dichtgooien. Dat hebben ze met de coup in 2006 al eens geprobeerd, maar is toen niet gelukt door teveel verzet van de bevolking. Als het leger nu wint, verwacht Kai dat de Thaise bevolking in opstand komt. Er kan wel eens een revolutie ontstaan. We zijn benieuwd hoe dat er over een maand uitziet.


Hmong markt

Hmong markt

Ondertussen is het donker en is het etenstijd geweest. Kai weet een restaurantje in Tha Ton, vlakbij ons hotel. Hij stelt voor daar te gaan eten, voor het geval ons hotel geen restaurant heeft. Prima. Het is zo’n typisch lokaal tentje. Half open gebouw, plastic stoeltjes. Nu komen alle inkopen van Noi tevoorschijn. Volgens Kai is het in Thailand heel normaal als je je eigen voedsel meeneemt. Je bestelt natuurlijk ook wel iets in het restaurant, maar je mag ook je eigen spul opeten. Kai krijgt het zelfs voor elkaar dat ze de meegebrachte gerechtjes even opwarmen.


Hmong dorpje

Wat een prachtig mens!

We bestellen natuurlijk ook nog iets van de kaart. Andy neemt heerlijke kip en ik de vis die Kai hier zo lekker vindt. Het smaakt uitstekend. Kai en Noi delen wat ze allemaal gekocht hebben vandaag. Dus hebben we naast onze gerechten ook smakelijke sateetjes, een soort groente omelet, zoete aardappel, kleefrijst en ananas na. Lekker hoor. Als ik Noi met haar portemonnee bij de balie zie staan, probeer ik te voorkomen dat ze iets betalen. Ze hebben immers al hun eten met ons gedeeld. Maar Kai wil er niets van weten. Wij moeten 200 baht betalen voor onze bestelling. Vooruit maar dan.


Restaurantje in Tha Ton

Tafel vol lekkers

Vanaf het restaurant is het nog ongeveer een kilometer naar ons hotel. We blijken een cabin te hebben en die is erg mooi en ruim. Er is een heerlijke badkamer met een prima douche. Ook wel weer eens fijn! We rommelen als gewoonlijk nog wat aan, gaan douchen en lekker slapen.


Dag 15 – Donderdag 3 januari 2019

Weer: Heerlijk, graadje of 25
Doel: Sightseeing Nood Thailand
Gereisd: Mae Ai naar Chiang Rai, 90 km
Hotel: Na-Rao-O Resort, €23,50

Van Mae Ai naar Chiang Rai

Onze cabin blijkt pal aan de doorgaande weg te liggen. En niet geluiddicht te zijn. Je hoort alles dat langs rijdt. De bedden zijn ook nog eens keihard. Maar dat schijnt standaard te zijn in Thailand. We hebben in elk geval niet zo lekker geslapen. Als we op en wakker zijn, gaat Andy even informeren hoe het met ontbijt zit. Simpel: dat is er niet.


Hoofdstraat van Tha Ton

Uitzicht over Myanmar

Lekker dan, er zit hier werkelijk niets in de buurt waar we kunnen ontbijten. De dame van het hotel biedt aan ons naar de 7-Eleven te rijden, een kilometer terug. Mwa, dat lijkt ons niet heel prettig voor ontbijt. Laat maar. We sturen Kai een smsje of hij misschien eerder kan komen dan de afgesproken 10 uur. Dat kan, hij is er om half 10.


Uitzicht over Tha Ton

Wat Tha Ton

We rijden terug naar het dorp voor een ontbijt en komen bij een lokaal restaurantje terecht. Daar nemen we nasi met ei en kippensoep. Smaakt prima, voor slechts 105 baht. Als we vol zitten, gaan we op pad. Eerst rijdt Kai ons de berg op, naar een uitzichtpunt over de omgeving. We kijken zo Myanmar binnen.


Wat Tha Ton

Net echt

Het is hier prachtig. Heel anders dan in de omgeving van Kanchanaburi. En de temperatuur is hier ook een stuk aangenamer. Het zal nu zo vroeg op de ochtend zo’n 20 graden zijn en het wordt iets van 25, schat ik zo. Heerlijk dus. Van het uitzichtpunt gaan we iets naar beneden, naar de mooie Wat Tha Ton.

Deze tempel heeft 5 verdiepingen en je kunt helemaal naar boven lopen. Vanaf daar heb je een mooi uitzicht. In de tempel zijn natuurlijk allerlei Boeddhabeelden. Waarvan een aantal levensecht. Kai vertelt dat hij hier een keer was toen het een stuk drukker was. Toen is hij naast zo’n boeddha gaan zitten, bewegingsloos. Een meisje bekeek hem uitgebreid, tot hij “boe” zei…

Als we bij deze tempel zijn uitgekeken, gaan we naar Doi Mae Salong. Dat is een bergdorpje waar de Akha wonen. Er is een markt – blijkbaar zijn Kai en Noi dol op markten. Ze slaan weer van alles in. Ondertussen kijken wij naar de bijzondere etenswaren en naar de prachtig geklede Akha-dames. We wandelen een stukje door het dorp, naar de winkel van een vriendin van Kai.


Akha markt in Doi Mae Salong

Akha markt in Doi Mae Salong

Hij laat ons bamboo caterpillar proeven. Dat wil zeggen, ik proef er eentje, Andy bedankt vriendelijk maar beslist. Geen haar op zijn hoofd… Het zijn namelijk gefrituurde rupsen. Het heeft niet heel veel smaak. Maar we begrijpen wel waar het eten van rupsen vandaan komt. De tribes die hier in de bergen leven, hebben niet veel. Ze eten wat ze in de natuur vinden en zelf kunnen kweken. Rijst, rupsen, champignons, slakken.


Prachtige Akha-dame

Nog een … Akha-dame

Van dit dorp rijden we naar een heel klein gehucht. Daarvoor moeten we een steile bergweg op. Nogmaals: het is hier prachtig! We zitten nu in een gebied waar veel koffie wordt verbouwd. We stoppen in het gehucht en ik maak met Kai een wandelingetje er doorheen.


Noord Thailand is erg mooi

Bergdorpje in Noord Thailand

We komen bij een hut, waar een oude man buiten zit. Hij heeft een gigantische ronde bal op zijn keel: een krop. Dat komt doordat er vroeger in de bergen een tekort was aan jodium. Daardoor kan je schildklier op gaan zwellen. Veel oudere mensen hebben er zo’n gigantische bult aan overgehouden. Volgens Kai heeft de man er weinig last van. Kai mag er wel even aan voelen en dat doet hij ook.


Bergdorpje in Noord Thailand

Kind-op-maïs, heel logisch

Onze Kai is namelijk totaal niet verlegen. Hij stapt op iedereen af en vraagt wat hij maar wil weten. Terwijl Kai met de man in gesprek is, maak ik foto’s. Van de man, maar ook van zijn huis en de omgeving. Hij woont dan in een hut, hij heeft wel een magnifiek uitzicht.


Bergdorpje in Noord Thailand

Bergdorpje in Noord Thailand

Erg interessant om te zien hoe de arme Thai werkelijk leeft en om niet alleen naar de mooie toeristen-dingen te gaan kijken. Als Kai is uitgekletst, wandelen we terug naar Andy en Noi. We moeten even wachten, want er staat een auto in de weg. Daarachter staat een andere auto te wachten op de smalle bergweg. File. We moeten er hartelijk om lachen.


Typische hutten

Meneer met krop (en Kai)

Als we verder kunnen, toeren we door het prachtige landschap en over de erg steile bergweg. We komen langs een theeplantage en theefabriek. Daar stoppen we om rond te kijken. En om thee te proeven, we zijn er nou immers toch.


Theevelden

En nog meer theevelden

Er is ook een restaurantje, dus kunnen we meteen lunchen. Het is namelijk alweer 1 uur. We krijgen rijst met iets lekkers en een ei. Geen idee wat het lekkers is. Het is een beetje pittig en smaakt goed. Voor 100 baht zijn we klaar. We gaan weer rustig verder, richting Chiang Rai.


Thee & markt

Kleurrijke souvenirs

Daar vlakbij is een hele grote theeplantage, waar je allerlei soorten thee kunt krijgen. We nemen allemaal iets met thee. En taartjes, die ook gemaakt zijn met theebladeren. Het is erg lekker. Wij trakteren Kai en Noi. Het is niet heel goedkoop, vergeleken met de lokale restaurantjes. We zijn iets van 500 baht kwijt. Maar het smaakt prima.


Bergdorpje in Noord Thailand

Ik denk een resort. En thee

We rijden verder naar Chiang Rai. Daar is het druk. Drukker dan Kai had verwacht. We zouden nog langs het zwarte huis gaan. Maar dat wordt te laat, het sluit al bijna. Dus rijden we naar ons hotel. Oh wacht, we komen langs de Blauwe Tempel, oftewel de Wat Rong Suea Ten. Die moeten we natuurlijk wel even zien.


Choui Fong plantage en theepluksters

Thee, thee en nog eens thee

Het is behoorlijk nieuw en behoorlijk blauw. Het is ontworpen en gebouwd door een leerling van Chalermchai Kositpipat. Maar daar vertel ik morgen meer over. Voor de deur van het complex staan 2 gigantische blauwe beelden. En ook op het complex zelf is het blauw dat er blinkt, inclusief de boeddha binnenin. Geen idee waarom.


Nomnomnom

Thee drinken met een view

Volgens Kai doen ze hier in Chiang Rai wel meer extreme dingen, op creatief gebied. We worden afgeleverd bij ons hotel. Dat is ook heel creatief ingericht. Veel kleur en leuke kleine dingetjes. Zoals een jashaak van wasknijpers en kussens en gordijnen met stippen. Zo, eerst even bijkomen van deze mooie dag, met een kop koffie.

Dan wandelen we naar de night market. Die is hier ongeveer 300 meter vandaan. Nog een stukje verder is ook de beroemde Clock Tower. Daar is elke avond om 7, 8 en 9 uur een licht- en geluidshow. Denken we. We vinden het net te ver lopen om te gaan kijken. We houden het bij de night market.

Daar zijn eerst de gebruikelijke marktkraampjes met van alles en nog wat. Achter de markt is de food court. Beetje zoals in Singapore. Of in Beijing, maar dan een stuk minder hectisch. Er zijn allerlei gerechten te koop. We beginnen met een soort saté, dat waarschijnlijk van vis is. Het smaakt heerlijk in elk geval.


Night market in Chiang Rai

Food market in Chiang Rai

Andy gaat nog voor iets gefrituurds met frietjes en ik voor iets gefrituurds met plaknoodles. Nog 2 flesjes drinken erbij en we zijn 260 baht kwijt. Tja, zo komen we nooit van ons geld af… Terwijl we zitten te eten, komen er 5 dames op een podium, die iets playbacken. Oh okay.


Smikkelen & smullen

Nomnomnom

Als we zijn uitgegeten en uitgekeken, lopen we nog een stukje over de markt en zoeken ons hotel weer op. Tijd om te relaxen!


Dag 16 – Vrijdag 4 januari 2019

Weer: Heerlijk, 28 graden
Doel: Witte tempel, zwart museum & Golden Triangle
Gereisd: Chiang Rai nsaar Huay Xai, 185 km
Hotel: Oudomsin Hotel, €13,-

Van Chiang Rai naar Huay Xai, Laos

Onze laatste dag in Thailand. Dat beginnen we natuurlijk met een ontbijt. Ontbijt is inclusief, maar je moet het wel zelf klaarmaken. Oh okay. Dus roosteren we brood en bakken een eitje. Kai en Noi zijn weer keurig op tijd en als al onze spullen in de Isuzu zitten, kunnen we op pad.

We hebben eerst een paar bezienswaardigheden rondom Chiang Rai. Te beginnen met de witte tempel, Wat Rong Khun. Dat is niet alleen een tempel, maar vooral ook een groot kunstwerk. Het is ontworpen door kunstenaar Chalermchai Kositpipat en inmiddels is het uitgegroeid tot nationaal monument en museum. Wereldberoemd in Thailand. Wat er zo bijzonder aan is? Ten eerste de kleur, wit. Wit geeft de reinheid van Boeddha weer.

Ten tweede is het compleet het tegenovergestelde van het zwarte Baandam Museum. Dat werd ontworpen door Thawan Duchanee, een andere grote kunstenaar in Thailand. Chalermchai was zijn leerling, vandaar. In Chiang Rai heb je dus een witte tempel, blauwe tempel en zwart museum. Gisteren zagen we de blauwe tempel, straks gaan we naar het zwarte museum. Nu eerst de witte tempel. Dat is geweldig. Iemand noemde het de Sagrada Familia van het boeddhisme.


Kai en … ehm…

Rare creaturen

Nou, dat is niet eens zo’n gek vergelijk. Net als Gaudí’s beroemde kerk in Barcelona, heeft ook deze tempel allerlei bijzondere details en grapjes. Zoals de handen en gezichten langs het pad naar de brug. Zo loop je over de put van de hel. Of de muurschilderingen binnenin de tempel, waar je als je goed kijkt een Minion, Superman en de oude Twin Towers ziet. Helaas mag je binnen geen foto’s maken, dus ik heb er geen bewijs van.


Prachtige Wat Rong Khun

Prachtige Wat Rong Khun

Voordat we de tempel uitgebreid bekijken, neemt Kai ons mee naar de naastgelegen expositieruimte. Daar is het werk van Chalermchai tentoongesteld. Hier zie je wat een ijverig baasje het is geweest. Hij schildert, maakt sculpturen, ontwerpen en is architect. Ook in zijn schilderijen zie je bijzondere dingen. Want wie schildert nu Bush en Obama samen op een raket? Chalermchai leeft nog steeds, maar is naar zeggen met pensioen gegaan.

Toch heeft hij in de zomer van 2018 nog een museum ontworpen: het reddingsmuseum bij Tham Luang, waar in diezelfde zomer een Thais voetbalelftal vastzat in een grot. U weet het vast nog wel, de hele wereld leefde met ze mee. Anyhow. Na de expositie gaan Andy en ik door de tempel. Daarvoor betalen we 50 baht per persoon. Dat is alleen voor buitenlanders, Thai mogen zo naar binnen. We kijken onze ogen uit. Aan het einde van de route staan Kai en Noi ons op te wachten. Kai heeft een souvenirtasje voor ons gekocht. Wat enorm lief!


Brug over de hel

En bijzondere creaturen

We lachen nog even om de mensen die selfies maken bij het gouden toiletgebouw. Kijk mij, bij de plee… Van de witte tempel gaan we naar een andere bizarre tempel: Wat Huai Pla Kung. Dat is een absurd groot beeld van Guanyin, de Godin van de Genade. Zo groot, dat je er met een lift in omhoog kunt. Bovenin heb je een mooi uitzicht door het raampje, dat boven de neus van het beeld zit.


Prachtige Wat Rong Khun

Net op tijd weer weg, voor de drukte

Om het helemaal makkelijk te maken, gaan er knalroze Hello Kitty wagentjes naar de ingang. Hoef je niet die trappen op te klimmen. Ik ga met Noi naar binnen, Andy en Kai wachten buiten. Voor mij is de entree 40 baht, voor Noi de helft. De lift brengt ons naar de 25e verdieping. Zo groot is het dus. Het uitzicht is niet spectaculair, wel aardig. Binnenin is het weer prachtig versierd. Beetje in de stijl van de Witte Tempel.

Onze volgende stop is bij het al genoemde Baandam Museum. Het wordt ook wel het Zwarte Huis of Black House Museum genoemd. De ontwerper is de in 2014 overleden kunstenaar Thawan Duchanee. Ik dacht dat het Zwarte Huis 1 gebouw was. But no: het blijkt een heel complex van bijna 40 gebouwen te zijn. Allemaal nagenoeg zwart. Het is er soort van luguber, dankzij de vele schedels, geweien en huiden van dieren.


Met de Hello Kitty naar boven

Binnenin de dame

Andy en ik wandelen rustig over het complex. Daarvoor hebben we deze keer 80 baht entree per persoon betaald. Het is een mooie wandeling, bij een heerlijk weertje. Niets te klagen.

Ziezo, nu zijn we hier rondom Chiang Rai wel uitgekeken. We gaan richting de grens met Myanmar.


Uitzichtje

Stoepa van de Wat Huai Pla Kung

Daar is een mooi uitzichtpunt. Je ziet Myanmar liggen, aan de andere kant van de Mekong rivier. Onderweg ernaartoe komen we langs Doi Nang Non. Dat is een berg die ze de slapende dame noemen. En inderdaad, daar ijkt het sprekend op. Dit is die berg met de grot waarin de Thaise jongetjes vast zaten. Bij het uitzichtpunt op Myanmar is een drukke markt aan de gang. Veel mensen uit Myanmar werken hier op de markt of komen er om te shoppen. Wij hoeven niet zo nodig naar de markt, dus rijden we door.

Naar de Golden Triangle. Dat is een drielandenpunt, waar Thailand, Myanmar en Laos bij elkaar komen. Het gebied is berucht geworden vanwege de papaverteelt. En de daaruit voortvloeiende productie en smokkel van opium. Het enige dat je daar anno 2019 nog van ziet, is in het museum Hall of Opium. Het krioelt hier trouwens van de toeristen. Gelukkig weet Kai een rustiger uitzichtpunt. Vanaf daar zien we perfect de drie landen aan de Mekong rivier.


Baandam Museum

Thawan Duchanee

Inmiddels is het 3 uur geweest. Tijd om richting grensovergang te rijden. Wij slapen vanavond in Laos, aan de overkant van de rivier. We komen rond half 5 bij de grens aan, in Chiang Khong. Bij de Friendship Bridge #4 nemen we afscheid van Kai en Noi. Wat een schatten van mensen zijn het en wat hebben we een leuke tijd met ze gehad! Kai is een uitstekende chauffeur en gids en kan ook nog eens erg leuk vertellen. Oh, en zijn Engels is erg goed!

We betalen hem de afgesproken 12.000 baht en geven nog 500 baht fooi. Dat is voor 4 dagen; hij moet immers morgen weer helemaal terug naar Chiang Mai. Als we afscheid hebben genomen, gaan we door de Thaise douane voor een uitreisstempel. Dat krijgen we. Daarna kunnen we naar een loket om kaartjes voor de shuttlebus te kopen We moeten namelijk de rivier over en dat kan over de 4e Friendship Bridge. Die ligt eigenlijk in niemandsland, tussen Thailand en Laos in.


Baandam Museum

Baandam Museum

De shuttlebus kost 20 baht per persoon en per koffer. We betalen dus 80 baht. De dame ziet dat ik nog wat bahtjes over heb. Ze biedt aan die te wisselen tegen Laos Kip. Ach, die hebben we toch nodig, doe maar. We hebben nog 3780 baht en daarvoor krijgen we 928.000 kippetje. Klinkt veel, is iets van 80 euro. Valt dus wel mee. We kunnen meteen de bus in en die vertrekt ook gelijk. De brug over en zo komen we bij de grens van Laos.


Sleeping Lady

Golden Triangle, grens met Myanmar

Daar gaan we eerst geld pinnen, want we moeten hier een visum kopen. We pinnen 600.000 kip, hopelijk kunnen we daar een tijd mee vooruit. Goed, het visum. Ik heb thuis al het nodige voorbereid, met ingevulde formulieren en van ieder een pasfoto. Het blijkt echter dat we hier ter plekke nog een ander formulier moeten invullen. Oh okay, doen we dat. Bij loket #1 kunnen we onze paspoorten, de 2 formulieren en pasfoto’s inleveren.


Golden Triangle

Golden Triangle

Dan schuiven we een loket op. Daar betalen we elk 360.000 kip (€37,15) voor het visum. Dat is inclusief een toeslag van 10.000 kip omdat we na 4 uur zijn aangekomen. Oh okay. We krijgen onze paspoorten-met-visum terug en kunnen daarmee door de douane van Laos. Geen moeilijk gedoe, een vriendelijke man die ons doorlaat. En dan zijn we in Laos, land #59!


Golden Triangle

Golden Triangle

Meteen aan de andere kant van de grens worden we aangesproken. Waar gaan we naartoe en hebben we al plannen voor morgen. Nou, morgen gaan we een boottocht maken. Oh, heb ik dat al geregeld? Zeker. Met wie? Met Shompoo Tours. Dat is een hele goede, krijgen we te horen. Gelukkig maar. Ik dacht dat ons hotel op loopafstand is. Dat klopt, als we 13 kilometer willen lopen… Nou, niet echt. We kunnen met de tuktuk mee.


Drie landen bij elkaar

Laos, Myanmar & Thailand

Dat is het busje dat we in Myanmar al veel zagen rijden, waar net zoveel mensen in en op kunnen tot ze eraf vallen. Als we willen wachten tot die vol is, kost dat 22.000 kip pp, ongeveer €2,50. Wij willen niet perse wachten. Ah, dan is het 100.000 kip. Prima, doe maar. We gooien de koffers erin en nemen zelf plaats op de bankjes. Het is inderdaad een aardig stukje rijden naar ons hotel. Als we er zijn, gaat de chauffeur er meteen vandoor, telefoon aan zijn oor. Nou, dan krijg je toch geen fooi, ook goed.

De man die ons incheckt is denk ik de grootste chagrijn van Laos. We hebben een kamer op de 3e en er is geen lift. Hij biedt ook niet aan om even te helpen of zo met onze bagage. Lul. In Thailand en Myanmar hielp iedereen. De kamer is prima, met een balkon eraan. Maar daar staat een 2-persoonsbed. Ik had toch echt 2 enkele geboekt. Oh, dat kan ook. Dan krijgen we een kamer zonder ramen, aan de achterkant. Ook goed joh. We verhuizen naar de overkant van de gang.


Grenspost Thailand, in Ciang Khong

Grenspost Laos, in Huay Xai

Dan gaan we op zoek naar iets te eten, het is inmiddels al half 7 geweest. Aan het einde van de straat zit een restaurantje, dat volgens Google erg goed is, Sabai Café. We worden hartelijk begroet door een man die prima Engels spreekt. En hij is erg aardig. Dat maakt dat chagrijn van net meer dan goed. We bestellen nasi en pad thai en het is heerlijk! We krijgen banaatjes als toetje, omdat hij verder geen toetjes heeft. Bij elkaar, met drinken, kost het ons 65.000 kip. En 70 met fooi.


Land #59: check!

Taxi voor ons 2-en

Zo, nu terug naar ons hotel. Beetje relaxen en niet te laat slapen, want morgen moeten we op tijd op.


Dag 17 – Zaterdag 5 januari 2019

Weer: Beetje frisjes op het water
Doel: Mekong rivier cruise
Gereisd: Per boot van Huay Xai naar Pakbeng
Hotel: DP Guesthouse, €45,-

Per boot van Huay Xai naar Pakbeng

We zijn al voor de wekker wakker. Man, wat een rotbedden hebben we! Die van mij heeft een bult in het midden en die van Andy loopt schuin af. Ze liggen voor geen meter. We zijn blij als we net voor 7 uur kunnen opstaan. Inpakken en klaarmaken gaat vlot, waardoor we genoeg tijd hebben om bij Sabai Café te gaan ontbijten. Dus dat doen we. Ik heb een heerlijk broodje met omelet, kaas en bacon en Andy ook zoiets, maar dan anders.


Vertrek uit Huay Xai

Vertrek uit Huay Xai

Vandaag begint onze 2-daagse cruise over de Mekong Rivier, met Shompoo Cruise. De Mekong hoort bij de 7 langste rivieren ter wereld. Hij is maar liefst 4.350 kilometer lang. Hij begint in Tibet en gaat dan door China, Laos, Thailand en Cambodja naar Vietnam. Wij zullen de komende 2 dagen over een groot deel van de rivier door Laos varen. Daarvoor worden we tussen 9 en 9.30 uur opgehaald.


Nog even langs Chiang Khong

En de Royal Thai Police

We zorgen dat we op tijd zijn uitgecheckt en buiten klaar zitten. Even na 9 uur komt een tuktuk aangereden. Er zitten al 4 mensen met bagage in. Onze koffers gaan op het dak en wij erin. We wensen iedereen een goede morgen en vragen waar men vandaan komt. Een echtpaar uit Frankrijk en een jong stelletje uit Nieuw Zeeland, maar zij komt eigenlijk uit Schotland. We delen wat ervaringen en voor we het weten, zijn we bij de haven.


En dan Laos in

Ehm, vuilnisboot?

Onze koffers worden al aan boord gebracht en wij lopen erachteraan, voorzichtig over het zandpad de boot op. De schoenen moeten uit aan boord. En dan kunnen we een plekje zoeken. Het blijkt dat er slechts 18 mensen meevaren. Het maximale dat ze meenemen is 40. Voorop de boot zijn lounge banken. Boven dat deel kan ook het dak open. Het grootste deel van de boot heeft zithoeken. Er is een deel met een soort bar, daarachter de toiletten en de keuken (die je niet ziet) en daarachter nog een achterdek.


Koeien & waterbuffels

Prachtig langs de Mekong

Genoeg ruimte, keurig netjes en alles is prima verzorgd. Zo krijgen we meteen allemaal een flesje water als we aan boord stappen. Naast ons ligt een backpackersboot. Die vertrekt meestal pas als hij vol is. Waar wij lounge banken en zithoeken hebben, heeft de backpackersboot allemaal oude autostoelen. En waar wij keurige toiletten hebben, eentje voor heren en eentje voor dames, heb je op de andere boot een gemeenschappelijke pot. Zó blij dat wij die boot niet hebben…


Onze boot

De backpackersboot

Maar ja, kost wel een heel stuk minder dan die van ons. Wij betaalden €275,- voor 2 personen. Dat is inclusief eten, excursies en transport van en naar de boot. Backpackers zijn voor slechts €30,- per persoon klaar. Dat is de kale prijs voor de boot. Je moet zelf voor eten en drinken zorgen. En er zijn geen excursies: het is 2 dagen lang varen. Nogmaals: zó blij dat we die boot niet hebben… Nou ja, ieder zijn ding & zijn budget.


Nou, daar laat je dus je baggage

De route over de Mekong

We wachten even tot ook de laatste mensen aan boord zijn. Rond 9.45 varen we weg. Onze gids stelt zich voor en begint een heel, heel lang verhaal. Geen idee waarover, we hebben niet echt geluisterd. Het was namelijk een heel, heel lang verhaal. We varen eerst over het deel van de Mekong dat tussen Laos en Thailand in ligt. Als de boot afslaat naar Laos, moet hij heel even aanleggen om taks te betalen. Geen punt, wachten we toch even.


Uitgebreide lunch

Nomnomnom

We varen verder over de Mekong rivier. Die is op deze eerste dag best breed en het duurt heel even voor het mooi wordt. Maar dat wordt het dan ook. Onderweg zien we regelmatig dorpjes tegen de bergwanden geplakt. En mensen die van alles doen bij het water. Vissen, wassen, spullen brengen of halen met bootjes. We zien kuddes koeien en buffels, waarvan er veel een bad in de rivier nemen. Genoeg te zien.


Dorpje langs de Mekong

Onze boot van Shompoo

Maar ook genoeg te relaxen. We kunnen heerlijk een beetje hangen. Beetje lezen, beetje muziek luisteren. Een keer plassen. Voor de deur staan slippers, omdat je immers geen schoenen aan hebt. Wel zo fris, in een toilet. Over fris gesproken: dat is het wel een beetje, als we varen. Maar een korte broek, t-shirt en een vestje voldoen prima. Om 12 uur is er lunch. En dat is erg lekker. Er is rijst, groente, heerlijke kippetjes, vispakketjes en vers fruit na. Niks mis mee.


We worden verwacht…

… in dit Laotiaanse dorpje

In de loop van de middag leggen we aan bij een Laotiaans dorpje. Dat wordt gesponsord door onze bootmaatschappij. We mogen er rondkijken. Moeten we wel een steil zandpad opklauteren om er te komen. Want in het natte seizoen komt het water een stuk hoger. Daarom ligt het dorpje ook een eindje omhoog tegen de bergwand. Andy trapt er niet in, die blijft lekker aan boord. Daar wordt hij vermaakt door de kinderen die bij het water spelen.


Kijkje in het leven van ex-nomaden

Klaslokaal in het schooltje

In het dorpje wonen iets van 500 mensen. Voormalige nomaden, die nu sinds een aantal jaar hier gesettled zijn. Blijkbaar heeft de Laotiaanse regering ze daartoe aangezet, om het nomadenleven op te geven. Op dit moment zijn er alleen kinderen en een paar bejaarden in het dorp. De volwassenen zijn op het land verder naar boven aan het werk. De meisjes hier krijgen al vroeg kinderen, meestal rond hun 14e. En vaak komt er elk jaar eentje bij.


Onze gids geeft uitleg

We worden uitgezwaaid

Daardoor worden ze hier over het algemeen niet zo oud. Lichaam op. Shompoo heeft geprobeerd daar iets aan te doen, door condooms uit te delen en voorlichting te geven. Die condooms gingen meteen de prullenbak in, dat was natuurlijk niks. Ook heeft Shompoo een school gesticht, zodat al die kinderen in elk geval onderwijs krijgen. We wandelen door het dorpje, terwijl de gids vertelt. En vertelt. En vertelt. Er komt geen einde aan, helaas.


Leven aan de Mekong

Visnetten

Ik heb dan ook weer niet geluisterd. Maar goed, het is wel erg bijzonder om hier rond te kijken. En het is totaal geen toeristentrap, wat je anders meestal hebt. Er wordt niks verkocht, niet gebedeld en de kinderen vinden het prima om op de foto te worden gezet. Goed, terug naar de boot. We krijgen natte doekjes uitgereikt, want we hebben natuurlijk allemaal zandvoeten gekregen. Ik wel tenminste.


Leven aan de Mekong

Dorpje langs de Mekong

We krijgen ook een heerlijk limoendrankje met ijs. Dat is precies wat we nu nodig hebben. We varen weer verder, naar onze eindbestemming van vandaag: Pakbeng. Dat is een gehucht met 1.000 inwoners. Het leeft vooral van toerisme. Het ligt namelijk ongeveer halverwege de route Houayxay – Luang Prabang, alle slowboten stoppen hier voor een overnachting. En dus heb je er ook restaurants en een Happy Bar.


Tussenstop in Pakbeng

De hoofdstraat van Pakbeng

Ons hotel zit halverwege de hoofdstraat, vlakbij de haven. Moeten we wel een steil stuk omhoog lopen. We zijn blij dat onze koffers worden gedragen. Die jongens moeten we natuurlijk betalen. Het is normaal om ze 10.000 kip per koffer te geven. Het kleinste dat we hebben is 50.000 en niemand kan wisselen. Gelukkig is onze gids met ons meegelopen. Hij schiet het wel even voor. Ah, dank je wel. We checken in en krijgen daarbij een lekker fruitdrankje.


Vanuit ons hotel

Hoofdstraat van Pakbeng

Het hotel blijkt bij Shompoo te horen en de betaling voor de kamer is al van de credit card afgeschreven. Gelukkig maar, want anders hadden we contant moeten betalen en dan denk ik dat we niet genoeg kippetjes hebben. Voor de vorm lopen we een keer door het dorp. Dat wil zeggen, een stukje de hoofdstraat in en weer terug. Heel veel groter is het niet. Als we ons een beetje hebben opgefrist, gaan we eten. Aan de overkant zit een Indiaas restaurant. Klinkt goed, doe die maar.


Sunset boven Pakbeng

en boven de Mekong rivier

We bestellen allebei een kipgerecht, met rijst en naanbrood. Lekker hoor. We betalen 89.000 kip en ronden het af naar 100.000. Hebben we een tientje uitgegeven. We blijven nog lekker even buiten zitten bij ons hotel. Daar krijgen we gezelschap van de Franse man die vanochtend ook in onze tuktuk zat en dus ook aan boord van onze boot. We kletsen even gezellig. Dan gaan we slapen, want morgen vertrekt de boot al vroeg: om 7.45!


Dag 18 – Zondag 6 januari 2019

Weer: Ochtend koud, middag heerlijk
Doel: Mekong rivier cruise deel 2
Gereisd: Per boot van Pakbeng naar Luang Prabang
Hotel: View Khem Khong, €18,80

Per boot van Pakbeng naar Luang Prabang

Aan de overkant van het water is een olifantenkamp. Elke ochtend wandelen de olifanten naar het water om daar te baden. En dat doen ze elke ochtend rond 7 uur. Als we vanaf ons balkon naar het water kijken, zien we daar inderdaad 2 olifanten rondlopen. Ja, we zijn al zo vroeg op om dat te zien. Onze boot vertrekt vandaag namelijk al om 7.45, dus dat is vroeg plassen vanochtend.


Mekong Elephant Park

Badderende olifanten

Ontbijt is inclusief en gisteren hebben we geregeld dat we dat mee kunnen nemen. Het staat netjes voor ons klaar en tegen half 8 wandelen we naar de boot. Onze gids komt ook net aanlopen en die neemt 1 van onze koffers mee. Als alle 18 gasten weer aan boord zijn, vertrekken we. De ochtend kunnen we heerlijk relaxen aan boord. We eten ons ontbij op en krijgen daar koffie of thee bij. Ondertussen hebben we mooie uitzichten over de Mekong rivier en op wat daar allemaal aan de waterkant gebeurt.


Ondertussen langs de Mekong

Alweer een heerlijke lunch

Het is trouwens nogal fris op het water. De zon is nog niet doorgebroken. Omdat we best een gangetje hebben, op een open boot, is het, nou ja, koud! We krijgen dekens uitgedeeld en trekken allemaal iets warms aan. Om half 12 staat de lunch klaar. Het is weer heerlijk, met veel verschillende gerechten. Na de lunch wordt het ook al gauw warmer, de warme kleren kunnen weer uit en de dekentjes zijn niet meer nodig.


Pak Ou Caves

De aanlegsteiger

In de middag hebben we 2 stopjes. Het eerste is bij de Pak Ou Caves. Daar zijn 2 grotten. In de eerste, laagste grot staan ik weet niet hoeveel Boeddhabeeldjes, groot en klein. De 2e grot ligt een stuk hoger. Je moet er iets van 150 treden voor omhoog klimmen en het is er donker. Een telefoon met lamp is daarom handig. Wij geloven het wel, wij blijven lekker een beetje bij de onderste grot hangen. Later horen we van onze reisgenoten dat die ook het mooiste was, we hebben weinig gemist.


Pak Ou Caves

Pak Ou Caves

Als we weer wegvaren, zie ik aan de overkant 2 olifanten het water ingaan. Met toeristen op hun rug. Die had ik er graag even af willen meppen. Domme, domme mensen. We varen naar het 2e stopje. Dat is in Ban Xang Hai, oftewel de Laos Whisky Village. Hier maken ze, inderdaad, whisky. De Lao-Lao whisky. Naast de reguliere whisky staan er ook flessen met  schorpioenen en slangen erin. We mogen allemaal 2 smaakjes proeven. Van de gewone whisky, niet die met beesten erin. Dat proeven laat ik mooi aan Andy over. De 1e is erg sterk, zegt hij. Heeft dan ook 50% alcohol. Het 2e vindt hij wel lekker.


Hier kan ik heel boos om worden

Gauw weer van het uitzicht genieten

Verder is het hier gewoon een toeristenval, met marktkraampjes en verkopers. We wandelen erlangs en komen bij het centrale deel van het dorp. Dat trouwens een gewoon, ontwikkeld dorp is. Er rijdt zelfs een auto rond. Na dit stopje is het nog een klein stukje naar Luang Prabang, de eindbestemming. Daar komen we tegen 4 uur aan. We moeten een steile trap op naar de hoofdstraat. Gelukkig wordt onze bagage naar boven gebracht. En we worden allemaal met busjes bij onze hotels afgeleverd. Hoort allemaal nog bij de tour. We nemen afscheid van iedereen en  stappen in ons busje.


Laos Whiskey Village

Getverdemme

We hebben een kleine guesthouse, aan de weg langs de Mekong. De kamer is niet heel groot, maar best keurig. Alleen jammer dat de airco het niet goed doet. Ah, het filter zit verstopt. Als dat is gefixed, doet hij het gelukkig wel goed. Als we een beetje zijn geïnstalleerd, wandelen we langs het water en strijken bij een restaurantje neer. Geen goede keus, blijkt, want het is niet zo lekker. Het varkensvlees is droog en flauw, de kip maar magertjes en de rijst waterig. Kost toch nog 111.000 kip. Nou ja, dat heb je wel eens, dat het tegenvalt.


Nog een klein stukje varen

De thuishaven van Shompoo Cruises

We kijken of we ergens ijsjes zien. Helaas. We kopen alleen onderweg flesjes drinken en wandelen terug naar onze guesthouse. As usual: douchen, relaxen en hopelijk lekker slapen!


Dag 19 – Maandag 7 januari 2019

Weer: Benauwd en 29 graden
Doel: Relaxen in Luang Prabang
Gereisd: Wandelend door de stad
Hotel: View Khem Khong, €18,80

Dagje relaxen in Luang Prabang

Vandaag een heerlijk relaxte dag. Ontbijt is niet inclusief, dus we hoeven ook niet voor een bepaalde tijd ergens klaar te zitten. We hoeven ook nergens naartoe vandaag. We kunnen lekker in ons eigen tempo wakker worden en aankleden.


Wat Sibonheuang

Wat Sibonheuang

Bij onze guesthouse hoort een restaurant en dat zit aan de overkant, aan het water. En daar hebben ze een ruime keuze in ontbijtjes. Het smaakt prima en betalen kan via de creditcard, bij de kosten van de kamer. Reuze handig.


Lokaal transport

Lokaal transport

Na het ontbijt lummelen we nog wat rond voor we Luang Prabang gaan verkennen. Dat is niet zo heel groot en je kunt het makkelijk te voet doen. Het is wel erg mooi. Er staan prachtige gebouwen en natuurlijk diverse tempels.


Sisavangvong Road

Sisavangvong Road

De gebouwen zouden ook niet misstaan in Key West of het zuiden van Amerika. Ziet er allemaal nogal koloniaal uit. We wandelen op ons gemakje een beetje rond. We zwaaien naar het Franse echtpaar van de boot.


Wat Xieng Mouane

Royal Palace

In de hoofdstraat is het gezellig, met allemaal leuke shopjes en koffiezaakjes. In 1 daarvan nemen we een lekker bakkie, met een brownie/chococroissant erbij. Daarna gaan we een tijdje aan de rand van Mount Phu Si zitten, beetje mensen kijken. Altijd leuk.


Wat May Souvannapoumaram

Wat May Souvannapoumaram

Mount Phu Si is een berg en ligt midden in Luang Prabang. Die berg kun je beklimmen. Vanaf 2 kanten gaat er een trap omhoog. De ene is 328 treden lang, de andere 355. Bovenop de berg staat een stoepa. Dat zal allemaal best, wij hebben geen zin in een trap met meer dan 300 treden.


Marktdag in Luang Prabang

Iemand nog mandjes nodig?

Daar is het ook veel te warm voor. Het is vandaag namelijk een beetje benauwd. Dus doen we rustig aan. Dat kan hier makkelijk, want in Luang Prabang hangt een relaxte sfeer. Hoewel er duidelijk veel toeristen rondlopen, voelt het niet super toeristisch aan. Wij vinden het een erg leuke en prettige stad.


Luang Prabang

Monniken kleden

Als we uitgestruind zijn, gaan we in onze kamer eerst even afkoelen. Terwijl Andy verder gaat met bijkomen, ga ik er nog even op uit. Ik kijk rond bij een oud klooster en zie een trap plus bordje naar Mount Phu Si. Ziet er niet heel hoog uit… Ik ga naar boven.


Wat Siphoutthabath

Wat Siphoutthabath

Daar kom ik bij een prieeltje, van waar een geweldig uitzicht is over de rivier en de omgeving. Naar rechts staan Boeddhabeelden en mooi versierde trappen, met naga’s langs de zijkanten. Ik kom bij de trap naar de stupa. En daarvoor moet je geld betalen, 20.000 kip. Ik heb geen geld meegenomen, dus dat gaat ‘m niet worden.


Bovenop Mount Phu Si

Uitzicht vanaf Mount Phu Si

Ik wandel weer rustig terug naar onze guesthouse. Voordat we gaan eten, lopen we eerst over de night market. Tja, zelfde zooi als overal. Er is ook een food market, als het goed is. Maar we hebben besloten in het restaurant van onze guesthouse te eten.

Die krijgt goede reviews en wat we vooral makkelijk vinden: we kunnen alles dat we er uitgeven op de kamer zetten en later per credit card afrekenen. We hebben alleen nog wel wat geld nodig voor de komende dagen. Als we een (werkende) pinautomaat zien, nemen we 700.000 kippetjes op.


Night Market in Sisavangvong Road

Uitzicht over de Mekong

We wandelen terug naar de Mekong rivier en het restaurant. Ik neem een pad thai, Andy toch weer nasi en gegrilde pork. Smaakt inderdaad goed, hoewel ook hier de pork nogal droog is. Na het eten gaan we weer lekker douchen, relaxen en slapen.


Dag 20 – Dinsdag 8 januari 2019

Weer: Bewolkt en 25 graden
Doel: Kuang Si, Luang Prabang en Vientiane
Gereisd: Per minivan, tuktuk en vliegtuig
Hotel: New Usouk Boutique Hotel, €36,35

Van Luang Prabang naar Vientiane

Vandaag is alweer de laatste dag in Luang Prabang. Vanavond vliegen we naar de hoofdstad van Laos, Vientiane. We hebben nog bijna de hele dag om hier de boel te verkennen! En dat gaat prima door een tochtje naar de Kouang Si waterval te maken. Gisteren hebben we onze gastheer Eric gevraagd daarvoor een minivan voor ons te regelen. We hadden ook met de tuktuk kunnen gaan. Dat had alleen een aantal nadelen: de eerste gaat om 9 uur. Vinden wij net iets te vroeg. De volgende om 11.30 en die is tegen 4 uur terug.


Parkeerplaats bij Kouang Si

Even een kort wandelingetje

Er is voor vanmiddag regen voorspeld. Het lijkt ons daarom beter om ’s ochtends te gaan. En de waterval is zo’n 30 kilometer rijden. Veel plezier, in een tuktuk zonder vering, over een slechte Laotiaanse weg! Wij betalen liever wat meer voor een minivan. Eric heeft er 1 geregeld voor 250.000 kip, ongeveer €25,50. Vond hij zelf nogal duur, geloof ik. Maar ja, het is hoogseizoen, dan betaal je wat meer. Wij kunnen in elk geval vanochtend op ons gemak wakker worden en aan de overkant ontbijten.


Langs de berenopvang

Daar zal je ze hebben

De chauffeur is mooi op tijd en brengt ons in een luxe wagen naar de waterval. Dat is een aardig ritje. Zo krijgen we nog wat van het landschap te zien. Erg mooi hier, hoor. Ik weet niet of het hele land zo is, maar hier is het zeer bergachtig en lijkt het of we tussen de jungle doorrijden. De weg is regelmatig errug slecht. Wij zitten al af en toe flink te schudden. Kan je nagaan hoe dat in zo’n tuktuk is! Na een klein uurtje komen we bij Kuang Si aan. We spreken af dat we tegen 1 uur terug zullen zijn bij de auto.


Wel graag de regels in acht nemen

Prachtig blauw water

Om naar de waterval te mogen, moeten we 20.000 kip entree per persoon betalen. Als eerste komen we langs een berenopvang. Dat is een opvang voor geredde Aziatische zwarte beren. De stichting Free the Bears redt “dansende” beren, redt ze uit de handen van smokkelaars, uit berengalboerderijen, en uit omgevingen waar ze door boskap niet meer kunnen leven. Dat doen ze vooral in Azië. Hier in Zuidoost Azië en ook in India en China. Goed werk dus.


Langs een verzameling watervallen

En nog een paar

Voorbij de opvang komen we al snel bij water aan. Dat is prachtig blauw, met schattige kleine watervalletjes. Hoe verder we lopen, hoe mooier het wordt. Bij bepaalde delen van de poelen mag je zwemmen. Dat wordt wel gedaan, maar toch niet massaal. Het ziet er gelukkig niet uit als een overbevolkt zwembad. De wandeling gaat geleidelijk een beetje omhoog, maar je hoeft niet echt te klimmen. En het pad is prima te doen. Aan het einde van de wandeling wacht als grote verassing de bron van de kleine watervalletjes: een schitterende, hoge waterval, die als een sluier naar beneden gaat. Prachtig! Deze komt zeker in mijn top 5 van mooiste watervallen. Misschien wel in de top 3.


En nog een paar

Vooruit, nog meer watervalletjes

We wandelen weer rustig terug en zoeken onze minivan. Die vinden we snel, op de chauffeur moeten we even wachten. We zijn ook wat vroeger terug dan de afgesproken 1 uur. Geeft niks, we kopen een koud flesje drinken en wachten op een bankje. Als de chauffeur er is, kunnen we terug naar Luang Prabang. En dat is weer een klein uurtje rijden. Oh ja, we hoefden vanochtend nog niet meteen uit te checken en als we willen, kunnen we nog even de douche gebruiken. Dat is niet nodig, maar het is wel een fijn aanbod. In plaats van douchen gaan we lunchen, aan de overkant. Lekkere broodjes ham/kaas en ei/bacon.


Je moet even door de toeristen kijken

En dan zie je deze schoonheid!

Dan leveren we gauw de sleutel in, want het is opeens al 2 uur. Oops, we overstayed our welcome… We betalen voor de overnachtingen en rekenen meteen de maaltijden af: 2x ontbijt, 1x diner en 1x lunch. Normaal 430.000 kip, maar we krijgen 20% korting omdat we in het guesthouse hebben verbleven. We kunnen onze bagage nog even laten staan. Dat is fijn, want dan kunnen we aan de andere kant van het plaatsje kijken, bij de Nam Khan rivier. Daar gaat een bamboe loopbrug overheen. Hij ligt er slechts 6 maanden per jaar, in het droge seizoen. In het natte seizoen staat het water te hoog en is het te wild voor een brug.


De bamboe brug over de Nam Khan

Betaalhuisje

Daarom betaal je 5.000 kip om over de brug te mogen lopen. Zo steun je de Laotianen die elk jaar een nieuwe brug maken. Die 5.000 is voor een retourtje over de brug. Andy gelooft het wel, maar ik wil wel even aan de overkant kijken. Ik loop over het bamboe gevaarte naar de overkant. Daar kijk ik even snel rond. Is niet heel fotogeniek, dus gauw weer terug naar Andy.

We wandelen naar de gezellige Sisavangvong Road. Op de hoek zit een koffietentje. Mooi, we lusten wel een bakkie. Als dat op is, kuieren we rustig verder, wat eigenlijk terug naar de Mekong Rivier is. Daar kijken we een tijdje naar de bedrijvigheid met de ferry.


Dat is hem

Uitzicht vanaf de brug

En dan vinden we het wel genoeg. We lopen naar ons guesthouse en regelen een tuktuk naar het vliegveld. Die komt al snel. Samen met de koffers stappen we achterin en worden weggebracht. Het is ongeveer een kwartier rijden naar het vliegveld. De chauffeur vindt dat hij naast de afgesproken prijs van 50.000 wel 10.000 fooi heeft verdiend. Vooruit maar, de koffers zijn immers ook niet al te licht. We kunnen gelukkig meteen inchecken, zodat we snel van onze koffers af zijn. Nu moeten we nog zo’n 2,5 uur wachten, voor we kunnen boarden. Gelukkig worden we tijdens het wachten vermaakt.


Gluren bij de buren

En dan terug naar de overkant

Er is namelijk een soap in de terminal. Een Amerikaans stelletje heeft een probleem: ze moeten naar Bangkok, maar blijkbaar heeft hij geen geldig visum meer voor Thailand. Iets met dat het is afgestempeld. We begrijpen dat hij eerst een nieuw visum moet regelen. In Vientiane, de hoofdstad van Laos. Daar zal wel een ambassade zitten of zo. Hij moet daarom een ticket naar Vientiane kopen. Zij kan wel naar Bangkok en doet dat ook. Samen hebben ze het even niet zo gezellig. Wij vinden het vooral bijzonder dat zij wel vast naar Thailand gaat.


Bedrijvigheid bij de ferry

Het vliegveld van Luang Prabang

Anyhow. Om 5 uur gaan we naar de gates. Andy ziet iemand met een broodje lopen. Daar hebben we wel zin, dus gaan we op zoek naar waar dat vandaan komt. Ah, achter ons is een soort food court. Eén tentje verkoopt European food. Pizza, spaghetti en broodjes, onder andere. Andy bestelt iets met sausage, ik iets met kip. Beide zijn niet echt lekker, maar kost samen wel 83.000 kip. Beetje jammer.


Het vliegveld van Luang Prabang

Inchecken en de koffers afgeven

We wachten even tot we kunnen boarden. Dat gaat allemaal vlot. Het vliegtuig zit wel erg vol, dus hebben we een buurvrouw. De vlucht duurt belachelijk kort. Ik denk dat we 20 minuten in de lucht hebben gehangen. Of liever: gehobbeld. We hebben erge turbulentie. De ergste die wij hebben meegemaakt. Nou moet ik zeggen dat we niet vaak turbulentie hebben – knock on wood. Terwijl Andy en ik er om moeten lachen, vindt onze buurvrouw het best spannend, geloof ik. Maar als ze ziet dat wij samen ingehaakt hossen op de deining, moet ze lachen.


Het stelletje van de soap (naast Andy)

De food court

Eenmaal op de grond zijn we al snel bij de bagageband. Scheelt natuurlijk enorm dat dit een binnenlandse vlucht is. Dan heb je verder geen toestanden met douane en zo. Het duurt bijna langer dat de bagage komt, dan dat de vlucht heeft geduurd. Maar daar komen toch onze 2 koffers aan. Nu op zoek naar degene die ons ophaalt. Want dat is extra service van ons hotel. We kijken, wachten en kijken nog een beetje. Niemand. Terwijl Andy bij “domestic” blijft zitten, loop ik voor de zekerheid naar “international”. Voor het geval daar iemand staat met mijn naam op een briefje. Helaas. Ik loop weer terug naar Andy. Daar ook nog niemand. Samen lopen we weer naar International. Niemand.


Uitzicht vanuit ons hotel in Vientiane

Ja dat is niet ons hotel

Dan nemen we toch maar een taxi. Daarvoor moet ik weer terug naar Domestic. Terwijl ik een taxi sta te regelen, komt er opeens iemand met mijn naam op een briefje. Ah, de taxi van het hotel! We zijn elkaar blijkbaar misgelopen. Nou ja, kan gebeuren. Terwijl de chauffeur de auto haalt, loop ik naar Andy en daar komen de chauffeur en ik ongeveer tegelijk aan. We laden de spullen in en worden naar ons hotel gebracht. We bedanken de chauffeur en checken in. Onze kamer ligt op de hoek van de bovenste verdieping. Prima kamer. Jammer alleen dat de koelkast warm is, in plaats van koud. Die wordt even omgewisseld voor eentje die wel werkt. Mooi, kunnen we ons drinken tenminste een beetje koel houden. Inmiddels is het iets van half negen. We hebben geen zin meer om erop uit te gaan. We rommelen wat aan, voor we gaan douchen en slapen.


Dag 21 – Woensdag 9 januari 2019

Weer: Bewolkt, benauwd, 26c
Doel: Vientiane verkennen
Gereisd: Lopend en per tuktuk
Hotel: New Usouk Boutique Hotel, €36,35

Patuxai in Vientiane

Ziezo, vandaag gaan we de hoofdstad van Laos bekijken: Vientiane. Maar eerst ontbijt, wat inclusief is. We bestellen omelet met toast en koffie. Dan gaan we ons eens verder klaarmaken. In Vientiane is niet bijzonder veel te doen. Het is geen Bangkok of andere grote, hectische, Aziatische stad. Er wonen slechts 550.000 mensen. Daarmee is het de kleinste hoofdstad in Zuidoost Azië. Er zijn slechts een paar bezienswaardigheden.


In onze straat

Op weg naar Patuxai

Maar dat geeft niet, want verder kun je er vooral heerlijk relaxen. Beetje langs de Mekong slenteren, koffie drinken in een Frans cafeetje of lekker een hapje eten. Frans? Ja, van toen Laos nog een Franse kolonie was. Die Franse invloeden zijn hier goed te merken. Dat zit ‘m wat ons betreft vooral in die Franse cafeetjes, met hun croissantjes en zo. En in de vele Franse toeristen. Want de meeste westerlingen die je in Laos tegenkomt, spreken Frans.

We zijn van plan om fietsen te huren. Dat kan in het volgende blok, bij PVO Hostel. Terwijl we daar naartoe lopen bedenken we dat we toch eigenlijk liever met de tuktuk gaan. Ik ben alleen mijn kaart vergeten. Dus vraag ik of ze bij de hostel een plattegrond hebben. Ik krijg een hele kaart mee, inclusief uitleg waar we nu zijn. Heb maar niet gezegd dat we niet in dit hostel verblijven… Tegenover de hostel vraagt al meteen iemand of we een tuktuk willen.


Patuxai

Handig, een souvenirwinkel…

Nou, eigenlijk wel ja, naar Patuxai graag. Kost dat? 40.000 kip. Nee, da’s teveel; 20.000. Nee, da’s te weinig. We worden het eens over 30.000 kip. We stappen achterin en worden netjes bij Patuxai afgezet. Wat het is? De Laotiaanse versie van de Arc de Triomphe in Parijs. Het is gemaakt van cement dat de Verenigde Staten had gegeven voor de bouw van een nieuwe luchthaven. Het wordt dan ook de verticale startbaan genoemd.


Uitzicht naar het paleis

Uitzicht naar de andere kant

Het is een erg imposante boog. Je kunt er helemaal in naar boven, voor een mooi uitzicht. Kost 3.000 kip. Toe maar dan. Er zijn 3 verdiepingen en op alle drie is, oh hoe gemakkelijk, een souvenirwinkel. Bovenop de Arc zie je aan de ene kant het park en aan de andere het presidentiële paleis. Daar gaan we hierna naartoe. Is een kort wandelingetje, 1,5 kilometer. Onderweg komen we langs That Dam. Dat is een hele oude stoepa. Niemand weet wanneer het is gebouwd. Het staat er al een eeuwigheid.


Wandeling door de Avenue Lane Xang

Daar dus

Bij zulke oude bouwsels horen vaak mooie verhalen. Ook bij deze. Het verhaal gaat dat hier een 7-koppige naga huisde. Een naga is een bovennatuurlijk wezen, vaak in de vorm van een slang of draak. De naga beschermde de inwoners van Vientiane, toen de Siamezen in 1827 de boel kwamen veroveren. Die stalen het bladgoud van de stoepa, waarna alleen de zwarte steen overbleef. That Dam betekent dan ook Black Stupa.


Het presidentiële paleis

Het presidentiële paleis

We wandelen verder naar het paleis. Het wordt niet bewoond, de president van Laos woont ergens anders. Het indrukwekkende gebouw heeft enkel ceremoniële functies. De bouw startte in 1973 maar door allerlei strubbelingen opende het pas in 1986. Het is niet open voor publiek. Je kan er daarom niet in, maar dat hoeft van ons ook niet. We bewonderen het even vanachter het hoge hek en lopen dan naar de overkant.


Wat Si Saket

Wat Si Saket

Daar ligt Wat Si Saket, een tempel uit 1818. Het is 1 van de belangrijkste bezienswaardigheden van de stad. Om erin te kunnen moeten we 10.000 kip per persoon betalen. In de buitenomloop van het complex zijn duizenden boeddha’s gehuisvest. En in het midden van het complex is de tempel met de grote boeddha en mooie muurbeschilderingen. Daar mag je geen foto’s maken, mopperdemopper. We bewonderen de boeddha’s, kopen een flesje drinken en lopen weer naar buiten.

Aan de overkant werp ik snel een blik op een andere oude tempel, Wat Ho Phra Keo. Ja, ik heb geen zin om weer 10.000 kip te betalen voor heel even kijken. We besluiten dat we eerst eens lekker gaan relaxen in ons hotel. We houden een driewielige tuktuk aan. Die brengt ons voor 50.000 naar… het verkeerde hotel. Na nog 2x vragen weet hij het juiste te vinden. We rekenen af. Waarschijnlijk veel te veel, maar vooruit maar. Kan hij hopelijk zijn remmen laten smeren, want die piepen verschrikkelijk.

Zoals gezegd gaan we eens lekker relaxen op onze kamer. Beetje opfrissen, voor we terug richting nachtmarkt en Mekong rivier gaan. Maar eerst regelen we voor morgen een excursie, met dezelfde chauffeur als die ons van het vliegveld heeft opgehaald. Hij beweert dat wat wij willen 40.000 kip kost. Dat lijkt ons belachelijk weinig. Ook na 3x checken is dat schijnbaar de prijs. We zien morgen wel.


Hoeveel monniken passen…

In de 3-wiel tuktuk

Nu wandelen we de straat uit, naar de waterkant. Dat is 3 blokken wandelen, prima te doen. De night market komt net op gang. Zoals bij de meeste night markets is ook deze eigenlijk een grote braderie. Andy koopt er een beschermhoesje voor zijn telefoon. Het kost 45.000 kip. Ik weet af te dingen naar 38.000. Maar dan zien we hoe die jongen er een waar kunstwerk van maakt om de hoesjes aan voor- en achterkant te maken. We geven hem 50.000, laat maar zitten.


Streetlife Vientiane

Streetlife Vientiane

Ondertussen begint de zon onder te gaan. We lopen naar de rivier en zoeken een plekje met uitzicht op de sunset. Die is niet bijster spectaculair, want het is veel te bewolkt. Maar we zitten lekker. Er lopen allerlei verkopers langs. Onder andere eentje met een emmer met flesjes koud drinken Doe ons maar 2. Als de zon onder is, lopen we rustig terug over de markt. We komen als eerste een saté kraampje tegen. Dat ziet er lekker uit en zo smaakt het ook.


Chao Anouvong Park

Night Market

We lopen weer verder tussen de kraampjes door, tot we een ander kraampje met kippenpoten + friet zien Doe dat ook maar. Als we dat hebben opgepeuzeld, komen we nog een kraam tegen met gegrilde ietsjes op een stokkie. Ziet er lekker uit, doe er nog maar 2. Nou, geen idee wat het is, maar wij vinden het niet bepaald lekker. Het gaat meteen de prullenbak in. Gelukkig zitten we inmiddels best vol, dus we laten het hier verder bij.


Langs de Mekong

Langs de Mekong

Aan het einde van de markt horen we luide muziek en zien we een menigte. Oh ja, dat vertelde de chauffeur: ze zijn hier elke avond aan het aerobiccen. Grappig hoor. We komen bij het plein in de buurt van onze straat. Daar horen we muziek en zien we dansers. En de fontein die erachter staat, geeft water en gekleurd licht. We vinden de muziek niet zo mooi, dus lopen we weer door. Op de hoek van ons blok is een supermarktje.


En de zon gaat onder

Kleurig optreden

Daar slaan we drinken in en nemen een ijsje, als toetje van de dag. En dan zijn we weer bij ons hotel. Raad eens wat wij gaan doen? Douchen, relaxen en slapen!


Dag 22 – Donderdag 10 januari 2019

Weer: Zonnig en heet, 33c
Doel: Boeddha Park, Pha That Luang en COPE
Gereisd: Per taxi en vliegtuig
Hotel: Pongsakorn Boutique Resort, €32,-

Van Vientiane terug naar Bangkok

Onze laatste vakantiedag alweer. Wat gaat dat toch snel zeg! We beginnen natuurlijk weer met een ontbijt van ei, toast en koffie. Dan pakken we onze spullen in en lummelen nog een beetje rond. Tot half 10, dan vinden we dat we wel naar beneden kunnen. We checken uit en begroeten onze chauffeur. Alle bagage wordt ingeladen en we kunnen op pad. Naar Boeddha Park Xieng Khuan. Dat ligt 25 kilometer verderop en is ongeveer een half uur rijden.

In dit park vind je een grote verzameling sculpturen, in de vorm van Boeddha’s en andere figuren. Het zijn er meer dan 200. De beelden ogen heel oud, maar zijn dat niet. Het park werd namelijk in de late jaren 50 gebouwd, van hergebruikt beton. Vandaar dat het er oud uit ziet. En bizar. Qua oppervlakte is het niet enorm groot. Maar door de indeling van het park kun je er prima een tijdje rondwandelen. Kun je mooi al die bijzondere beelden goed bekijken.


Ingang van de pompoen

Mighty big statue

Aan het begin van het park staat een 3 meter hoge… Tja, wat is het? Geen idee. Maar je kan er bovenop klimmen. De ingang is een gezicht met een grote open mond. Daar moet je door naar binnen. Dan met een trap naar boven, tot je er bovenop staat. Heb je een mooi overzicht van het park. De bedenker van het park, Bunleua Sulilat, was een monnik uit Thailand. Hij studeerde zowel het Boeddhisme als het Hindoeïsme. Daarom zie je in het park beelden uit beide stromingen.

Voor een bezoek aan het park moet je entree betalen. Onze chauffeur zegt dat we moeten zeggen dat we uit Laos komen, dan betalen we een lagere entree. Daar trapt de kaartjes-jongen niet in. Hij moet er wel hartelijk om lachen. We betalen de prijs voor buitenlanders: 10.000 kip per persoon. We stappen het park binnen. En dat is meteen al prachtig. Er staan hier echt hele bijzondere beelden. We slenteren rustig rond, van bankje naar bankje. Zo vermaken we ons prima.


Boeddha Park

Kokos-poffertjes! Nomnomnom

Na 1,5 uur zijn we wel uitgekeken We gaan richting uitgang. Daar verkopen ze snackjes. Waaronder iets dat verdacht veel op poffertjes lijkt. Maar dan groen. En het ruikt naar kokos. Ik bestel een portie, voor 10.000 kip. Man, dat is lekker! We nemen nog een portie. Dan nog even plassen en we kunnen naar de volgende bezienswaardigheid.


Het symbool van Laos

Pha That Luang

Dat is Pha That Luang, hét symbool van Laos. Het staat afgedrukt op sommige bankbiljetten en komt terug in het wapen van Laos. Wat het is? Natuurlijk een tempel. Maar dan geheel van goud. Nou ja, zo lijkt het in elk geval. Het staat er al sinds de 16e eeuw. Ze zeggen dat hier een haar van Boeddha wordt bewaard. We worden aan de achterkant afgezet en spreken met de chauffeur af elkaar aan de voorkant weer te zien. Kunnen wij mooi om het grote gouden gevaarte heenlopen.


Pha That Luang

Monniken aan de wandel

Je kunt er niet in, alleen er omheen. En dat kost ook weer 10.000 kip entree per persoon. Lijkt de standaard prijs hier te zijn voor bezienswaardigheden. Op en om het terrein zijn nog meer tempels. Zoals de grote liggende boeddha, ook al helemaal van (blad)goud. Ondertussen is het erg warm geworden. De zon schijnt volop en het is al 33 graden. Bah, wat zijn dat voor Bangkok-temperaturen? We stappen gauw weer in de auto.


Beeldengalerij Pha That Luang

Beeldengalerij Pha That Luang

Het is half 2. Veel te vroeg om naar het vliegveld te gaan, want we vliegen pas om half 8. We vragen de chauffeur of hij nog een suggestie heeft. Oh, het COPE museum. Daar willen we wel naartoe. Want wist u dat Laos het meest gebombardeerde land van Azië is? En dat er nog veel niet-ontplofte bommen liggen, her en der? Doordat niemand weet waar ze liggen, gebeuren er nog dagelijks ongelukken. Kinderen die in een bos spelen, dames die aan de rivier de was doen.

Nog dagelijks raken mensen lichaamsdelen kwijt. Het COPE museum vertelt hierover. Het is gevestigd binnen een medisch complex, waar ze ook protheses en dergelijke maken. Het is een klein maar fijn museum. We kijken even rond en luisteren naar de verhalen van mensen die slachtoffer zijn geworden. Daar is een documentaire van gemaakt, die hier wordt afgespeeld. Erg indrukwekkend. Aangezien ze geen entree vragen, laten we een donatie achter.


Pha That Luang

Pha That Luang

Zo, we vinden het wel genoeg. We willen naar het vliegveld. Dat is misschien een beetje vroeg, maar daar is het tenminste koel, verwachten we. Dus zijn we al om half 3 op het vliegveld. We nemen afscheid van de chauffeur en rekenen met hem af. En dan blijkt dat hij al die tijd 40 dollar bedoelde, terwijl wij dachten dat hij 40.000 kip zei. Het laatste is ongeveer 4 dollar. Klein verschilletje. Vandaar dat wij het zo weinig vonden en hij niet! Nu moeten we eens goed gaan tellen. Gelukkig, we hebben net genoeg.

Het lange wachten begint. In elk geval tot we kunnen inchecken en van onze koffers af kunnen. Dat kan pas 2 uur voor de vlucht, we zitten er nog even mee opgescheept. Als we kunnen inchecken, gaat de rest best vlot. We gaan door de controle en door de douane van Laos, voor de uitreisstempel. Dan even wachten tot we kunnen boarden. Dat is een klein beetje onduidelijk, want er vertrekken vanavond 3 vluchten naar Bangkok.


Pha That Luang

Reclining Boeddha, Pha That Luang

Wij hebben de middelste vlucht, om 19.35. De vlucht voor ons, van een uur eerder, heeft vertraging. Maar board aan dezelfde gate. Tja, daar raken mensen van in de war. Wij gelukkig niet, wij wachten geduldig. Onze vlucht board ook later dan de bedoeling was. Maar: we komen toch op tijd aan. We vliegen weer met Bangkok Air en er is weer geweldige service. We krijgen een warme hap en drinken, voor het uurtje dat we in de lucht hangen.

Omdat we nog een keer Thailand binnen gaan, moeten we nog een keer een visumkaart invullen. Daarmee kunnen we bij aankomst naar de douane. Ook deze keer geen probleem, we mogen er weer in. Even op de koffers wachten en dan bellen we met het hotel. Die sturen een shuttlebusje, dat ons een kwartier later komt ophalen. Het is ook een kwartier rijden en om 10 uur komen we aan. We worden vriendelijk begroet en krijgen meteen een menukaart in onze handen gedouwd. Ehm, okay, ja, we hebben nog wel een beetje honger, ja.


Vliegveld van Vientiane

Vliegveld van Vientiane

We bestellen iets en worden daarna naar onze kamer gebracht. Dat is in het gebouw 2 deuren verderop, daar is het eigenlijke hotel. De kamer is helemaal prima. We gaan gauw terug, voor ons eten. Andy’s kip met rijst smaakt erg lekker, mijn pad thai valt een klein beetje tegen. Als we het op hebben, gaan we gauw douchen en slapen, want het is way beyond onze bedtijd.


Dag 23 – Vrijdag 11 januari 2019

Weer: Heet in Bangkok, sneeuw in Kiev
Doel: Terug naar huis
Gereisd: Veel te lang…
Hotel: Huize Eysbroek

Van Bangkok terug naar Huis

En dan zit het er echt op. We moeten ons alleen nog door deze dag heenslaan: de terugreisdag. Daar zijn we niet bepaald fan van. Maar ja, je moet wat, als je verder dan naar Egmond aan Zee op vakantie wilt. Gelukkig hoeven we niet te haasten. We vliegen om 12 uur. We hebben genoeg tijd om wakker te worden, de boel in te pakken en te ontbijten. Ontbijt is inclusief, evenals de shuttlebus naar het vliegveld. Die hebben we om half 10 besproken.

We worden in een SUV gedouwd, samen met een moeder en zoon en al onze bagage. Dat is best een beetje krapjes. En de chauffeur is een eikel. Die zit vanaf dat we instappen totdat we uitstappen te bellen. En niet heel zachtjes. Hij heeft op geen enkele manier contact gemaakt met zijn passagiers. Mooi, hoeven we hem ook geen fooi te geven. Van het geld dat we niet meer hebben…


Suvarnabhumi incheckbalies

Suvarnabhumi Airport, Bangkok

We zoeken onze incheckbalie, om de koffers af te geven. Zelf zijn we al ingecheckt tot aan huis. De koffers worden doorgelabeld naar Brussel. Daar hebben we voorlopig geen omkijken naar. We gaan door de controle en de douane, voor de laatste uitreisstempel. En wachten tot we kunnen boarden. Oh, we vertrekken van het grootste vliegveld, Suvarnabhumi. En daar zit het vol met Oekraïners. Het is inderdaad een hele volle vlucht, we moeten onze rij van 4 delen. Vooruit maar.

Als we eenmaal aan boord en in de lucht zijn, slaan we ons door de komende 11 uur heen. We krijgen 2x eten. Een uur na het opstijgen de warme hap en een uur voor de landing een ontbijtbroodje. Verder tussendoor drinken, dat we ook zelf even kunnen pakken. Gelukkig zitten alle kinderen in het voorste compartiment. Hebben we daar geen last van. Het aanbod films is redelijk. Er zijn een paar hele nieuwe en verder wat oudere films om te kijken. Maar daar hebben we geen zin in. We dutten wat, lezen wat, luisteren muziek.


Onze vleugel van de terminal

In de terminal

En dan komen we in Kiev aan. Waar het heeft gesneeuwd. En het -5 graden is… Sta je dan, in je T-shirtje en je zomerjurk-met-dun-vestje! Nu nog geen probleem, want we landen gelukkig aan een slurf. Maar voor de volgende vlucht moeten we met de shuttlebus. Naar buiten. Man, wat is het koud! We staan als enigen zwaar underdressed te blauwbekken. De rest heeft warme jassen en warme schoenen aan. En heeft medelijden met ons. Eén jongen biedt me zelfs zijn jas aan. Wat lief! Note to self: volgende keer rekening houden met de overstapplaats, qua kleding! Want ik heb wel warme truien meegenomen. En die heb ik ook bovenin de koffer gedaan, zodat we ze snel kunnen pakken. In Brussel. De koffers zijn immers doorgelabeld naar onze eindbestemming… Het is nog een aardig eind rijden met de bus, waarin het gelukkig al snel warmer wordt. Moeten we alleen nog buitenom het vliegtuig instappen. Brrr.

Deze vlucht duurt ongeveer 3 uur. We krijgen er geen eten, alleen een glaasje water. De rest is tegen betaling. Wij zijn bekaf en vallen eigenlijk snel in slaap. Gelukkig is dit vliegtuig half leeg en hebben we de rij van 3 voor onszelf. Kan ik mijn benen tenminste optrekken. En gelukkig landen we in Brussel wel aan een gate. Hoeven we niet meteen weer de kou in.


Daar heb je ons vliegtuig

Nu nog een tijd uitzitten…

In Brussel is het 11 uur ’s avonds en 5 graden boven nul. En nat. Door de regen. Bah. Als we door de paspoortcontrole zijn, wachten we op onze koffers. Die ook behoorlijk nat aankomen. Zelfs binnenin is het wat vochtig geworden. Zoals op de truien, die ik bovenop had gelegd. Best jammer. Nou ja, we trekken ze maar snel aan, voor we ons naar buiten begeven.

Daar staat net een bus klaar die naar onze parking gaat. Mooi, kunnen we meteen door. Een kwartiertje later zijn we bij onze auto. Ik valideer de parkeerkaart en moet €115,- betalen. Wacht even, dat hadden we niet afgesproken! Ik heb namelijk al betaald. We zijn ook niet langer blijven staan dan ik had geboekt, dus dat kan het niet zijn. Gelukkig is er iemand van de parking aanwezig. Die gaat aan de slag met printers en andere apparaten en geeft me een uitrijkaart. Zonder dat ik iets hoef te betalen.

Ziezo, we kunnen naar huis. We doen ons best wakker te blijven en om 1 uur ’s nachts komen we in Kaatsheuvel aan. We nemen eerst nog een bamisoepje en duiken dan snel in bed. We zijn nu 24 uur in touw en vallen om van de slaap!


Epiloog

Ziezo, we hebben drie nieuwe landen in Azië bezocht. En alle drie waren ze anders. Anders van elkaar en anders van de landen die we eerder op dit continent bezochten.

We begonnen in Thailand. Dat kun je wat mij betreft in drieën delen: Regio Bangkok, Bangkok zelf en Noord Thailand. Oh, je hebt natuurlijk ook nog Zuid Thailand, met de stranden en eilandjes. Daar zijn we niet geweest, dus daar kan ik niets over roepen. Ik moet wel zeggen dat die regio ons ook minder aanspreekt. Erg toeristisch. Je zult ons waarschijnlijk nooit in Phuket of Pattaya aantreffen.

De regio Bangkok was voor ons erg bijzonder. Hier is Andy’s opa in WWII gevangen genomen, omgekomen en daarna begraven. Dit deel staat daarom voor ons in het teken van die oorlog en de Birma Spoorlijn, aka Dodenspoorlijn. De regio zelf is mooi, maar erg druk en erg gecultiveerd. Ik heb wel eens horen zeggen dat Thailand het Azië voor beginners is. Dat geloof ik meteen. Alles is er prima geregeld, je hoeft je als toerist weinig zorgen te maken.

We verbleven in Kanchanaburi, wat een prima basis is voor deze regio. Het is een plezierige stad, geschikt voor elk soort toerist en voor elk budget. Je komt er gemakkelijk met trein, bus of taxi. Vanuit Bangkok is het 2-3- uur reizen. Kanchanaburi is ook de plek van de Erebegraafplaats, waar we het graf van Opa Eysbroek bezochten. En waar de beroemde brug over de River Kwai is. Verder maak je vanuit hier makkelijk uitstapjes naar de bezienswaardigheden in de buurt.

Dan Bangkok zelf. You hate it or you love it, zeggen ze. Andy hates it. Erg druk, erg warm, super toeristisch. Dat vind ik ook allemaal, maar toch had ik een bezoek aan deze wereldstad niet willen missen. Je struikelt er over de bezienswaardigheden. Vooral Wat Arun en het paleis zijn indrukwekkend. Erg leuk om de ferry over de Chao Praya te nemen. Asiatique is gezellig en superleuk om ‘s avonds naartoe te gaan. Of ik nog een keer naar Bangkok wil? Hmm, denk het niet.

Noord Thailand is heel anders. Stuk rustiger dan regio Bangkok. De natuur is er prachtig, met de indrukwekkende bergen. En de temperatuur is er veel aangenamer. We hadden gemiddeld 26 graden en ‘s avonds koelde het er iets af. Heerlijk! We waren in Chiang Mai en in Chiang Rai, allebei gezellige steden. De eerste is wel een stuk drukker, met meer toeristen. In Chiang Mai heb je de mooie oude binnenstad, waar je prima kunt fietsen om de boel te bekijken.

Chiang Rai heeft een aantal zeer bijzondere tempels. Het is een kleurrijk geheel: je hebt er de Witte Tempel, Blauwe Tempel en een Zwart Museum. We vonden alle drie erg indrukwekkend. Ook is er een gezellige night market en een food court waar je prima kunt eten. Onze chauffeur en gids Kai maakte deze trip door Noord Thailand extra speciaal. Dankzij hem hebben we prachtige mensen ontmoet en zijn we op plekken geweest waar de meeste toeristen niet snel zullen komen.

Myanmar is een heel ander verhaal. Het land is nog niet zo lang open voor toeristen. Het is dan ook een stuk minder gecultiveerd dan Thailand. Is het nog authentiek? Deels. Je hebt in Myanmar een aantal bezienswaardigheden, zoals Bagan, het Inle Meer en de Koningssteden. Rondom die bezienswaardigheden is het toerisme aardig ontwikkeld. Er zijn fatsoenlijke hotels, fatsoenlijke restaurants, souvenirstalletjes en transportmogelijkheden. Bij die toeristische voorzieningen zijn voldoende mensen die Engels spreken. Het is nog lang niet zo gecultiveerd als Thailand. Gelukkig maar!

Die bezienswaardigheden zijn overigens prachtig. Al die tempels bij Bagan zijn heel bijzonder. Het Inle Lake is schitterend. Hoewel de eerste vissers er echt alleen voor de toeristen zijn, krijg je verderop het échte vissersleven te zien. Natuurlijk zijn de handwerkshopjes toeristenvallen. Maar dat hoort er bij en dat geeft de bootbestuurders bestaansrecht. De Koningssteden rondom Mandalay zijn ook erg mooi, met allerlei verschillende bezienswaardigheden.

Wat je wel merkt, is dat het bij die bezienswaardigheden meteen ook erg druk is. Je struikelt er over de toeristen. Het zijn er bijna meer “than they can chew”. En dat is best een beetje jammer. Een goed voorbeeld hiervan is al die toeristen die monnikjes komen kijken bij het klooster van Mahar Gandar Yone Monastery, in Mandalay. Het is eigenlijk beschamend, hoe we daar met zijn allen staan te gapen, met de camera’s in de aanslag. Tussen de belangrijkste sights en buiten de grotere plaatsen zie je het échte leven in Myanmar. Daar zie je hoe veel mensen leven: in hutjes zonder voorzieningen.

Tot slot Laos. Wat een heerlijk, relaxed land! Ook al zijn we slechts in en rondom 2 steden geweest, we vonden het er erg mooi en fijn. Luang Prabang is een prachtig stadje, met veel koloniale gebouwen. Hoewel er veel toeristen zijn, voelt het niet heel toeristisch. Er hangt een leuke, gemoedelijke sfeer. Er zijn veel koffietentjes en bakkerijtjes, waar je prima iets kunt drinken, eten of snoepen. Vlakbij is een schitterende waterval, die ik in mijn Top-3 van mooiste watervallen heb gezet.

Een boottocht over de Mekong is zeker ook een aanrader. Even onthaasten en genieten van alles dat op en rond de rivier gebeurt. Hoofdstad Vientiane is de kleinste hoofdstad in Azië. Het is weinig spectaculair. Je hebt een aantal mooie bezienswaardigheden en verder is het er ook heerlijk relaxed, zoals in Luang Prabang. Een bezoekje aan het Boeddha Park 25 kilometer verderop is trouwens een aanrader.

Alles bij elkaar kunnen we weer terugkijken op een prachtige reis!

Facts & Figures
Continent Azië
Hoofdstad Bangkok
Grootte tov Nederland 12,35 x groter (513.120 km2)
Aantal inwoners 68,4 miljoen / 133,3 per km2
Beste reistijd November t/m februari
Visum nodig? Ja, uppon arrival
Visum kosten Gratis
Tijdsverschil met Nederland 6 uur later
Munteenheid Baht (THB): 10 baht = €0,26
Taal Thai
Facts & Figures
Continent Azië
Hoofdstad Naypyidaw
Grootte tov Nederland 16,28 x groter (676.577 km2)
Aantal inwoners 55 miljoen / 81,5 per km2
Beste reistijd November t/m februari
Visum nodig? Ja, voor vertrek regelen
Visum kosten 50 USD per visum
Tijdsverschil met Nederland 5,5 uur later
Munteenheid Kyat (MMK): 1.000 kyat = €0,55
Taal Birmaans
Facts & Figures
Continent Azië
Hoofdstad Vientiane
Grootte tov Nederland 5,7 x groter (236.800 km2)
Aantal inwoners 7,1 miljoen / 30,1 per km2
Beste reistijd November t/m februari
Visum nodig? Ja, bij aankomst regelen
Visum kosten 350.000 kip (ca. €35,-)
Tijdsverschil met Nederland 6 uur later
Munteenheid Kip (LAK): 1.000 kip = €0,10
Taal Laotiaans

Reacties zijn afgesloten.